Na de fikse regenbui in Midden-Spanje (het was echt gevaarlijk en vermoeiend op de weg!) kwamen we veilig en wel aan in Aranda de Duero, een klein stadje in de Ribera de Duero (Vallei van de Duero), en voor ons een uitvalsbasis voor een wandeling in wat op internet als een mooie streek omschreven werd.
Gezien die gigantische plensbui van zaterdagmorgen hebben we eerst een uur lopen twijfelen of we nu al of niet zouden kamperen. Niet dat we bang waren dat ons tentje dat niet aankan, maar we waren zeker dat een kampeerterrein zo'n stortbui niet rap verteert, en bovendien, een tent uit-en inpakken in de regen is nu niet van het aangenaamste.
Nu soit, de campinguitbater kon ons met het weerbericht overtuigen. Na het opzetten van ons huisje hebben we dan gewoon maar wat rondgeslenterd in het stadje, waar er nu eens echt niet veel te zien en beleven was. Gelukkig was er een fiesta aan de gang, niets speciaals, maar het bracht wel wat leven in het stadje.
Wat er wel interessant was, waren de oude ondergrondse bodega's die zich onder de vele restaurants bevonden. (er zouden zo'n 120 van die ondergrondse wijnkelders zijn)
Wij hadden het geluk er ook eentje te kunnen bezoeken die nu vooral dienst doet als museum en opslagplaats van de vele wijnflessen die 's avonds in het restaurant geserveerd worden. En gezien we reeds wat genuttigd hadden in het restaurant, nodigde de ober ons uit om zondag hun huidige bodega, zo'n 18km van de stad te gaan bezoeken.
's Anderdaags zaten we wat de planning in de knoop. Dolgraag hadden we onze dag gevuld met een mooie grote wandeling maar dan kon er moeilijk nog iets anders ertussenin. De uitnodiging om een bezoekje aan de bodega te brengen was echter heel aanlokkelijk; zeker als de Spaanse wijn, die we ondertussen meermaals mochten consumeren, ons wel serieus in de smaak viel. Pas nadat we de asfalt weer als leidend object hadden was de kogel door de kerk! Een bezoek aan de Bodega en eventuele stops, waar het ons de moeite leek, werden toegevoegd en de wandeling werd herleid tot halvering van het traject. Een goede keuze leek achteraf; de rondleiding in de Bodega was interessant ondanks het feit dat de produktie pas start in het najaar maar de proeverij kon omschreven worden als zeer smakend...
Voldaan, vervolgden we ons traject. De streek was er enig mooi. Een heuvelig landschap waar we de wijnhaarden, afgewisseld met zonnebloemvelden, voorbijraasden. Maar ook charmante, pittoreske dorpjes waar de tijd leek stilgestaan te hebben verfraaide ons rit. Eén zo'n dorpje trok zodanig onze aandacht dat een stop niet te betwisten valt: Peñaranda de Duero, een dorpje met een prachtige plaza (met een Gotsche schandpaal, een paleis en een klooster) en smalle straatjes met huizen in hout-en stenen vakwerk. Bovenop de naabijgelegen heuvel staat de tot een ruïne verheven kasteel wakend over het dorp. Mooi was dit allemaal...
Het wandeltraject situeerde zich in Park 'Canyon du Rio Lobos'. We hadden onze voorzien tijd zien slinken van 6-7 uur tot een maximum van 4 uur (we moesten toch wel tegen val-avond Burgos hebben bereikt). Het is een wandeling die ons leidt via de rivier 'Lobos' langsheen soms heel stijle flanken. Maar van rivier is er wel heel weinig sprake, die stond echter kurkdroog! Ook het bos, dat voornamelijk bestond uit dennebomen, had eronder te lijden. Eén sponkje vuur en dit bos zou helemaal en in geen tijd verdwijnen in as. Een droge, warme lucht vermoeilijke ons het ademhalen en water drinken was de beste oplossing.
En nu in één ruk naar Burgos...
Unwritten Road
Wie zich verliest in zijn passie heeft minder verloren dan wie zijn passie verliest
3 augustus 2009
1 augustus 2009
Salamanca - oude maar heel sfeervolle studentenstad...
We begeven ons nog meer naar het zuiden van de provincie Castillië-león. Ondanks het feit dat het 'maar' 200km is, evolueert het landschap opmerkelijk. Eenmaal we het Castiliaans scheidingsgebergte in onze achteruitkijkspiegel gadeslaan ervaren we een uiterst droog en roodkleurig woestijnlandschap. De weinig aangeplante akkers worden zonder onderbreken van water voorzien door tientallen 'fonteinen'.
Voor we de eindbestemming zouden bereiken, was er nog een korte tussenstop gepland. Een beslissing genomen uit nostalgie, Zamora was 7 jaar geleden de gaststad van de Europeade, een dansfeest voor groepen uit alle uithoeken van Europa. Deze stad had ik graag laten zien aan Nele die toen niet aanwezig was. Ondanks het een gezellige stad is met, jawel, zo'n 15-tal kerken (en kathedraal met prachtige wandtapijten gemaakt in België) op een lijn van 1km, was de magie zoals tijdens het festival zoek. Desalniettemin, genietend op een terrasje met een fris pintje voor de neus, kwamen de vele Europeade-verhalen weer boven.
Verwachingen van de uiteindelijke bestemming, Salamanca, waren er ook! Een blitsbezoek aan deze stad tijdens de Europeade heeft op mij wel een onuitwisbare indruk nagelaten.
Na ons te settelen op de camping niet ver buiten de stad gingen we het avondleven eens gaan verkennen. Eenmaal we Plaza Mayor bereikten, een prachtig, geheel ingesloten plein, waanden we ons in typisch zuiderse sferen. Universiteitsmuziekgroepjes trachten elkaar af te troeven met opzwepende deuntjes die nog laat in de nacht nazinderen naast de vele restaurantjes met terassen die haast de omtrek van de gehele plaza innemen maar die overbevolkt lijken te zijn door studenten, toeristen en 'locals'. De mooie verlichting vervolledigt het plaatje, een prachtige beëindiging van onze dag
's Anderdaags stond de verkenning van het stadscentrum, ook wel eens de gouden stad of in de volksmond 'la Dorada' genoemd, op het programma. Het is één van de oudste universiteitssteden van de wereld, en tot heden een populaire bestemming voor taalstudenten. De keuze van de vele 'extranjeros' om naar dit Iberisch pareltje te komen zal tot een volkomen logische optie herleid worden eenmaal je de indrukwekkende faculteiten en faciliteiten mag gadeslaan. Imposante universiteitsgebouwen verfraaid met prachtige fantasieversieringen, een bibliotheek om U tegen te zeggen gedecoreerd met vele Sint-Jacobsschelpen, een natuurlijk een bloeiend nachtleven... alles wat studenten nodig hebben!
Daarnaast vervolledigen vele kleine en minder kleine gebouwen met religieuze en politieke bestemming, allemaal opgetrokken in dezelfde soort steen 'piedra de Villamayor', de architecturale geslaagdheid van deze stad.
Maar desondanks het goed gevoel deze stad bij ons naliet moest de tocht verder gezet worden! We willen nog zoveel zien...!
Van hieruit maakten we de lus terug naar het Noordoosten waar natuur weer een belangrijke invulling zou geven aan onze reis. De tocht werd echter een heuse nachtmerrie waar een wolkbreuk (waar geen einde leek aan te komen) ons het vuur serieus aan de schenen legde, alsof het samenspande met Salamanca om ons hier te houden. Doch, onze vastberadendheid en onverwoeste moed kon niet verhinderd worden... we hebben zin om te wandelen, in het groen deze keer...
Voor we de eindbestemming zouden bereiken, was er nog een korte tussenstop gepland. Een beslissing genomen uit nostalgie, Zamora was 7 jaar geleden de gaststad van de Europeade, een dansfeest voor groepen uit alle uithoeken van Europa. Deze stad had ik graag laten zien aan Nele die toen niet aanwezig was. Ondanks het een gezellige stad is met, jawel, zo'n 15-tal kerken (en kathedraal met prachtige wandtapijten gemaakt in België) op een lijn van 1km, was de magie zoals tijdens het festival zoek. Desalniettemin, genietend op een terrasje met een fris pintje voor de neus, kwamen de vele Europeade-verhalen weer boven.
Verwachingen van de uiteindelijke bestemming, Salamanca, waren er ook! Een blitsbezoek aan deze stad tijdens de Europeade heeft op mij wel een onuitwisbare indruk nagelaten.
Na ons te settelen op de camping niet ver buiten de stad gingen we het avondleven eens gaan verkennen. Eenmaal we Plaza Mayor bereikten, een prachtig, geheel ingesloten plein, waanden we ons in typisch zuiderse sferen. Universiteitsmuziekgroepjes trachten elkaar af te troeven met opzwepende deuntjes die nog laat in de nacht nazinderen naast de vele restaurantjes met terassen die haast de omtrek van de gehele plaza innemen maar die overbevolkt lijken te zijn door studenten, toeristen en 'locals'. De mooie verlichting vervolledigt het plaatje, een prachtige beëindiging van onze dag
's Anderdaags stond de verkenning van het stadscentrum, ook wel eens de gouden stad of in de volksmond 'la Dorada' genoemd, op het programma. Het is één van de oudste universiteitssteden van de wereld, en tot heden een populaire bestemming voor taalstudenten. De keuze van de vele 'extranjeros' om naar dit Iberisch pareltje te komen zal tot een volkomen logische optie herleid worden eenmaal je de indrukwekkende faculteiten en faciliteiten mag gadeslaan. Imposante universiteitsgebouwen verfraaid met prachtige fantasieversieringen, een bibliotheek om U tegen te zeggen gedecoreerd met vele Sint-Jacobsschelpen, een natuurlijk een bloeiend nachtleven... alles wat studenten nodig hebben!
Daarnaast vervolledigen vele kleine en minder kleine gebouwen met religieuze en politieke bestemming, allemaal opgetrokken in dezelfde soort steen 'piedra de Villamayor', de architecturale geslaagdheid van deze stad.
Maar desondanks het goed gevoel deze stad bij ons naliet moest de tocht verder gezet worden! We willen nog zoveel zien...!
Van hieruit maakten we de lus terug naar het Noordoosten waar natuur weer een belangrijke invulling zou geven aan onze reis. De tocht werd echter een heuse nachtmerrie waar een wolkbreuk (waar geen einde leek aan te komen) ons het vuur serieus aan de schenen legde, alsof het samenspande met Salamanca om ons hier te houden. Doch, onze vastberadendheid en onverwoeste moed kon niet verhinderd worden... we hebben zin om te wandelen, in het groen deze keer...
30 juli 2009
Oviedo & Leon... stedelijke schoonheid in Midden-Spanje
Na het religieuze Covadonga besloten we om een aantal fantastische steden aan te doen...
Een heel spektakel eigenlijk, een onbekende stad binnenrijden met de auto en dat tijdens de spits ... Wouter zijn zenuwen stonden gespannen...
De eerste stad in rij was Oviedo, de hoofdstad van het groene Prinsdom Asturië en een grote moderne stad waar een toerist op het eerste zicht niets te zoeken heeft, maar waar je na een tweede zicht toch heel veel mooie dingen ontdekt. Gezellige plaza's en parken, veel imposante gebouwen, maar vooral heel veel mooie gevels met mooi smeedwerk, en natuurlijk 's avonds de gezelligheid in de vele sidreria's (Asturië is het centrum van de 'sidra') waar volleerde ciderschenkers het drankje uitschenken zoals het hoort:
hoog boven het hoofd houdt hij de donkergroene fles, die langzaam opzij kantelt; laag in de andere hand het glas, de bodem schuin naar boven. Zijn ogen kijken recht vooruit, alsof hij er zelf niks mee te maken heeft. Mocht hij een slokje cider morsen, het zaagsel op de vloer zorgt ervoor dat het onzichtbaar wordt geabsorbeerd. Toch is het de kunst om de straal snel op te vangen, en het halfvolle glas dan aan de gast te reiken - die het in één teug moet leegdrinken en de laatste druppels op de grond moet gooien. Zo wil het de Asturische traditie...
Wouter was er volledig fan van, ikzelf vond het drankje iets te zuur, of was het bitter?
Na anderhalve dag slenteren door deze gezellige stad trokken we verder naar Léon, zowaar nog gezelliger dan Oviedo. Léon is een aangenaam en levendig provinciestadje dat wonderwel zijn romaanse en gotische erfgoed heeft kunnen bewaren. Maar wat toch het meest in het oog springt is de gigantische kathedraal. Werkelijk een prachtig gotisch bouwwerk met ontelbare glas-in-loodramen. Omwille van dit bouwwerk was het ook de eerste plaats waar we heel veel pelgrims richting Santiago de Compostella tegenkwamen (ze hebben dan echt al een lange weg achter de rug), en door hen te zien en de vele tekens in de stad die verwijzen naar de route begint het opnieuw te kriebelen om zelf eens een stuk van deze route af te wandelen. Ooit eens...
Léon is voor ons ook wel een van de meest aangename steden, nog niet te warm (cfr later het zuiden) en heel gemoedelijk. 's Avonds zijn we er ook gaan genieten van een tango optreden in het Palacio de los Guzmanes (prachtig, zowel het optreden als het gebouw) om de dag af te sluiten met een paar lekkere tapas en een glaasje rode wijn. Salud!
Een heel spektakel eigenlijk, een onbekende stad binnenrijden met de auto en dat tijdens de spits ... Wouter zijn zenuwen stonden gespannen...
De eerste stad in rij was Oviedo, de hoofdstad van het groene Prinsdom Asturië en een grote moderne stad waar een toerist op het eerste zicht niets te zoeken heeft, maar waar je na een tweede zicht toch heel veel mooie dingen ontdekt. Gezellige plaza's en parken, veel imposante gebouwen, maar vooral heel veel mooie gevels met mooi smeedwerk, en natuurlijk 's avonds de gezelligheid in de vele sidreria's (Asturië is het centrum van de 'sidra') waar volleerde ciderschenkers het drankje uitschenken zoals het hoort:
hoog boven het hoofd houdt hij de donkergroene fles, die langzaam opzij kantelt; laag in de andere hand het glas, de bodem schuin naar boven. Zijn ogen kijken recht vooruit, alsof hij er zelf niks mee te maken heeft. Mocht hij een slokje cider morsen, het zaagsel op de vloer zorgt ervoor dat het onzichtbaar wordt geabsorbeerd. Toch is het de kunst om de straal snel op te vangen, en het halfvolle glas dan aan de gast te reiken - die het in één teug moet leegdrinken en de laatste druppels op de grond moet gooien. Zo wil het de Asturische traditie...
Wouter was er volledig fan van, ikzelf vond het drankje iets te zuur, of was het bitter?
Na anderhalve dag slenteren door deze gezellige stad trokken we verder naar Léon, zowaar nog gezelliger dan Oviedo. Léon is een aangenaam en levendig provinciestadje dat wonderwel zijn romaanse en gotische erfgoed heeft kunnen bewaren. Maar wat toch het meest in het oog springt is de gigantische kathedraal. Werkelijk een prachtig gotisch bouwwerk met ontelbare glas-in-loodramen. Omwille van dit bouwwerk was het ook de eerste plaats waar we heel veel pelgrims richting Santiago de Compostella tegenkwamen (ze hebben dan echt al een lange weg achter de rug), en door hen te zien en de vele tekens in de stad die verwijzen naar de route begint het opnieuw te kriebelen om zelf eens een stuk van deze route af te wandelen. Ooit eens...
Léon is voor ons ook wel een van de meest aangename steden, nog niet te warm (cfr later het zuiden) en heel gemoedelijk. 's Avonds zijn we er ook gaan genieten van een tango optreden in het Palacio de los Guzmanes (prachtig, zowel het optreden als het gebouw) om de dag af te sluiten met een paar lekkere tapas en een glaasje rode wijn. Salud!
28 juli 2009
Covadonga - heilig/heiliger/heiligst
We laten de kust andermaal achter ons en begeven ons stelselmatig meer naar het zuiden! Ons einddoel voor vandaag is de hoofdstad van de provincie Asturië, namelijk Oviedo. Maar enkele etappes laten we zeker niet links liggen, zeker niet als we de mogelijkheid hebben ons weer te begeven in de prachtige bergen van Picos.
Het Cantabrisch gebergte is niet allen gekend voor zijn hoge en spectaculaire toppen, ook in de geschiedenis heeft deze weinig bergzame omgeving een belangrijke rol gespeeld. Hier werden de Moren een halt toe geroepen en vervolgens verdrongen door de overgebleven en samengetroepte Christenen! Het spreekt dan natuurlijk vanzelf dat her en der plaatsen tot opperste heiligheid zijn gebombardeerd in het Katholieke Christendom, met andere woorden 'bedevaartsoord' .
Covadonga is zo'n belangrijk bedevaartsoord: een basiliek, heropgebouwd klooster en een heilige grot (met graf van Pelayo) waken over de neerliggende ravijn. Het is hét symbool van de Spanjaarden van het verzet.
Maar niet enkel voor een bezoek aan de heilige huisjes kwamen we tot hier afgezakt. De aanwezige natuur lokt ons, en enkele kilometers verder lonken er de twee hoogste meren in de Picos met prachtige vergezichten. Het plan om met de auto tot aan de ingang van het park te rijden konden we niet uitvoeren, privé-busmaatschappijen hebben het alleenrecht afgedwongen. Aangekomen na een wel heel stijle rit merkten we al op dat dit een populair daguitstapje was voor de Spanjaarden. Desalniettemin vonden we een aangeduide route die ons leidde naar meer rustige plaatsen tussen de vele stallen en hun inwoners (met af en toe een torro :-s) langsheen de twee meren.
Even een kleine intermezzo voor een interview met de plaatselijke televisie (omtrent de toestand met de bussen...), om daarna onze eindbestemming van de dag te bereiken.
Een nieuw avontuur lonkt...
Het Cantabrisch gebergte is niet allen gekend voor zijn hoge en spectaculaire toppen, ook in de geschiedenis heeft deze weinig bergzame omgeving een belangrijke rol gespeeld. Hier werden de Moren een halt toe geroepen en vervolgens verdrongen door de overgebleven en samengetroepte Christenen! Het spreekt dan natuurlijk vanzelf dat her en der plaatsen tot opperste heiligheid zijn gebombardeerd in het Katholieke Christendom, met andere woorden 'bedevaartsoord' .
Covadonga is zo'n belangrijk bedevaartsoord: een basiliek, heropgebouwd klooster en een heilige grot (met graf van Pelayo) waken over de neerliggende ravijn. Het is hét symbool van de Spanjaarden van het verzet.
Maar niet enkel voor een bezoek aan de heilige huisjes kwamen we tot hier afgezakt. De aanwezige natuur lokt ons, en enkele kilometers verder lonken er de twee hoogste meren in de Picos met prachtige vergezichten. Het plan om met de auto tot aan de ingang van het park te rijden konden we niet uitvoeren, privé-busmaatschappijen hebben het alleenrecht afgedwongen. Aangekomen na een wel heel stijle rit merkten we al op dat dit een populair daguitstapje was voor de Spanjaarden. Desalniettemin vonden we een aangeduide route die ons leidde naar meer rustige plaatsen tussen de vele stallen en hun inwoners (met af en toe een torro :-s) langsheen de twee meren.
Even een kleine intermezzo voor een interview met de plaatselijke televisie (omtrent de toestand met de bussen...), om daarna onze eindbestemming van de dag te bereiken.
Een nieuw avontuur lonkt...
27 juli 2009
Ribadesella ... Aristocratische schoonheid aan de kust
Oorspronkelijk hadden we een 2e dagje wandelen gepland, maar het 8 uur wandelen van zaterdag hadden hun tol geëist en daarom besloten we een dagje rustig aan te doen. Volledig stijf en wat pijnlijk van het verbranden (al ooit eens verbrande lippen gehad? ongelooflijk pijnlijk!!) kropen we pas laat uit ons tentje. Op het gemakje ontbeten in de camping (echt een zalige plek) daarna rustig ingepakt, nog wat rondgeslenterd in Potes en pas na de middag terug aangezet, richting Ribadesella.
Echter, ook dit weer op het gemak natuurlijk: een eerste stop reeds na 2 km bij het Monasterio de Santo Toribio de Liebana, voor het Christendom de 4e belangrijkste heilige plaats omdat hier een belangrijk stuk van het heilig kruis werd ondergebracht. Een kleine 12 km verder, weer even uitgestapt bij de kerk van Santa Maria de Lebaña, een prachtige kerk uit de 10e eeuw en een va de sprekendste voorbeelden van de mozarabische invloed (cfr. moskee van Cordoba). Daarna nog een aantal tussenstops langs de vele bergrivieren; in Cabrales, waar ze verrukkelijke maar wel heel pittige blauwe kaas maken en Llanes, nog zo'n heel charmant vissershaventje.
In de vooravond arriveerden we dan uiteindelijk in Ribadesella, een prachtige vissershaven annex badplaats. Bedankt Fanny voor de tip van de jeugdherberg!! Echt tof, zo overnachten in een chique villa op het strand...
En die villa van de jeugdherberg was niet de enige villa die daar te zien was, integendeel...
Langs de ganse kustlijn van dit stadje staan er massa's prachtige 19e eeuwse villa's. De villa's in het Zoute verbleken er soms bij. Ook al zijn vele huizen ook lichtelijk overdreven ;-)Blijkbaar zijn deze villa's van de rijke "Indianos", uitgeweken Spanjaarden (conquistadores) die op het eind van de 19e eeuw met zakken geld terugkwamen uit Zuid-Amerika en die dit graag exposeerden in hun riante woningen. Naar het schijnt zijn vele Cantabrische kustplaatsjes bedeeld met dergelijke villa's... Prachtig gewoon!!!
En gezien we aan de kust zijn moesten we toch eindelijk eens vis eten he. Hoewel we zo goed als niets begrepen van de ganse menukaart kregen we verrukkelijke dingen voorgeschoteld.
Mjam mjam...
Echter, ook dit weer op het gemak natuurlijk: een eerste stop reeds na 2 km bij het Monasterio de Santo Toribio de Liebana, voor het Christendom de 4e belangrijkste heilige plaats omdat hier een belangrijk stuk van het heilig kruis werd ondergebracht. Een kleine 12 km verder, weer even uitgestapt bij de kerk van Santa Maria de Lebaña, een prachtige kerk uit de 10e eeuw en een va de sprekendste voorbeelden van de mozarabische invloed (cfr. moskee van Cordoba). Daarna nog een aantal tussenstops langs de vele bergrivieren; in Cabrales, waar ze verrukkelijke maar wel heel pittige blauwe kaas maken en Llanes, nog zo'n heel charmant vissershaventje.
In de vooravond arriveerden we dan uiteindelijk in Ribadesella, een prachtige vissershaven annex badplaats. Bedankt Fanny voor de tip van de jeugdherberg!! Echt tof, zo overnachten in een chique villa op het strand...
En die villa van de jeugdherberg was niet de enige villa die daar te zien was, integendeel...
Langs de ganse kustlijn van dit stadje staan er massa's prachtige 19e eeuwse villa's. De villa's in het Zoute verbleken er soms bij. Ook al zijn vele huizen ook lichtelijk overdreven ;-)Blijkbaar zijn deze villa's van de rijke "Indianos", uitgeweken Spanjaarden (conquistadores) die op het eind van de 19e eeuw met zakken geld terugkwamen uit Zuid-Amerika en die dit graag exposeerden in hun riante woningen. Naar het schijnt zijn vele Cantabrische kustplaatsjes bedeeld met dergelijke villa's... Prachtig gewoon!!!
En gezien we aan de kust zijn moesten we toch eindelijk eens vis eten he. Hoewel we zo goed als niets begrepen van de ganse menukaart kregen we verrukkelijke dingen voorgeschoteld.
Mjam mjam...
26 juli 2009
Picos de Europa...natuur en cultuur op hoge toppen
Op naar de volgende uitdaging van onze reis, de drukte van de kust wordt ons echter wat te veel...! Ook onze benen jeuken om eens een goede trot te wagen en op onze route, in het Cantabrische gebergte, ligt echter het natuurpark 'Picos de Europa'!
We kiezen als uitvalsbasis, en wij niet alleen..., het dorpje Potes waar we bij de eerste de beste camping (letterlijk) afslaan om er onze tent neer te poten.
Dat dit dorpje nog door meer toeristen wordt aangedaan merken we al aan de vele typische artisanale winkeltjes en de restaurantjes waar deze producten worden voorgeschoteld. Om zeker genoeg energie op te slaan voor de volgende dag trakteren we onszelf op een schotel tal met plaatselijke lekkernijen (lees: vettige gefrituurde, maar lekkere producten). Ook de indeling van onze volgende dag wordt gemarkeerd, rest ons dan alleen nog maar een lekker glaasje wijn en een spelleke 'kolonisten' op de camping en natuurlijk een zeer goede nachtrust!
Om onze trot door de picos aan te vatten moesten we ons verplaatsen naar Fuente Dé, waar een kabelbaan ons op een hoogte van 1800m zou brengen. Het weer leek echter roet in het eten te gooien, een dikke wolkenmassa versperde ons het zicht van de toppen en omgekeerd. Maar naarmate de kabelbaan ons hoger bracht, beseften we dat een stralende zon zijn opwachting maakte. Gearriveerd stonden we gefascineerd het schouwspel te bewonderen, een wolkentapijt waaruit de toppen oprijzen... We konden beginnen met onze uitgestippelde wandeling van een kleine 4 uurtjes, maar twijfel overmande ons... een splitsing dat ons enerzijds de uitgestippelde route aangaf en anderzijds een route dat ons naar hogere sferen en dichter bij God kon brengen. Aangezien Potes ons niet veel bezienwaardigheden bood, waagden we het toch om even de andere route te volgen en vervolgens terug te keren. We stelden de terugkeer echter meersmaals uit maar de beloning was het meer dan waard, een prachtig zicht over de Picos op een hoogte van iets meer dan +/-2300 meter. Even genieten toch van het zicht van dit dal...! Maar lang konden we niet blijven, we moesten nog helemaal terug en onze oorspronkelijke route hervatten! Het werd uiteindelijk een tocht van totaal 8 uur stijgen (500m) en dalen (1580m) door ruwe rotsformaties en prachtige groene valleien waar koeien, paarden, geiten en schapen hun dagen vullen met grazen en het geluid van de vele vogels doorbreken met hun bellen.
Moe, stijf, rood verbrand, maar helemaal voldaan ontspanden we ons nog even in het zwemdad van de camping om na onze maaltijd vroeg in onze kribbe te springen.
We kiezen als uitvalsbasis, en wij niet alleen..., het dorpje Potes waar we bij de eerste de beste camping (letterlijk) afslaan om er onze tent neer te poten.
Dat dit dorpje nog door meer toeristen wordt aangedaan merken we al aan de vele typische artisanale winkeltjes en de restaurantjes waar deze producten worden voorgeschoteld. Om zeker genoeg energie op te slaan voor de volgende dag trakteren we onszelf op een schotel tal met plaatselijke lekkernijen (lees: vettige gefrituurde, maar lekkere producten). Ook de indeling van onze volgende dag wordt gemarkeerd, rest ons dan alleen nog maar een lekker glaasje wijn en een spelleke 'kolonisten' op de camping en natuurlijk een zeer goede nachtrust!
Om onze trot door de picos aan te vatten moesten we ons verplaatsen naar Fuente Dé, waar een kabelbaan ons op een hoogte van 1800m zou brengen. Het weer leek echter roet in het eten te gooien, een dikke wolkenmassa versperde ons het zicht van de toppen en omgekeerd. Maar naarmate de kabelbaan ons hoger bracht, beseften we dat een stralende zon zijn opwachting maakte. Gearriveerd stonden we gefascineerd het schouwspel te bewonderen, een wolkentapijt waaruit de toppen oprijzen... We konden beginnen met onze uitgestippelde wandeling van een kleine 4 uurtjes, maar twijfel overmande ons... een splitsing dat ons enerzijds de uitgestippelde route aangaf en anderzijds een route dat ons naar hogere sferen en dichter bij God kon brengen. Aangezien Potes ons niet veel bezienwaardigheden bood, waagden we het toch om even de andere route te volgen en vervolgens terug te keren. We stelden de terugkeer echter meersmaals uit maar de beloning was het meer dan waard, een prachtig zicht over de Picos op een hoogte van iets meer dan +/-2300 meter. Even genieten toch van het zicht van dit dal...! Maar lang konden we niet blijven, we moesten nog helemaal terug en onze oorspronkelijke route hervatten! Het werd uiteindelijk een tocht van totaal 8 uur stijgen (500m) en dalen (1580m) door ruwe rotsformaties en prachtige groene valleien waar koeien, paarden, geiten en schapen hun dagen vullen met grazen en het geluid van de vele vogels doorbreken met hun bellen.
Moe, stijf, rood verbrand, maar helemaal voldaan ontspanden we ons nog even in het zwemdad van de camping om na onze maaltijd vroeg in onze kribbe te springen.
24 juli 2009
Grotschilderingen tussen bergen en valleien...
Santillana del Mar lokt de vele toeristen niet alleen omwille van het historische karakter, maar ook omwille van de primitieve kunstenaars die lang lang geleden actief waren in de nabij gelegen grot van Altamira en waarvan hun werk werd opgenomen in de Unesco werelderfgoedlijst.
Gisteren dus vroeg uit onze tent geklauterd om toch zeker tegen 9u aan de grotten te staan, of beter een replica van de grotten. Net als de grotten van Lascaux, werden ook de schilderingen in deze grotten bedreigd door de vele dagelijkse toeristen en bijgevolg werd eind de jaren '50 beslist om een replica te bouwen zo'n 100 meter van de werkelijke grot. Hoewel de 'nepgrot' wat ziel mist (althans in onze ogen), geeft het toch een heel mooi beeld van de originele tekeningen die zeker prachtig zijn en een duidelijk beeld geven van het leven zo'n 15.000 jaar geleden. Het museum ernaast kon ons ook wel bekoren en we schrokken er dan ook van dat we pas 3 uur later terug buiten stonden.
Daarna beslisten we maar een om een rit te maken richting het binnenland via ontelbare kleine dorpjes, om tenslotte aan het stuwmeer van de Ebro uit te komen. Jammergenoeg konden we hier slechts een kleine glimp opvangen van dit gigantische stuwmeer met z'n duizenden waterlelie's aan de kant; als we later in Burgos zijn proberen we zeker nog eens langs de andere kant tot dit stuwmeer te geraken om een mooie wandeling te maken. De rit terug, via de vallei van de Saya-Besaya, had er een hele mooie kunnen zijn, waren we echter niet in een gigantische mistsliert terecht gekomen. Wouter z'n rijkunsten in de bergen en de mist werden onmiddellijk goed getest en het was pas als we beneden in de vallei kwamen dat we wat konden ontspannen en genieten van de prachtige natuur. Jammer dat we die natuur niet van bovenaf hebben kunnen bewonderen want schoon was het wel...
Na nog een nachtje in ons tentje besluiten we om via de kust af te slaan richting de bergen. We rijden richting Comillas waar een van de weinige werken van Gaudi buiten Barcelona te zien is, El Capricho, en ook dit typische bouwwerk mag er zeker zijn. Wouter was helemaal in z'n nopjes en het knopje van zijn fototoestel stond dan zeker ook niet stil... ;-).
Ondanks de weinige uitleg in de gids over dit stadje vonden wij het er best wel gezellig, overal marktjes met typische vleeswaren en kazen, mjammie...
Na nog een, voorlopig laatste, stop aan de kust in San Vicente de la Barquera rijden we eindelijk de beroemde toppen van Los Picos de Europa tegemoet.
Onze botinnetjes roepen om te gaan wandelen...
Gisteren dus vroeg uit onze tent geklauterd om toch zeker tegen 9u aan de grotten te staan, of beter een replica van de grotten. Net als de grotten van Lascaux, werden ook de schilderingen in deze grotten bedreigd door de vele dagelijkse toeristen en bijgevolg werd eind de jaren '50 beslist om een replica te bouwen zo'n 100 meter van de werkelijke grot. Hoewel de 'nepgrot' wat ziel mist (althans in onze ogen), geeft het toch een heel mooi beeld van de originele tekeningen die zeker prachtig zijn en een duidelijk beeld geven van het leven zo'n 15.000 jaar geleden. Het museum ernaast kon ons ook wel bekoren en we schrokken er dan ook van dat we pas 3 uur later terug buiten stonden.
Daarna beslisten we maar een om een rit te maken richting het binnenland via ontelbare kleine dorpjes, om tenslotte aan het stuwmeer van de Ebro uit te komen. Jammergenoeg konden we hier slechts een kleine glimp opvangen van dit gigantische stuwmeer met z'n duizenden waterlelie's aan de kant; als we later in Burgos zijn proberen we zeker nog eens langs de andere kant tot dit stuwmeer te geraken om een mooie wandeling te maken. De rit terug, via de vallei van de Saya-Besaya, had er een hele mooie kunnen zijn, waren we echter niet in een gigantische mistsliert terecht gekomen. Wouter z'n rijkunsten in de bergen en de mist werden onmiddellijk goed getest en het was pas als we beneden in de vallei kwamen dat we wat konden ontspannen en genieten van de prachtige natuur. Jammer dat we die natuur niet van bovenaf hebben kunnen bewonderen want schoon was het wel...
Na nog een nachtje in ons tentje besluiten we om via de kust af te slaan richting de bergen. We rijden richting Comillas waar een van de weinige werken van Gaudi buiten Barcelona te zien is, El Capricho, en ook dit typische bouwwerk mag er zeker zijn. Wouter was helemaal in z'n nopjes en het knopje van zijn fototoestel stond dan zeker ook niet stil... ;-).
Ondanks de weinige uitleg in de gids over dit stadje vonden wij het er best wel gezellig, overal marktjes met typische vleeswaren en kazen, mjammie...
Na nog een, voorlopig laatste, stop aan de kust in San Vicente de la Barquera rijden we eindelijk de beroemde toppen van Los Picos de Europa tegemoet.
Onze botinnetjes roepen om te gaan wandelen...
Abonneren op:
Posts (Atom)