29 maart 2006

Torres del Paine: Het leven zoals het is ... berggeit!

Gedaan met het rustige, gemakkelijke toeristenleventje ... hard labeur staat ons te wachten!!!

Met dezelfde groep (minus één) uit El Calafate namen we de bus zuidwaarts waar we de grens van Argentinië en Chilli oversteken. Ons doel bestond uit het onszelf overtreffen en een meerdaagse trek te ondernemen waar we met de rugzak, volgestouwd met de nodige kledij, slaapzak, tent, vuurtje en eten de ruwe bergpaden gaan bestormen. De plaats van dit gebeuren: het meest populaire en, volgens vele reizigers, één van het meest spectaculaire natuurpark (dit is te relativeren daar het onder de noemer 'subjectief' staat) Torres del Paine, gelegen in het noorden van Chili. Een park waar de besneeuwde bergen omringd worden door turkoise meren, druisende watervallen, kleine riviertjes, ruwe rotsen en duistere bossen.

Eenmaal aangekomen in Puerto Natalas bestond de opdracht, na het zoeken van een hostel, uit navraag van agentschappen die vervoer regelden naar het park en die het gepaste materiaal konden verhuren om dit in goede condities te kunnen uitvoeren. Al heel gauw hadden we de juiste man gevonden die ons de nodige uiteenzetting deed van het te volgen concours, met vele nuttige tips. Het voorziene schema nam een nieuwe wending aan: 4 dagen worden er 6 want de W kreeg nog een staartje. Er restte ons alleen maar een stevige maaltijd, ingesmeerde kuiten en een goede slaap om de daaropvolgende dag vol energie en goede moed aan de trek te beginnen.

Dag 1: donderdag 23 maart

Voorzien was dat de bus ons heel vroeg kwam ophalen aan ons hostel, om ons te af te zetten aan de ingang van de park. In de bijtende koude stonden we reeds met de rugzak geladen wat zenuwachtig op de bus te wachten, mezelf geduld inzingend met 'busje komt zo...'! Maar dat busje kwam maar niet af! Wat bleek, ze hadden ons wel vergeten zeker! Na heel wat heen en weer getelefoneer van onze hulpvaardige hosteleigenaar kwam er dan eindelijk een minibusje ons oppikken; hoe we daar met 8 man en een evenredigheid aan rugzakken konden plaatsnemen was voor ons een raadsel, maar als een blikje sardientjes vertrokken we eindelijk dan maar. Na een tweede, meer confortabele bus startten we onze trekking vanuit het administratiecentrum, een punt die de meeste trekkers gewoon overslaan.
Het was een vrij gemakkelijk bewandelbaar pad met spectaculaire zichten op de bergen en met diepblauwe meren rondom ons en een droge grasbegroeing die onder de zonneschijn een prachtig gouden kleur aannam. Doch werden de condities bemoeilijkt door de weersomstandigheden; zon en regen wisselden elkaar af, met kletsnatte stomende kledij tot gevolg, en harde windrukken brachten ons geheel uit evenwicht. Een gevoel van opluchting overviel ons toen de top van de laatste heuvel werd bereikt en de eerste camping, aan de voet van de bergen, in onze ogen lag te blinken. De korte avond bestond alleen maar uit het bereiden van de maaltijd (rijst, 6 dagen lang, af en toe afgewisseld met pasta), het met smaak nuttigen en de tent inkruipen. Helaas... onze nachtrust, die we zo nodig hebben, werd verstoord door de koude, de harde grond, maar vooral ook door muizen die probeerden onze voorraad energiesnacks te verorberen! De sloebers!!! En ik (wouter) moest dan nog eens 's nachts in die koude mijn 'boodschapje' doen...!!!

Dag 2: Vrijdag 24 maart
Het begin van de W-trek, een wandeling heen en terug (om je wat te kunnen orienteren: het beginpunt van deze trekking was onderaan het linkerbeentje). Met wallen onder de ogen vertrokken we enkel met wat mondvoorraad voor de middag richting de Glacier Grey. Een wandeling langs de flank van het gebergte die ons via het meer Lago Grey (deze naam wordt gewoonweg herleidt naar de kleur van het meer) leidt naar een spectaculaire Gletsjer. Een lastig pad met veel op en neer bemoeilijkt door de ondergrond en alweer de weersomstandigheden... een geluk dat de tenten ter plaatse bleven, zo bleven we gespaard van de mee te sleuren bagage! Maar de ontknoping na een landurige tocht door de dichtbegroeide wouden deed iedere inspanning in het niets verdwijnen. Het in lengte uitgestrekt meer was bezaaid met ijsklompen die langzaam stroomafwaarts dreven, in de verte sloot een muur van ijs het meer af. Het eindoel was in zicht...! Wel, tis te zeggen, dan mochten we weer terug...!

Dag 3: Zaterdag 25 maart
Na een rustigere nacht (deze keer waren we de muizen te slim af, we hebben ze door middel van kruimeltjes doen leiden naar andere tenten...) stond een iets zwaarder dagschema voor de boeg. Gelukkig werd dit opgebeurd door het welgekomen zonnetje die deze keer ons zelden in de steek liet. Een goeie 2 uurtjes goed doorstappen met de torenhoge rugzak naar de volgende camping gelegen aan de voet van de Vallei Valle Frances (midden van de W). Na het uitzoeken van de meest strategische plaats (zo vlak mogelijk en op enige afstand van de kampeergrens om de muizen te ontwijken) om te tent neer te poten stond de doortocht van de vallei al op het programma. Het was een schitterend landschap, omringd door imposante bergen met besneeuwde toppen waar sneeuwlawines voor dagelijks spectakel zorgen. Het druisend geluid van de metershoge watervallen en tal van vogeltjes namen de plaats in van de radio die we anders zo gewend zijn. Vele riviertjes die zich een weg banen tussen de vele rotsblokken gaven ons het water die we zo frequent nodig hadden en bomen verkregen al de eerste herfstkleuren wat een kleurrijk pallet opleverde. Het hoogtepunt echter beleefden we op de bergflank die ons een fantastisch panoramisch zicht gaf... dit konden we niet laten om te bezegenen met een goeie 'druppel' (Linus, je drinkbus is dan toch heel goed van pas gekomen...). Met vleugels daalden we de vallei weer af richting camping

Dag 4: Zondag 26 maart
Dit zou de zwaarste dag moeten zijn. En zo geschiedt, een ganse dag (ongeveer 8 uren) wandelen met de rugzak van de ene camping naar de andere (dit gelegen op ongeveer het midden van het rechter beentje v.d. W). De steile klimmingen deden je kuiten en voeten martelen, terwijl de steile afdalingen je knieën en hielen overbelastten en het klauteren over de rotsblokken je helemaal uit evenwicht bracht. Een parcours die verloopt aan de voet van de bergmassa langs de meren Lago Pehoé en Lago Nordenskjöld om vervolgens de vallei van de Torres te betreden. Een prachtig parcours waar ook de condors ons af en toe verrasten met een indrukwekkende luchtacrobatie (letterlijke 'showbeesten'). Het gevoel van overwinning was in hoge mate aanwezig toen de refugio in de verte aanwezig was, het lopen verliep plotseling heel wat vlotter dan voorheen. Deze afmattende dag vierden we met een lekkere frisse pint, om daarna onze tenten op te zetten, ons hygienisch wat te verzorgen (mijn plan om festivalgewijs als een zwijn het park te verlaten is me dan toch niet gelukt...) en onze maaltijd voor te bereiden. Een heuse verassing kwam uit een onverwachte hoek: de chefkok van de refugio bood ons aan om onze maaltijd, die dagelijks bestond uit voorbereide pasta of rijst in combinatie met verse groenten en tonijn of sardientjes, zelf klaar te maken. Nog nooit hebben zulke pastagerechtjes ons zo gesmaakt...met een combinatie van kruiden en wat van zijn lange ervaringen bracht hij deze maaltijd tot ongekende hoogtes! We sloten onze vermoeiende maar gelaagde dag af met een lekker 'brikje' rode wijn...HEMELS!!!

Dag 5: Maandag 27 maart
Vanaf nu kunnen we het wat rustiger aandoen, de afstanden af te leggen zijn relatief klein. Na het afbreken van ons 'paleis' en ons ontbijt van crackers en musli, hetgeen we al dagen eten, gingen we van start, op weg naar de volgende camping, een goeie 2 uren wandelen met een wat verlichte rugzak (de etenswaren die opgesoupeerd zijn, maken het verschil...). Even relaxen, tent opzetten en lunch, en daarna een heel stevige klim naar de Mirador Las Torres, het uitkijkpunt op de Torres. Eenmaal de top bereikt, maakte de vermoeidheid even plaats voor euforie. Het zicht was spectaculair: 3 steile massieve torens die de aanwezige wolken doorboren, met aan hun voeten een grijsgetint meer. De ultieme beloning na onze geleverde prestaties...!

Dag 6: Dinsdag 28 maart
De terugkeer... maar de mannen onder ons konden het niet laten om in alle vroegte andermaal de top te beklimmen en de spectaculaire zonsopgang, die de torenspitsen een roodgetint kleur meegeven, te aanschouwen. Met enkele lichttoortsen probeerden we de weg naar boven in de duisternis op te klauteren, wat ons nog aardig lukte daar we de dag voordien al dezelfde route hebben verkend. Onszelf opwarmend met een heet kopje thee of een kommetje instantsoep, wachtten we geduldig op de eerste zonnestralen die de torens uit de duisternis onthulden met een warmrode kleur. Maar een wolkenbed strooide roet in het eten, waarna we iets ontgoocheld de afdaling naar de camping terug mochten inzetten, tot hilariteit van de meisjes die kozen om hen nog eens te draaien in hun warme slaapzak...! Wanneer we echter gepakt en gezakt klaarstonden om onze terugtocht naar de uitgang van het park te ondernemen was het alsof den duvel met onze voeten speelden, de hangende wolken rond de torens waren plots helemaal gevaporiseerd, waarna de zon zijn felle lichtstralen op de torens projecteerde! Het was prachtig, en het is zoals ze zeggen: 'beter laat dan nooit'!!! Nog enkele uurtjes wandelen met de rugzak hield ons van de eindstreep van deze harde maar ongelooflijke fantastische ervaring.
We vierden dit dan ook met een heerlijke warme douche gevolgd met een avondje uiteten met de gehele bende, op het menu: reuzegrote zalm met pureepattatjes. Een welgekomen afwisseling van de voorbije maaltijden die bestonden uit rijst en pasta's!!!

Buen provecho!
Nele en Wouter

22 maart 2006

El Calafate...Bewegend blauw ijs!

Na de beestjes op Peninsula Valdes zetten we onze weg verder naar ons volgende natuurlijk wonder (Patagonie is er vol van), namelijk de Perito Moreno Gletsjer in het Parque Nacional de los glaciares.

Het Nationaal park Los Glaciares is een van de vele nationale parken die Argentinie rijk is. Het is gelegen in een gebied die bekend staat als de Austral andes en vormt voor een stuk de grens met Chili. De naam van het NP komt natuurlijk van de talrijke gletsjers die er te vinden zijn (30% van het park bestaat uit ijs), en waarvan de Perito Moreno de meest bekende is (niet de grootste!).

Wat de Perito Moreno zo uniek maakt is niet alleen zijn omvang (45 km lang) en zijn hoogte (50-55m boven water = slechts 10 % van de totale hoogte van de ijsmassa) maar ook het feit dat een van de weinige gletsjers is die nog constant in beweging is, en natuurlijk ook z'n fantastisch blauwe kleur. Dit resulteert in een constant oorverdovend gekraak en losbreken van gigantische blokken ijs. Je kan je al inbeelden dat onze mond meermaals openviel van verbazing. Naast dit immense natuurschoon voel je je echt nietig soms, en zeker als je vanop een bootje naar die gigantische ijsmassa's zit te staren...
En ook de uitvalsbasis naar al dit schoons, El Calafate, is heel bijzonder. Een gezellig stadje, omgeven met een aantal meren en gigantische bergen. Dit is eigenlijk het beeld van wat Patagonie is: veel bergen, water, groen- en geeltinten, beestjes (soort lama's, vogels, struisvogels) overal...

Maar wat voor ons deze trip ook uitzonderlijk maakt was het feit dat we het niet alleen deden. Op onze busrit vanaf Peninsula Valdes naar El Calafate (+/- 22 uur) hadden we intussen een internationaal groepje gevormd waarmee we uiteindelijk 2 weken zijn blijven verdertrekken (lange busritten zijn toch voor iets goed). Twee kleine belgjes, een australisch - engels koppel, 2 duitse meisjes, een fantastische zuid-afrikaan en een zotte fransman: het was een gezellige boel. Lekkere zelfgeprepareerde diners in de hostalletjes, supertours met onze gehuurde wagentjes, samen kijken naar de zonsondergang boven het meer naast ons hostalletje, .... het maakt deze reis zoveel specialer.

Tot de volgende!
Nele en Wouter

19 maart 2006

Puerto Madryn...beestjes, groot en klein aan de Patagonische kust!

Na de intense belevingen in de Argentijnse hoofdstad stond het spijtig afscheid ervan weer voor de deur. Doch, wat ons te wachten stond was veelbelovend. Patagonië is gekend voor de schitterende uiteenlopende landschappen waar eigenaardige gevormde wolken de lucht versieren en zonsopgang en -ondergang de hemel voor geruime tijd pastel inkleuren. De rijke Fauna en Flora nemen hier de bovenhand.
Eerste stop was de kleine kuststad Puerto Madryn, de thuisbasis van de alomtegenwoordige agentschappen die uitstappen aanbieden naar het dichtbij gelegen en de trekpleister van deze anders rustige badplaats, Península Valdés.
Dit schiereiland, sinds 1999 een unesco werelderfgoedplaats, is een belangrijke natuurlijke habitat van vele zeedieren. Het is de thuisbasis van de zuidkaper (Eubalaena australia), een zeldzame walvis, en een voortplantingsgebied voor zeeleeuwen, zeeolifanten en orka's. Ook een kleine kolonie pinguins voelen zich hier thuis.

De aanwezigheid van dit alles is natuurlijk afhankelijk van seizoenen, en ware het niet dat ons bezoekje net buiten de ideale periode viel. De walvissen waren reeds de Atlantische Oceaan ingetrokken, met in hun zog de dolfijnen, en ook het merendeel van de zeeolifanten en de zeeleeuwen vonden het niet nodig om ons te enternainen. Een sprankeltje hoop kwam uit de hoek van de killer wales, betergekend als de orka's (hun naam hadden ze te danken aan hun lunch van nieuwschierige jonge schattige zeeleeuwtjes, door hen gewoon op het strand mee te grabbelen). Maar na enkele uren de horizon bespeuren met de camera op scherp, moesten we met enige ontgoocheling afdruipen naar onze ongeduldig wachtende bus. Hoge verwachtingen scheppen met mooie plaatjes en praatjes zijn geen onontgonnen gebied voor de vele agentschappen.

Dan maar een boottochtje ondernemen om meerdere kleine kolonies zeehonden te verkennen, dolfijntjes zien die ons vergezellen tussen de vele stopplaatsen en in hoogseizoen de walvissen hun overvloed aan water fonteingewijs zien uitspuwen of de bezoekers uitwuiven met hun reuzegrote staartvin. Helaas, ook de dolfijntjes lieten ons in de steek, maar deze keer steelden de pinguins de show. In duizelingwekkend tempo scheerden ze ons bootje voorbij om vervolgens, na een duik hun maaltijd mee te pikken. Dit moesten ze wel met vlerk en snavel verdedigen want meeuwen waren niet vies om te profiteren van een ander z'n hard labeur! De zeeleeuwen, die niet veel anders deden dan zonnebaden, stonden erbij en keken ernaar, brullend van plezier. Ons boottochtje hebben we afgeloten al snorkelend in het ijskoude water, waar we onze zoektocht ingezet hebben naar vis... het feit dat alle grote zeedieren reeds met de horizon verdwenen waren is ons nu gekend, het enige wat te zien was, was een krab...!

Met krabsalade op ons broodje gaan we verder richting het zuiden

Hasta pronto,
Nele en Wouter

16 maart 2006

Buanas Aires...Waar Evita en de tango levendig zijn!

Vanuit het standpunt van een budgettraveller is Buenos Aires de hoofdstad bij uitstek: waar anders kan je een zalig menu eten voor 5euro, een tangoshow meepikken voor 4 euro en slapen in een goed hostal met een verrukkellijk ontbijt voor 6 euro. Een stad naar ons hart, en natuurlijk niet alleen omwille van de lage prijzen maar nog het meest voor de zalige sfeer die in de lucht hangt. Een lekker herfstzonnetje en de ideale muziek zijn de enige ingredienten om mensen spontaan tango te laten dansen op de meest gezellige pleintjes. Een lekker glaasje wijn maakt ons plezier compleet...

Buenos Aires is eigenlijk de meest europese stad van het zuidelijk halfrond met een mix van elegante historische gebouwen en de onvermijdelijke wolkenkrabbers die een hoofdstad moet hebben. Een stad ook waar de porteños (zo noemen de inwoners van BA omwille van de haven) heel fier over zijn, wat duidelijk te merken is aan hun dresscode en uiterlijk. Hoewel de mensen sinds de recessie van 2002 heel wat minder verdienen dan vroeger, en sommigen ook arm geworden zijn, blijven ze hun trots bewaren en gaan ze altijd mooi en elegant gekleed.

Hoewel de stad met z'n suburbs heel uitgestrekt is, is het echte centrum heel compact en heel gestructureerd: (dambordstructuur, zoals de spaanse grootsteden)
* Het hart van de tango situeert zich in San Telmo, volgens ons ook meteen de meest gezellige buurt van de stad. Overal weerklinkt de muziek van groten zoals Carlos Gardel in de bruine en oudste kroegen van de stad, pleintjes zoals Plaza Dorrego worden gebruikt als tangodansvloer en zijn tevens de plaats bij uitstek om terrasjes neer te poten en artisanale producten te verkopen, heel veel goedkope en gezellige hostals in historische gebouwen, massa's ateliers en antiquiteitswinkeltjes, tangoscholen en scholen voor spaanse les, etc.
En natuurlijk was deze beurt ook de meest uitgelezen plek om een tangoshow bij te wonen. Voor zij die BA ooit bezoeken, dit is echt een must: een zalig diner met aansluitend een ideale mix van tangodansen, gezang en milongadansen (de dans van de gaucho's, de cowboys van de pampa). Een avond om niet te vergeten, vooral als je dan ook zelf eens een paar tangopasjes mag uitproberen.

* Wat ook zeker niet mocht ontbreken tijdens ons bezoek aan BA was een voetbalmatch in het gekende stadium van La Boca (we kunnen ons al een aantal jaloerse blikken inbeelden), genoemd naar de buurt waar het gelegen is. La Boca, gelegen aan de monding van de rivier Rio Rachuelo, is de traditionele woonplaats van de arbeiders, de immigranten uit Genua, de vissers en de plek waar de mensen van Buenos Aires elkaar ontmoeten om te dineren en te dansen. De hoofdattractie in deze buurt is het kleurrijke Caminito, een straatje vol kleurrijke van hout gemaakte huizen. Een straatje ook waar de meer bohemian leefstijl tot uiting komt in de manier van tangodansen (zie het tangogedeelte in de film Moulin Rouge) .

* De wijken Palermo, Retiro en Recoleta vormen dan het noordelijke district van Buenos Aires. Dit is het welvarendste en dus ook duurste woongebied en bezigheidsdistrict van de stad. De statige, oude huizen in het gebied zijn rond 1900 gebouwd en tonen de overwegend Franse invloed op de bouwstijl van dit tijdperk. Veel van de oude herenhuizen zijn nu tot ambassades omgebouwd (Frankrijk heeft trouwens de mooiste ambassade van de ganse stad), aangezien weinig porteños het onderhoud van de luxe gebouwen nog kunnen bekostigen. Naast diplomaten zijn er ook veel bekende Argentijnse filmsterren en sportmensen die huizen in Palermo Chico bewonen.
Recoleta is trouwens de plaats waar ook de bekendste vrouw van de stad, Evita Perron, begraven ligt in wat een van de mooiste cementerios van het land is, de begraafplaats voor de welgestelde burgers. Bij ons is het allesbehalve gebruikelijk om begraafplaatsen te bezoeken, hier is het een zondagnamiddagbezigheid. Rustig kuieren tussen de imense graf'monumenten', het is eens iets anders dan koffie drinken met een taartje.

* De meeste bezienswaardigheden echter bevinden zich in het microcentro:
Vooreerst is er Plaza de Mayo waar in mei 1810 de onafhankelijkheid van het land verklaard werd. Dit is één van de mooiste pleinen ter wereld, met prachtige palmen, tuinen, een centraal standbeeld en historische gebouwen uit het koloniale tijdperk rondom. De belangrijkste gebouwen echter zijn het 'Casa Rosada', de zetel van de Argentijnse Regering, volledig in roze geschilderd en met het gekende balkon van waarop Evita haar volk toesprak, en de 'Catedral Metropolitana' waar het graf van Jose de San Martin (de bevrijder van Argentinie, Chili en Bolivie) ligt.
Vervolgens is er Avenida 9 de Julio die sinds 1936 de breedste laan ter wereld is, de stoepen liggen bijna 140 meter uit elkaar. Talloze oude gebouwen zijn in de jaren '30 afgebroken om deze avenida te bouwen. Deze laan wordt vooral ook gekenmerkt door de metershoge witte obelisk die je uit vele delen van de stad kunt zien.

Met toch wel een beetje pijn in ons hart, miljoenen regendruppels op ons hoofd (jawel, hier is het herfst), maar met de belofte aan onszelf dat we ooit terugkomen, hebben we afscheid genomen van wat voor ons de meest fantastische hoofdstad is die we ooit bezocht hebben.

Nu trekken we richting de natuurparken van Patagonie, bijna het einde van de wereld, dus het zal nog iets langer duren eer de volgende berichtjes volgen.

Ciao cariños,
Nele en Wouter

6 maart 2006

Iguaçu

Een natuurlijke grens, scheidt Brazilië met Argentinië. Vormgegeven als een rivier, genaamd rio Iguaçu, krult ze door het subtropisch regenwoud. Ondanks zijn invloed op de plaatselijke natuur is het gebied al voor een goot stuk ontbost, wat de mogelijkheid bood voor stedenvorming en vooral landbouw. Heden neemt de beschermig van dit natuurpark, P.N do Iguaçu genaamd, prioritaire vormen aan zodat het herstel van de Fauna en Flora weer een ecologisch aanvaardbaar peil aanneemt.

Maar wat natuurlijk de blikvangers zijn, die miljoenen toeristen doet lokken, zijn de cataratas do Iguaçu. Deze watervallen, verborgen in het uitgestrekte woud maar spijtig genoeg niet verborgen genoeg voor de tientallen overvolle bussen, worden aanzien als de meest spectaculaire op onze aarbol. En dat was al meteen duidelijk alleen al door het geluid dat al van ver te horen is, maar het daarna aanschouwen van dit stukje natuurschoon was letterlijk en figuurlijk werkelijk oogverblindend. Over een afstand van 3000 meter situeren er zich tientallen watervallen, de ene al wa groter dan de andere maar als onklopbare staat de Garganta do Diabolo (keel van de duivel) op het hoogste schavotje. En de naam duivel is hier ook heel toepasselijk als ge ziet welke massa water, onderhevig aan de zwaartekracht, 80 meter diep naar beneden "gespuwd" wordt (mijn ergste ervaringen van te pintelieren de hele nacht lang vervalt in het niets...) is overdonderend.

Het ontstaan van deze watervallen heeft ook een tragische geschiedenis met zich mee, volgens de legende van Guaraní. Toen een jong meisje, waar een god (in het filmtje vormgegeven als een reuzegrote slang) tot over zijn oren verliefd op was, ontsnapte met een stoere welgevormde krijger (de kenmerken komen me gekend voor...) aan de hand van een bootje, liet die slang uit razernij de aarde opensplijten waardoor de rivier gedeeltelijk wegzakte. Het bootje viel de dieperik in, waar het lichaam van het meisje veranderde in een rotsblok. De krijger bleef ergens halverwege hangen en veranderde in een boom die zijn gevallen liefde aanschouwt.

Het park is aan beide zijden toegangbaar, een panoramisch overzicht verkrijg je aan de Braziliaanse kant, aan de Argentijnse kant kan men tussen, boven en aan de voet van de watervallen gaan wandelen. Maar de keuze om vroegstondig dit alles te gaan bezoeken is hier aan te raden want de lading toeristen die iets later gedropt worden zorgt voor een heus pretparkgevoel.

Aan de Braziliaanse kant kan de combinatie van de watervallen met de Itaipu Hydraulische electriciteitscentrale sterk aanbevolen worden. Een massieve dam die alle records breekt, en die zelfs in de nabije toekomst nog zal groeien. Het bezorgt energie ongeveer voor heel Paraguay en een kwart voor Brazilië, en is dan ook de grootste in zijn soort te vinden op aarde. De kracht is te vergelijken met 40 keer dat van de nabijgelegen watervallen. Een werkelijk hoogstaand stukje moderne Technologie die dan ook opgenomen is als een van de 7 wereldwonderen van de 21e eeuw.

Geniet mee aan de hand van de foto's want de pracht van die watervallen is moeilijk in woorden te vatten.

Hasta pronto
Nele en Wouter

4 maart 2006

Brasilia...De natte droom van elke architect!

Na de drukte van het carnaval zijn we de bus op gevlucht richting de hoofdstad Brasilia. De derde braziliaanse hoofdstad in slechts 120 jaar en voorlopig onze laatste stop in Brazilie voor we naar het land van de Tango trekken. We keken er echt naar uit, vooral omdat het een plaats is die backpackers liever overslaan wegens het gebrek aan natuur en partycultuur. Zelfs de lonely planet wijdt er slechts 1 pagina aan. Nu soit, efkes off the beaten track kan deugd doen.

Maar we keken er dus naar uit na het uitputtende carnaval in Salvador. Dorie, stak de bus daar wel geen stokje voor zekers. De rit ging 20 a 22 uur duren, wat al bij al meevalt niewaar. Ware het niet dat de eerste bus ineens motorproblemen kreeg. Na een 2tal uur sukkelen kwam er ineens een vervangbus. Over een vertraging van 2 uur gaan we niet klagen e. Maar ook met de 2e bus ging het fout. Hoewel Brasilia een architecturaal hoogstandje is, zijn de wegen er naartoe dat allesbehalve met een klapband tot gevolg. Goddank hadden we een koele chauffeur die gans het boeltje toch redelijk heeft kunnen redden. Nog 2 uur aan 10km/uur verdergesukkeld in een scheve bus en na nog eens 2uur wachten in een godvergeten gat kwam de reddende derde bus. 7 uur vertraging was het verdikt. Op zich niet zo erg, tenzij je in een gigantische stad zonder straatnamen arriveert om 11u s avonds . Nu, al bij al zijn we in een rustige pousada terechtgekomen en konden we eindelijk genieten van een stad waar niemand naartoe wil.

Brasilia wordt beschouwd als een van de meest opmerkelijke creaties van de 20e eeuw. De belofte van president Juscelino Kubitschek om de hoofdstad te verhuizen van de kust naar het meer centrale plateau van Goias werd door het ingenieuze werk van 2 architecten, Lucio Costa (die vooral zorgde voor het stedebouwkundig plan) en Oscar Niemeyer (die de meest fantastische en gigantische monumentale gebouwen bedacht), en een ingenieur, Israel Pinheiro, in slechts 3 jaar gerealiseerd. In 1957 werd met de bouw van de op in- vlucht- zijnde- vogel lijkende stad gestart om deze op 20 april 1960 plechtig in te wijden als de nieuwe hoofdstad van Zuidamerika's grootste land. Brasilia moest als nieuwe, neutrale hoofdstad van het land dienen en het moest ook de ecomische ontwikkeling van deze streek meer ontwikkelen.

Voor veel inwoners is Brasília echter niet meer dan een werkstad die ze in het weekend maar al te graag ontvluchten. Door de hoge mate van planning en organisatie (elke economische bezigheid heeft zijn eigen gebied in de stad: bv een bankdistrict, een hoteldistrict, een cultuurwijk, ambassadewijk, wijk met (sport)clubs, alle straten hebben nummers en een paar lettertjes ipv namen etc) en de grote afstanden is de stad eigenlijk onleefbaar, tenzij men bereid is elke dag grote afstanden te rijden met de auto. Nu soit, als je echt wilt, lukt het te voet ook wel hoor. Met blaren en zere kuiten tot gevolg...

Voor ons was het een fijne ervaring na de drukte aan de kust. En meermaals stonden we met open mond te staren naar de architecturale hoogstandjes: bijna zwevende gebouwen, gigantische bruggen, gebouwen als een voetbal, kerken in de vorm van een vlam, etc.

Adios Brasil y hasta pronto!

Wouter en Nele

2 maart 2006

Salvador...Waar de Afrikaanse roots nog levendig zijn!

Salvador, de allereerste hoofdstad, waar de suikerplantages plaats maakten voor de mooiste kathedralen, gesitueerd in een prachtig historisch centrum.

Tijdens de 16de eeuw, wanneer de suiker-en tabacoplantages zorgden voor de voornaamste economische groei in Brazilië, kwam er een ware volksverhuizing op gang. Het is te zeggen, inwoners over geheel Afrika werden gedwongen meegenomen om als slaven te werken in die florerende sectoren. Na de lange onderdrukking echter door de koloniale heersers, bloeide deze Afrikaanse-Braziliaanse gemeenschap helemaal op na het einde van de slavernij, wat zich reflecteert in het Salvador van vandaag. Dit is te herkennen in bijna elk cultureel onderdeel in de provincie Bahia. Zo zijn er de exotische specialiteiten die de bahiaanse keuken tot een van de smaakvollere van dit land maken, gefusioneerde muziekstijlen waarbij percussie het voornaamste onderdeel is en verschillende vormen van Capoeira, een mix van dans en gevecht. Een andere expressievorm is de Candomblé, een religieuze ritueel.

Vandaag, herbergen koloniale gebouwen Afrikaanse kunst, worden verschillende ceremonies uitgevoerd aan de trappen van barokke kerken en dansen jongeren de capoeira op de blanke stranden.

Salvador wordt nog altijd gezien als de culture hoofdstad van Brazilië. Dit hebben we jammergenoeg te weinig ervaren doordat bijna alle bezienswaardigheden gesloten en zelfs gebarricadeerd waren omwille van het carnaval. Een reden om terug te gaan?


Hasta muy pronto!
Nele en Wouter

1 maart 2006

CARNAVAL

Zoals waarschijnlijk al velen weten, het vieren van carnaval in Brazilë (naast de wereldbeker voetbal het belangrijkste gebeuren) gingen wij ondernemen in Salvador. De keuze om in Rio als toeschouwer een parade van elk-deeltje-van-het-lichaam-dansende schonen met als enige klederdracht pluimen in elke kleur van de regenboog (een ideetje voor een nieuwe outfit voor de Zannekin....?) te aanschouwen of zelf deelnemen aan het hele gebeuren door zelf mee te gaan, of beter gezegd been-en-kont schuddend de 4 km lange parade af te dansen, tussen de knappe braziliaanse meiden was hartverscheurend. De timing en ook uiteindelijk het concept deed ons prefereren naar het 2de grootste, maar naar de mening van vele jongeren het beste carnaval van Brazilië. En de keuze was al meteen gerechtvaardigd, het was een geweldige bruisende party, en dat een week lang...!

We hebben getracht elk facet van dit gebeuren te ondergaan. De kleine familiale festiviteiten in het oogstrelend historisch gedeelte, Pelourinho. het bood een variërend programma zoals Samba (dan toch nog pluimen gezien...), Afro-brasiliaanse dansen waar jong en oud in kleurrijke outfits traditionele choreografie voortbrengen (te vergelijken met afrikaanse dans maar dan met een met een vleugje Brasil), Capoeira waar de bewegingen acrobatische gevechten zijn zonder elkaar te raken (gecreeërd door de slaven om hun meester te bekampen) en enkele muzikale blaas- en percussie groepjes die hun instrument als bezetenen bespelen.
Daarnaast heb je natuurlijk het groots gebeuren dat 2 tot 3 miljoen feestvierders, gespreid over een week, doet lokken: het straatcarnaval, gigantische trucks met daarbovenop enkele vedetten met serieuze stembanden gesteund door serieus enthousiaste "muziekkorpsen". Dit alles wordt ondersteund door een batterij boksen die een hoeveelheid watt de straten injaagt die de omliggende gebouwen enkele centimeters doet omhoogwippen (zo staan de saaie pieten in hun miljoenenappartementje toch ook te shaken...). Rond iedere truck wordt door middel van een touw de blocos gevormd waarin iedereen die in het bezit is van een bepaalde T-shirt beschermd wordt tegen de buitenstaande massa, de pipoca (be popcorn...) genoemd. Een fantastische belevenis, 4 km lang dansen onder de ritmes van axé en pagode. Ik kon een half uur nie slapen van pijnsteken in mijn nog natrillende voet...! Om op nog een veiligere plaats het carnaval te beleven en ook elke bloco te ervaren is er nog de mogelijkheid om tickets te kopen voor een camorate, een met stellingen opgezet blok aan de kant van de appartementen (meestal een uitbreiding ervan) die een mooi zicht levert op de aankomende .
Een unieke belevenis, de ultieme party...

Nele en Wouter