23 mei 2006

Potosi... Vergane glorie!

Deze stad, die de naam 'hoogste stad ter wereld' opeist (4000 meter), heeft een lange en rijke (letterlijk en figuurlijk) geschiedenis gedomineerd door de zilverontginning gevonden in de Cerro Ricco (Rijke Berg). Na de ontdekking van zilvererts was het niet meer dan logisch dat iedere familie, tewerkgesteld in de mijn (en dan spreek ik wel van de gehele familie, kinderen incluus...) zich vestigde aan de voet van de Cerro Rico. Zo ontstond Potosi in 1545 aan de voet van deze rijke berg.

De rijkdom was ongekend, de Spaanse veroveraars, met in hun zog de Christelijke missionarisen, vormden het stadsbeeld van mijnwerkersbarraken uit tot een indrukwekkend koloniaal stadscentrum met grootse kerken. De populatie steeg bovendien zo indrukwekkend dat het in de 17de eeuw, met een aantal van 200.000 inwoners, het de op een na grootste stad van het Amerikaanse continent was. En natuurlijk zoals het verloopt in elke kolonie werd de grootste zilvervoorraad natuurlijk doorgesluisd naar het land van de veroveraars, Spanje.

Maar tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in de 19de eeuw kende de stad een toenemend verval, vele rijkdommen werden in alle haast nog verscheept naar Europa, daarnaast raakte de aanwezigheid van zilvererts in de Cerro Richo's buikje uitgeput en kende de zilverprijs een steile duik...! Minder werkgelegenheid leidde tot een emigratie van velen met tot gevolg een populatie van slechts 10.000 inwoners. Een genadeslag voor de ooit zo rijke stad Potosi!

Heden is de zilverontginning nog steeds actief en nog altijd op een manier dat elders in de wereld niet meer te van toepassing is, alles word hier nog manueel uitgevoerd. Maar is de aanwezigheid van zilvererts en dus ook de ontdekking ervan eerder gering, doch heeft de de ontginning van mineralen in Cerro Rico nog een ruime toekomst (men hoopt nog zo'n 500 jaar9. Maar toch maakt het dat alternatieven levensnoodzakelijk zijn voor de mensen en de stad (zeker na de volledige uitputting ervan...), en natuurlijk wordt dat opgevuld door een nijverheid dat tegenwoordig overal in derde wereldlanden een serieuze invloed kent...toerisme. En dat is dan ook toevallig onze reden van bezoek aan deze stad

Maar onze deelname aan nog maar eens een toeristische tour werd voorafgegaan door opzoekwerk: aanbevelingen door anderen en rondvraag want zo werd ons geinformeerd dat vele agentschappen weinig belang hechten aan veiligheid in de mijnen, en het laatste dat wij wensen is bedolven raken of omver gereden worden door een volgeladen wagon diep in de mijn...! Eenmaal ene gevonden te hebben die ons overtuigde dat alles verliep volgens de noden van de toeristen begaven we ons naar ons busje waar we in gezelschap waren van 2 noordeburen en 4 gasten uit Israel. Onze eerste stop was een straat vol winkeltjes waar alle benodigdheden, noodzakeijk voor de mijners, te koop aangeboden worden aan de toeristen. Dat je je enkele kleinigheidjes aanschaft is niet verplicht maar word je vriendelijk aangeraden daar de mijners echter alles uit eigen zak moeten aanschaffen, van kledij en werktuigen tot etenswaren en cocabladeren. Terwijl wij Europeanen water, frisdrank en snacks aankochten waren de dynamietstaven het enige waar de Israelieten oog voor hadden met het perspectief om ze nadien te zien exploderen, wat hen al enige rillingen deden verkrijgen. Die Israelieten toch...!!!

Na onze aangepaste kledij aangetrokken te hebben behaven we ons dan eindelijk naar de mijnen. Het was er ongewoon kalm, wat te wijten was aan een voetbaltornooi dat net die maandag plaatsvond tussen de verschillende cooperatieven. Enkel de armsten konden henzelf niet permiteren om een vrije dag in de week te hebben. De sectie die wij bezochten bestond uit een gangencomplex van 4 niveaus waarvan wij er 3 bezochten. Een met momenten claustrofobische ervaring want geregeld moesten we ons al kruipend voortbewegen en de afdalingen waren nauw en uiterst slipperig. Al een geluk dat we in het bezit waren van een helm want de kans op nog meer oneffendheden op mijne bol was reeel, zeker wanneer ik nadien mijn helm in daglicht kan aanschouwen! Op het laagste niveau, hadden we dan uiteindelijk een van de zeldzame aanwezige arbeiders gevonden en konden we aanschouwen hoe ze de stukken zilvererts en mineralen loskappen. Zij hadden trouwens ook het 'geluk' daar zij de meeste van onze meegebrachte 'cadeautjes' in ontvangst konden nemen.

De ondergrondse 'wandeling' werd besloten met een offer aan de rode duivel, El Tio (god van de onderwereld, want de mijn is per slot van rekening onder de grond) door middel van cocabladeren, een brandende sigaret en alcohol van 96% (die ook onze lippen heeft bevochtigd) dit allemaal in de hoop voor een succesvolle en productieve dag. Na uiteindelijk een rondleiding van ruim 2 uur hadden we eindelijk het zalige daglicht weer in het vizier. Het was nodig, de mogelijkheid van te ademen werd belemmerd door de hoge aanwezigheid van stof en de hoogte (we waren op een hoogte van ongeveer 4200 meter...). De tour werd vervolgens helemaal afgesloten met een uitleg over de werking van de klassen: bezitters contra mijners, wat ik enkel simpel kan reduceren tot: het geld komt alleen toe tot de top!

Het was een confronterende ervaring en al zijn de omstandigheden reeds ruime veranderd, toch konden we ons gelijkstellen met de beinvloedde gedachtengang van de jonge rondreizende en nog spiritueel groeiende Erneste Guevarra...!

Nele en Wouter

Geen opmerkingen: