16 april 2006

San Pedro de Atacama... Haute cuisine in de woestijn!

Na 2 dagjes rondkuieren in Salta mochten we nog eens vroeg opstaan om de bus te nemen naar ons volgende land, voor even dan toch. We trokken namelijk voor een paar dagen naar San Pedro de Atacama, een dorpje aan de rand van de droogste woestijn ter wereld, de Atacama woestijn in Chili (zie ook de film 'Los diarios de mi motocicleta' over de reis van Che Guevarra)

En wat voor een busrit... een prachtig landschap zijn we doorgereden. Over een eindeloze zigzag weg (met de nodige gevolgen voor Nele's maag en darmen) gaat het 2000m omhoog naar de Argentijnse hoogvlakte, die bestaat uit uitgestrekte vlaktes met gele graspollen en groepjes grazende vicunhas, een soort kruising tussen een lama en een hert. We steken een stel grote zoutvlakten over, over een dijk die dwars door de perfect witte vlakte loopt en passeren bergen met de meest onmogelijke kleurschakeringen, varierend van groen tot rood. Na het nuttigen van een lichte lunch (enkel voor wouter want Nele's darmen lagen nog altijd in de knoop) en ons een aantal uren zitten vergapen aan het fantastische landschap dat ons leidt naar de Paso de Jama (3700m hoogte) kwamen we eindelijk aan de Argentijnse grens. Jongens jongens, als wij zo snel en hard zouden werken als die mensen waren we onze job al kwijt na 2 dagen; het duurde bijna 2 uur om 50 mensen van een exitstempel te voorzien. Nu soit, na een tijdje wordt je ook dat gewoon...

Vanaf de grens is het zo mogelijk nóg desolater dan in Argentinie, de altiplano (hoogvlakte) is omringd door berg- en vulkaanpieken in de verte en we passeren meerdere zoutmeren in allerlei bizarre kleuren, van diep donkerblauw tot donkerrood en zelfs gifgroen (met lichtgroen ijs aan de randen). Een effect van de algen die erin groeien en die de voornaamste voedselbron vormen voor de flamingo's die hier ondanks de barre temperaturen (tot -20°C ´s nachts) wonen. Alle meren hebben een witte zoutkorst rondom de oevers, die mooi afsteekt tegen de bruine woestijn eromheen. Na 2 uur rijden in niemandsland komen we dan eindelijk ook aan de Chileense douane in het oasedorp San Pedro de Atacama. Na het verplichte 'schoentjeswassen' , controleren van de rugzakken en stempeltjes zetten mogen we eindelijk te voet verder naar het dorpje waar we zo'n 2 dagen zullen vertoeven.

San Pedro de Atacama is een oase in de droogste woestijn ter wereld. Meetstations hebben hier nog nooit neerslag gemeten! Als hier 3mm regen per jaar valt is het al een uitzonderlijk nat jaar. Daar ziet de rest van de woestijn ook wel naar uit, maar in San Pedro hebben de bewoners de aanwezigheid van een riviertje helemaal uitgebuit en is het mooi groen. De huisjes zijn allemaal van leem gemaakt en er staat een schattig witgekalkt lemen kerkje uit de 17e eeuw.

En we waren niet alleen in dat dorpje, het waarschijnlijk vroeger zo rustig dorpje wordt nu dagelijks overspoeld door toeristen. Na een korte zoektocht vonden we eindelijk een hostal waar we tot ons groot plezier de laatste plekjes mochten delen met een ander Belgisch koppel (Petra en David). Het deed ons enorm deugd eindelijk eens landgenoten tegen te komen (tot dan waren we nog maar 1 jongen tegengekomen van Gistel) en ook hun verhalen van hun 7maanden durende trip te aanhoren. Na wat geklets en uitpakken konden we ons eindelijk een restaurantje zoeken en tot ons groot jolijt blijkt dat ze hier, in tegenstelling tot wat wij dachten, beschikken over een enorme hoeveelheid groenten, fruit, lekkere kip etc. (komt van Arica, een Chileense havenstad) Voor een kleine 6 euro wordt hier gewoon een driegangen 'gastronomisch menu' geserveerd, dat nog supergezond is ook. (Let wel: ons gedacht van gastronomisch is hier in Zuid-amerika wel iets anders dan thuis...). Hoe ze het doen in de woestijn blijft voor ons nog steeds een raadsel, maar dan wel een raadsel waar we wel 3 avonden ongelooflijk van genoten hebben.

Na een betere nachtrust dan in Salta (matrassen zijn ook niet overal wat ze moeten zijn) zijn we met ons vieren op excursiezoektocht gegaan. En na wat rondvragen en overleggen hebben we uiteindelijk 3 tours geboekt bij hetzelfde bureau (Colque) waar we gelukkig dan ook een enorme korting hebben gekregen (wat super is in het anders dure Chili).

De eerste tour, reeds dezelfde middag, bracht ons naar de 'Valle de la Luna'. Na eerst een mooie wandeling door een zoutkloof waarvan de wanden uit duizenden kleine zoutblokjes en mineralen bestaat, reden we naar het natuurpark dat er inderdaad uitziet als een maanlandschap. We zien fantastische rotsformaties in rood, paars, roze en overal een dun laagje zout dat schittert in de steeds lager hangende zon. De vlaktes zijn precies metersdikke ijslagen, maar blijken uit zout te bestaan. Na het uitstappen om gedag te zeggen aan de 'Tres Marias' (3 gigantische rotsen die lijken op 3 mariabeelden) rijden we verder naar een gigantische zandduin. Deze duin blijkt het ideale punt om een fantastische zonsondergang te zien. Het lijkt wel een fantasielandschap: weinig begroeiing, overal bizarre rotspunten, ten oosten van de vallei een uitgestrekte vlakte, daarachter de Andes, die hier uit louter vulkanen blijkt te bestaan en in het licht van de ondergaande zon vuurrood oplichten. De zonsondergang is uiteindelijk niet zo spectaculair als de postkaartjes doen vermoeden, maar desondanks genieten we met volle teugen van het fantastische zicht.

De volgende dag hadden we een excursie naar de 'Lagunas altiplanicos' en de 'Salar de Atacama' (een gigantische zoutvlakte in de woestijn) op het programma. Eerst trokken we met een mini-busje naar Toconao, een klein bergdorpje waar men zich bezig houdt met het ontginnen van borax en lithium die zich vormt op de imense zoutvlaktes. Niet ver van dit dorpje bevindt zich echter ook een fantastische oase in een diepe en smalle kloof nl. 'Quebrada de Jerez'. Een wonder in de droge woestijn want de ganse kloof is vol van grasgroene begroeiing, als gevolg van het succesvol gebruiken van een klein bergriviertje, en naast een aantal bizarre bomen met witte stammen groeien er zelfs eiken, druiven, appels, peren, granaatappels, etc. ('Todo importado' volgens onze gids)
Na deze stop reden we 'gezwind' verder naar een hoogte van 4000m waar een aantal fantastiche meren liggen. Ondanks de koude wind en een lichte hoofdpijn (wegens de hoogte) was het zicht super. Deels ook omdat we konden genieten van het zicht op een kolonie flamingo's die zich ondanks de kou superlekker voelen op deze hoogte en die mooi weerspiegeld werden in het gladde wateroppervlak. Ook de omgeving is fantastisch: woestijnachtig met wat geelgroen gras dat enkel op meer dan 4000m groeit.
Na een lekkere lokale lunch (Maispuree met kaas, klaargemaakt in maisbladeren en een lekkere soep) reden we verder naar de Salar de Atacama, een gigantische vlakte waar je het zout en de witroze kristallen zomaar ziet liggen. Ook hier voelen de flamingo's zich opperbest, blijkbaar hebben ze geen hartproblemen na het eten van al dat zout... (ze eten eigenlijk hoofdzakelijk de algen die zich in de zoutmeren bevinden)
Op de terugweg nog een verplichte souvenirstop gehouden in Toconao (tja, die touragencies hebben overal hun contractjes) en daarna moe maar tevreden teruggekeerd naar San Pedro.

In de straten liep er dan nog een processie met heiligbeelden en veel gezang en gebeden voor de Semana Santa, het was immers al Stille Zaterdag. Hier zijn de mensen nog echt gelovig en wordt er dan ook heel veel belang gehecht aan het leven van 'Jesus'.

Na een nogmaals fantastisch driegangenmenu en een jammergenoeg veel te kort weerzien met Bob en Dee (een Brits-Schots koppel die we al meermaals hebben ontmoet op onze trip) vroeg ons bedje in want op Pasen vertrokken we voor een trip die toch een van de hoogtepunten van onze reis moest worden.

Wordt vervolgd...

Nele en Wouter

Geen opmerkingen: