25 april 2006

Copacabana...Waar de zon zijn stralen voor het allereerst heeft neergeworpen!

Na een kleine maar boeiende 5 uur durende busrit kwamen we aan in de kleine badstad, Copacabana gelegen aan het hoogst bevaarbaar meer ter wereld (3820m hoogte): Lago Titicaca.

Een boeiende busrit daar talloze taferelen net als honderden jaren geleden, gesitueerd rond het Titcaca-meer met het besneeuwde hooggebergte op de achtergrond, ons vensterraam passeerden: soort kooien half drijvend op het wateroppervlakte met visvangst als functie , een uit riet vervaardigde cano die vakkundig werd gevlochten door enkele mannen, hele families (volledig in traditionele klederdracht) hun akkers bewerkend en dat in het bijzijn van enkele rustig grazende koeien en ezeltjes, etc. Daarnaast zorgde ook een ongewone overzetdienst (onze bestemming is gelegen op een schiereiland) voor enige hilariteit onder de reizigers. Deze onderneming bestond in het overbrengen van enerzijds de reizigers op een motorboot en anderzijds de bus op een lange sloep. Sightseeing lieten we aan ons voorbijgaan en we kozen eerder voor het angstvallig gadeslaan van die toch wel héél laag varende overzetsloep met onze bus en bagage op. Helemaal verrast werden we door een opstand van de landbouwers tegens de busmaatschappijen. Wegens hun lage inkomen kunnen ze het moeilijk permiteren nog een ticket te kopen! Het bezorgde ons enkel een vertraging van een klein uurtje en sympathie voor de actienemers.

Eenmaal aangekomen, viel ons al meteen de aangename rustige atmosfeer op die dit stadje, gelegen in een baai, uitstraalde! Geleid door een boliviaanse knaap zochten we de hostel op waar onze Deense vrienden ons ging opwachten. Al gauw bleek dat ze hun activiteit van 'elk uur gaan checken of we aangekomen waren' hadden opgeven met de veronderstelling dat we onze bus veel later hadden genomen dan afgesproken uit La Paz. Ze waren ons daarentegen gaan opwachten boven op de Camarín de la Virgin, waar de houten Virgen de Copacabana gehuisvest is, om de zonsondergang te aanschouwen. Helemaal boven geraakten we niet meer waardoor we halweg de rots onze tocht staakten om toch ook nog te kunnen genieten van een enig mooie zonsondergang boven het meer!

De naam die dit stadje draagt is te danken aan de interpretatie van de Spanjaarden. De oorspronkelijke benaming van deze plaats werd voorafgegaan door Kutha Kahuaña wat in het Aymara zoveel betekend als "panorama op het meer". De Spaanse invallers hebben dit dan maar herleid tot Copacabana!

In de 16de eeuw presenteerde Copacabana de afbeelding van de Maagd van Candelaria, heden de patroonheilige van Bolivië, en werden er enkele mirakels tot stand gebracht. Dat bracht natuurlijk een hele toestroom van pelgrims tot stand. Een reuzegrote cathedraal werd hier dan ook neergepoot ter opvang. In het daarnaast gelegen Capela de Velas worden er dan ook naar hartelust kaarsjes aangestoken met de hoop ieders wens vervuld te zien. We hebben hier dan ook gebruik van gemaakt hetzelfde te doen!

Maar deze streek was ook voor groot belang voor de Incas. Wat verder gelegen in het meer zijn er de 2 eilanden, Isla del sol en Isla de la Luna.
De mythe gaat hier dat Isla del Sol de geboorteplaats is van de zon. De alleereerste verschijning van de gebaarde witte God Viracocha, gepaard met de geboorte van de allereerste Incas, Manco Capac en zijn zuster/vrouw Mama Huaca, zou hier plaatsgevonden hebben. Op het eiland zijn dan ook enkele heilige plaatsen en ruïnes te vinden. Op het zuiderlijk gedeelte van dit eiland bevindt zich bijvoorbeeld het Chincana complex, een ceremoniële plaats waar de maagden van de zon geofferd werden rechttegenover de heilige Puma rock tere ere van de Zonnegod. Deze plaats werd ook na de Inca periode en zelfs nog tot op heden gebruikt om llama's te offeren...! Op het noordelijk gedeelte bevindt er zich een 1000 treden tellende Inca-weg die leidde naar een fontein! Een fikse wandeling dwars over het eiland was dus in het verschiet wat ook meteen een goeie oefening was voor de komende Inca-trail!

Op een 'steenworp' afstand van Isla del Sol kon men een ander, kleiner eiland waarnemen, die een onafsheidelijke band bevat in de mythe der Inca's. Het werd Isla de la Luna genaamd en hier werden als het ware de maagden van de zon vastgehouden.

Met al een kleine voorstelling van demachtige mysterieuze Inca geschiedenis in het achterhoofd kunnen we ons eindelijk begeven naar het hart van dit voormalig rijk... Cusco!

Nele en Wouter

22 april 2006

La Paz... Een hoofdstad op ijle hoogte!

Door ons fantastisch avontuur in Salar d'Uyuni waren we uiteindelijk in ons vierde land, Bolivië, aanbeland. En gezien Uyuni zelf niet zoveel te bieden heeft besloten we, na afscheid te nemen van onze nieuwe belgische vrienden, om snel door te reizen naar La Paz.

La Paz is de bestuurlijke hoofdstad van Bolivie. Bij de volkstelling van 2001 bestond de stad uit ongeveer 1 miljoen inwoners. Vandaag zijn het er wellicht een half miljoen meer. La Paz ligt in een diep dal, op een hoogte van 3600m waardoor het hiermee de hoogste hoofdstad ter wereld is. Naast La Paz ligt de hoogvlakte Altiplano waar ook de internationale luchthaven van La Paz, El Alto gelegen is. De stad werd in 1548 gesticht door Alonso de Mendoza, op de plaats van de inheemse nederzetting Chuquiago en heette oorspronkelijk Nuestre Senora de La Paz (Onze Lieve Vrouwe van de Vrede).
La Paz werd in 1898 de de facto zetel van de nationale overheid, terwijl Sucre in naam de hoofdstad bleef. Deze verandering was het gevolg van de overgang van de Boliviaanse economie afhankelijk van de grotendeels uitgeputte zilvermijnen van Potosi naar de exploitatie van tin bij Oruro, en op de resulterende veranderingen in de distributie van de economische en politieke invloed van de diverse nationale elites.

Het centrum van de stad is modern, met internationale hotels, restaurants, banken en wolkenkrabbers, druk verkeer en grote winkelcentra. In de lagere delen van de stad liggen de duurdere wijken, ook omdat daar een aangenamere temperatuur heerst. In de regel geldt, dat hoe hoger je komt, des te armer is de bevolking. El Alto daarentegen is een van de armste stadsdelen, waar een hoge werkloosheid is en een hoog analfabetisme. Veel landbouwers, mijnwerkers en boeren zijn in de loop der tijd van het platteland naar de stad getrokken, op zoek naar werk.

La Paz wordt in tweeën gedeeld door de hoofdstraat, die bij de inwoners bekend staat als de El Prado. Ten noorden van deze straat ligt het koloniale centrum met een rechthoekig stratenplan. Ten zuiden van de El Prado wonen vooral Aymará-Indianen in een oud centrum met nauwe straatjes en steegjes, waarin je al snel verdwaalt. Bezienswaardigheden zijn onder meer de Cathedral, de grootste kerk van La Paz, het Museo Nacional de Arta, met oude en nieuwe kunst, het plein Plaza san Francisco, waar alle belangrijke gebouwen gevestigd zijn, en de drukke winkelstraat El Prado. Daarnaast is ook een bezoek aan de verschillende markten aan te raden. Er zijn markten met groente, huishoudelijke artikelen, ijzerwaren en elektronica. Op de markt worden vaak afwijkende gewichtsmaten gehanteerd. Als je aardappels of fruit wilt kopen doe je dat per montón of hoopje en per canasta, hetgeen een mandje vol betekent.

Een heel speciale markt is wel El Mercado de Brujas, de heksenmarkt. Brujas betekent heksen, waarmee de verkopers en apothekers van medicijnen worden bedoeld. Je kunt er medicinale kruiden en mineralen kopen, die een helende werking hebben. Als je ziek bent, kun je te rade gaan bij genezers, de curanderos, die op de markt rondlopen. Bolivianen kopen vaak een talisman om hen te beschermen tegen kwade invloeden. Er worden ook Lamafoetussen (Niet echt een aangenaam beeld) te koop aangeboden, die onder de deurpost moeten worden begraven en zo de inwoners beschermen tegen het onheil. Sorry voor diegenen die hierin geïnteresseerd zouden zijn, zoiets nemen we niet mee in onze rugzak. :-)
Amuletten worden gevuld met geheimzinnige stoffen om boze geesten te verjagen. De bevolking heeft nu eenmaal een sterk geloof in deze oude riten en gebruiken, vaak nog meer dan de moderne geneeskunde.

Voorlopig hebben we eigenlijk nog niet zoveel gezien in La Paz, met uitzondering van de belangrijke gebouwen op Plaza San Francisco en de 4 gekende musea in Calle Jaen, een gezellig straatje dat men momenteel volledig aan het renoveren is. Andere musea waren jammergenoeg allemaal gesloten wegens renovatiewerken overal in de stad. De reden waarom we eigenlijk niet zoveel gezien hebben is omdat we na ons kortstondig bezoek aan Peru, wegens een vervroegde Incatrail (waarover later meer), we in mei terugkeren naar Bolivie en sowieso door de hoofdstad moeten. Vandaar besloten we om gewoon een aantal dagjes rond te kuieren en te relaxen, want na het rushen door Argentinië de laatste weken bleek dat een welgekomen afwisseling. Bovendien bleek het voor Wouter zijn maag ook nodig om het even rustig aan te doen, hij heeft namelijk het 'geluk' gehad een ganse dag in zijn bed (met af en toe een uitstapje naar het kleinste vertrekje) te mogen doorbrengen. Blijkbaar is het eten toch niet altijd even gezond en ook al wassen we onze handen constant, het is geen garantie dat we gespaard blijven van de bekende reizigersziekte. Nu soit, na een dagje rusten en het nuttigen van verscheidene 'Mate's de Coca' (wees gerust, hier wordt het enkel gebruikt voor medicinale doeleinden en het is volledig legaal) was hij gelukkig weer op de been en konden we op ons gemak een eerste blik werpen op wat voor ons een heel gezellige stad is. Later dan ook meer over deze stad.

Met dit tekstje willen we ook graag iedereen geruststellen wat de veiligheid betreft in Bolivie en meerbepaald La Paz. We weten dat het ook in het Belgisch nieuws geweest is van het ongelukkig voorval met een Oostenrijks koppel, maar wees gerust, de politie is nu nog meer aanwezig dan voordien. Bij onze aankomst aan de busterminal vroegen ze ons zelf waar we naartoe moesten om te zien of je wel een veilige buurt had uitgekozen voor je hostal en ook om de taxi's te tracen (aan de hand van hun nummer) of ze niet al te lang wegblijven. Ook in de hostals zelf doen ze alle moeite om je een veilig gevoel te geven (ze bellen spontaan een radiotaxi wat veel veiliger is) en ook geven ze je bij aankomst alle nodige richtlijnen om zo min mogelijk lastig gevallen te worden. Bovendien zijn we met ons tweetjes (we zorgen heel goed voor elkaar), proberen we zo onopvallend mogelijk te doen en bijna constant reizen we nog met andere backpackers wat mensen met ongure gedachten meestal afschrikt. Don't worry dus...

Met vers opgeladen batterijtjes trekken we verder richting Peru...

Hasta la proxima!
Nele en Wouter

19 april 2006

Salar de Uyuni... Moet er nog zout zijn?

Het was alweer vroeg opstaan geblazen, als echte West-Europeanen is het onze verplichting om op tijd aanwezig te zijn, dit vertaald in 10 minutjes voor tijd... (de constatie is hier treffend dat onze familie, en ik incluus, uitzonderingen zijn en eerder van het zuiderlijk halfrond afkomstig zijn) wat me hier aardig lukt, weliswaar onder lichte druk van mijn plichtbewuste vriendin. Vlug nog wat inkopen doen, om niet om te komen van honger en dorst, het is uiteindelijk een tocht door de woestijn (we hadden nog tijd over...) om ons daarna gauw naar de agency te begeven. Tot onze grote verbazing stond de bus, die ons naar de grenspost en vervolgens naar onze terreinwagens moest brengen, al 5 minuten ongeduldig op volle toeren te draaien! Een ongewone situatie voor dit werelddeel...! Met rode wangetjes startten we richting Bolivie om een fantatische 3-daagse te beleven door de woestijn en af te sluiten met het hoogtepunt van deze trip, het zoutmeer 'Salar de Uyuni'.

Voorbij de douane van Chili en Bolivie zetten we koers richting Laguna Blanca en Laguna Verde (door het aanwezige magnesium, calciumcarbonaat, lood en arseen verkrijgt het meer een prachtig groene kleur), gelegen aan de voet van de vulkaan Licancabur (hoogte = 5916 m) om ginds een ontbijt te kunnen nuttigen (nergens te vinden in onze brochure maar toch welgekomen, doch daar stonden we dan met ons ontbijt net gekocht) en kennis te maken met onze gids die ons met al zijn kunde ons zal moeten leiden door de zanderige geimproviseerde wegen, en dan liefst toch nog met enige uitleg!

Nu kon onze rit eindelijk echt beginnen, met de rugzakken boven ons hoofd (Op het dak om precies te zijn) snelden we, samen met de andere belgen, Petra en David, en een ietwat saai Zwitsers koppel naar onze volgende halte: Termas de Polques, waar we een heerlijke ochtendduik konden nemen in de warme baden die een gezellige temperatuur van rond de 30ºC gaven. De 2 mannen onder ons konden het niet laten de kleren los te rukken en in een mum van tijd spurtten we de hot springs in. De vrouwen stonden erbij en keken ernaar, nog steeds onder indruk van deze mannelijke gecurvde verschijning...! Veel tijd om te genieten hadden we niet daar de gids al gas gevend ons duidelijk wil maken dat hij gauw de volgende bestemming wil bereiken.

Onze tocht door de Altiplano was als een constante fotoreeks: surrealistische landschappen wisselden zich af en elk streden ze naar de titel van 'miss dessert'... We wisten niet waar eerst te kijken. Zelfs de Spaanse meesterschilder, Salvador Dali vond er zijn inspiratie met tot gevolg dat het stukje woestijn zelfs naar zijn naam benoemd is (zie het bekende schilderij met de horloges die afglijden van onregelmatige rotsblokken). De volgende bestemming waren de geisers gelegen op de 4950m hoge Sol de Mañana. Dit vulkanisch verschijnsel spuwt hete sulferachtige stoom en een modder die overal een verschillende kleur waarneemt. Indrukwekkend zicht maar de aanwezigheid kan gevaarlijk zijn doordat op verscheidene plaatsen de aardbodem fragiele vormen aantoont en de stoom een verstikkend effect heeft. Bovendien maakt het geurtje van rotte eieren het ook niet echt aangenaam.
Onze eindhalte voor de eerste dag is Laguna Colorado, waar onze slaapplaatsen ons worden aangeduid. Op onze flyer staat beschreven 'basic', wel... de flyer beschrijft het juist...! Na onze rugzakken een plaatsje te geven worden we getrakteerd op een 'namiddagmaal': 2 oude vrouwtjes serveerden ons eten dat dan toch beter was dan eerst gevreesd. Hoe ze dit klaarspelen willen we niet weten, de keuken van enkele vierkente meters groot is niet in het bezit van de meest nodige eigenschappen die een keuken zou moeten hebben: elektriciteit en stromend water. Met gevulde maag waagden we ons dan aan een wandeling langs het meer waar duizenden Flamingo´s het wateroppervlak afschuimen naar de algen die het meer die uitdrukkelijk rode kleur geven. Makkelijk ging het alvast niet want iedere inspanning op het 4278m hoog gelegen gebied koste heel wat energie! Maar de moeite loonde zeker, de plaatselijke roosgekleurde bewoners trakteerden ons op prachtige natuurtaferelen waar we uren konden van genieten. We volgden het voorbeeld van de ondergaande zon en begaven ons naar de kampbasis om te genieten van ons avondmaal en vervolgens doodmoe te schuilen voor de koude nacht die soms een duik neemt tot -20ºC. Een goede slaapzak is hier duidelijk aangewezen...!

Het was weer vroeg dag, nog voor de zon zijn gouden stralen kon werpen op het meer en de omringende bergen begonnen we onze rugzak te maken en konden we daarna genieten van een lekker ontbijt met verse roereitjes. Na het bedanken van de oude damekes en de rondhuppelende kippen die zonder te veel protest hun bijdrage hebben geleverd, zetten we weer koers voor een dag vol bezienswaardigheden.
Net als de dag voordien waren surrealistische verschijningen de algemene norm, en het werd nog onwaarschijnlijker toen de arbol de piedra in ons vizier kwam. Dit vulkanische gesteente onderging door winderosie een metamorfose waardoor het lijkt een boom te zijn, soortgenootjes ondervonden hetzelfde met dit verschil dat het eerder afbeeldingen zijn van dieren. Daarna stonden er een reeks meren op ons programma die samen de lagunas Altiplanicos genaamd worden. Elk in een blanke kleur dankzij de borax die er te vinden is en bewoond door tientallen Flamingos.

Ondertussen begon ons maagske alweer te grommen, en konden we beginnen aan een reeks bergdorpjes waar traditie en cultuur nog erg levendig zijn, maar stilaan toch het hoofd moeten bieden aan het toerisme en de daarmee gepaard gaande ziekte: de Coca-Cola Compagny heeft ook hier zijn intrede reeds gedaan, ook moeten er vaak enkele Bolivianos (munteenheid van Bolivië) afgegeven worden als je de plaatselijke bevolking of zelfs enkele lama´s op de gevoelige plaat wilt zetten...! Doch is het genieten geblazen van deze kleurrijke taferelen die in de Westerse wereld niet meer denkbaar zijn. Onze tweede dag werd beëindigd in het stadje, waarvan het zoutmeer de naam draagt: Uyuni, die maar weinig charme uitstraalt. Het straatbeeld doet stoffig en arm aan. Zoutwinning is er de voornaamste bezigheid en toeristisch is het enkel een doorgangsluis voor de 3-daagse tocht. De neiging om een dagje extra in te lassen na de tocht om wat uit te rusten en de batterijen te herladen, werd al gauw uit onze planning geschrapt...!

De 3de en dan ook de laatste dag wordt ingezet met een stralend zonnetje, een aangename temperatuur en een ontbijt pas om 9.00h... eindelijk kunnen we wat slaap inhalen. De reden waarom we in Uyuni moesten overnachten en niet in een hotel vlak aan de Salar, zoals eerst was afgesproken met het agentschap, is ons nu dan ook meteen duidelijk: de landcruisers waarmee door de woestijn gescheurd wordt, worden gespaard daar de wagens veel afzien door het zout. Dus stond er voor onze neus dan ook een bijna aftandse landcruiser en een andere gids om ons de rondrit te bieden door de immense zoutvlakte. Iets verderop zagen we onze eerste gids een nieuwe lading toeristen onze voormalige wagen inladen.
Onze eerste halte was een klein dorpje net aan de Salar, een vestiging waar vele families hun brood verdienen met de zoutwinning. Iedere lid van de familie heeft dan ook zijn functie binnen deze kleine bedrijfjes en is er geen sprake van emigratie. Alles wordt hier ook nog steeds met de hand verricht: met een schop worden hoopjes afgeschraapt en vervolgens op de vrachtwagen geladen. Dit wordt naar de dorpjes getransporteerd en afgeladen, nadien wordt dit gedroogd in de oven, fijngemalen en verpakt. Dit alles is een relatief lang proces en bezorgt de families niet het verhoopte inkomen waardoor ze verplicht zijn nevenactiviteiten op te starten, dit vertaald zich in souveniers uit zout en het nabijgelegen zoutmuseum.

Eenmaal terug in de landcruiser gestapt reden we eindelijk richting wat voor ons het hoogtepunt zou moeten zijn: Salar de Uyuni, een zoutvlakte van maar liefst 12.000km2 groot (ter verglijking: Vlaanderen is 13.500km2 groot) op een hoogte van 3650 m. Het omvat naar schatting een 10 miljard ton zout waarvan er maar 25.000 ton gewonnen wordt voor consumptie. Een schitterend spektakel: uren rijden in een witte vlakte met een onveranderende witte horizon, kristaliserende zeshoeken die het oppervlakte een cracklerend effect geven, een hotel te midden in de Salar geconstrueerd in zoutblokken en waarvan alle meubilair uit hetzelfde matriaal ontworpen is en eilanden met een vegetatie enkel en alleen maar van reuzegrote cactussen. Eén eiland, Isla de pescado genaamd (door de weerspiegeling had het in de verte de vorm als een vis...) te midden van de vlakte was onze stopplaats voor de lunch waarna we het gehele eiland konden verkennen. Het contrast van de groengele cactussen die boven ons uittorenden met het wit op de achtergrond was adembenemend. De indrukwekkendste en dan ook de bompa der cactussen was 120 jaar oud en kon dus pochen met een hoogte van 12 meter. Daarna restte er ons alleen nog maar tijd om wat te experimenteren met de digitale camera, daar de uitgestrekte witte vlakte een diepte-elusie teweegbrengt.

Op de terugweg werden we nog getrakteerd op een bezoekje aan het treinkerkhof aan de rand van Uyuni gelegen, wat een desolate indruk gaf.

Een onvergetelijke ervaring...

mucho saludas,
Nele en Wouter

16 april 2006

San Pedro de Atacama... Haute cuisine in de woestijn!

Na 2 dagjes rondkuieren in Salta mochten we nog eens vroeg opstaan om de bus te nemen naar ons volgende land, voor even dan toch. We trokken namelijk voor een paar dagen naar San Pedro de Atacama, een dorpje aan de rand van de droogste woestijn ter wereld, de Atacama woestijn in Chili (zie ook de film 'Los diarios de mi motocicleta' over de reis van Che Guevarra)

En wat voor een busrit... een prachtig landschap zijn we doorgereden. Over een eindeloze zigzag weg (met de nodige gevolgen voor Nele's maag en darmen) gaat het 2000m omhoog naar de Argentijnse hoogvlakte, die bestaat uit uitgestrekte vlaktes met gele graspollen en groepjes grazende vicunhas, een soort kruising tussen een lama en een hert. We steken een stel grote zoutvlakten over, over een dijk die dwars door de perfect witte vlakte loopt en passeren bergen met de meest onmogelijke kleurschakeringen, varierend van groen tot rood. Na het nuttigen van een lichte lunch (enkel voor wouter want Nele's darmen lagen nog altijd in de knoop) en ons een aantal uren zitten vergapen aan het fantastische landschap dat ons leidt naar de Paso de Jama (3700m hoogte) kwamen we eindelijk aan de Argentijnse grens. Jongens jongens, als wij zo snel en hard zouden werken als die mensen waren we onze job al kwijt na 2 dagen; het duurde bijna 2 uur om 50 mensen van een exitstempel te voorzien. Nu soit, na een tijdje wordt je ook dat gewoon...

Vanaf de grens is het zo mogelijk nóg desolater dan in Argentinie, de altiplano (hoogvlakte) is omringd door berg- en vulkaanpieken in de verte en we passeren meerdere zoutmeren in allerlei bizarre kleuren, van diep donkerblauw tot donkerrood en zelfs gifgroen (met lichtgroen ijs aan de randen). Een effect van de algen die erin groeien en die de voornaamste voedselbron vormen voor de flamingo's die hier ondanks de barre temperaturen (tot -20°C ´s nachts) wonen. Alle meren hebben een witte zoutkorst rondom de oevers, die mooi afsteekt tegen de bruine woestijn eromheen. Na 2 uur rijden in niemandsland komen we dan eindelijk ook aan de Chileense douane in het oasedorp San Pedro de Atacama. Na het verplichte 'schoentjeswassen' , controleren van de rugzakken en stempeltjes zetten mogen we eindelijk te voet verder naar het dorpje waar we zo'n 2 dagen zullen vertoeven.

San Pedro de Atacama is een oase in de droogste woestijn ter wereld. Meetstations hebben hier nog nooit neerslag gemeten! Als hier 3mm regen per jaar valt is het al een uitzonderlijk nat jaar. Daar ziet de rest van de woestijn ook wel naar uit, maar in San Pedro hebben de bewoners de aanwezigheid van een riviertje helemaal uitgebuit en is het mooi groen. De huisjes zijn allemaal van leem gemaakt en er staat een schattig witgekalkt lemen kerkje uit de 17e eeuw.

En we waren niet alleen in dat dorpje, het waarschijnlijk vroeger zo rustig dorpje wordt nu dagelijks overspoeld door toeristen. Na een korte zoektocht vonden we eindelijk een hostal waar we tot ons groot plezier de laatste plekjes mochten delen met een ander Belgisch koppel (Petra en David). Het deed ons enorm deugd eindelijk eens landgenoten tegen te komen (tot dan waren we nog maar 1 jongen tegengekomen van Gistel) en ook hun verhalen van hun 7maanden durende trip te aanhoren. Na wat geklets en uitpakken konden we ons eindelijk een restaurantje zoeken en tot ons groot jolijt blijkt dat ze hier, in tegenstelling tot wat wij dachten, beschikken over een enorme hoeveelheid groenten, fruit, lekkere kip etc. (komt van Arica, een Chileense havenstad) Voor een kleine 6 euro wordt hier gewoon een driegangen 'gastronomisch menu' geserveerd, dat nog supergezond is ook. (Let wel: ons gedacht van gastronomisch is hier in Zuid-amerika wel iets anders dan thuis...). Hoe ze het doen in de woestijn blijft voor ons nog steeds een raadsel, maar dan wel een raadsel waar we wel 3 avonden ongelooflijk van genoten hebben.

Na een betere nachtrust dan in Salta (matrassen zijn ook niet overal wat ze moeten zijn) zijn we met ons vieren op excursiezoektocht gegaan. En na wat rondvragen en overleggen hebben we uiteindelijk 3 tours geboekt bij hetzelfde bureau (Colque) waar we gelukkig dan ook een enorme korting hebben gekregen (wat super is in het anders dure Chili).

De eerste tour, reeds dezelfde middag, bracht ons naar de 'Valle de la Luna'. Na eerst een mooie wandeling door een zoutkloof waarvan de wanden uit duizenden kleine zoutblokjes en mineralen bestaat, reden we naar het natuurpark dat er inderdaad uitziet als een maanlandschap. We zien fantastische rotsformaties in rood, paars, roze en overal een dun laagje zout dat schittert in de steeds lager hangende zon. De vlaktes zijn precies metersdikke ijslagen, maar blijken uit zout te bestaan. Na het uitstappen om gedag te zeggen aan de 'Tres Marias' (3 gigantische rotsen die lijken op 3 mariabeelden) rijden we verder naar een gigantische zandduin. Deze duin blijkt het ideale punt om een fantastische zonsondergang te zien. Het lijkt wel een fantasielandschap: weinig begroeiing, overal bizarre rotspunten, ten oosten van de vallei een uitgestrekte vlakte, daarachter de Andes, die hier uit louter vulkanen blijkt te bestaan en in het licht van de ondergaande zon vuurrood oplichten. De zonsondergang is uiteindelijk niet zo spectaculair als de postkaartjes doen vermoeden, maar desondanks genieten we met volle teugen van het fantastische zicht.

De volgende dag hadden we een excursie naar de 'Lagunas altiplanicos' en de 'Salar de Atacama' (een gigantische zoutvlakte in de woestijn) op het programma. Eerst trokken we met een mini-busje naar Toconao, een klein bergdorpje waar men zich bezig houdt met het ontginnen van borax en lithium die zich vormt op de imense zoutvlaktes. Niet ver van dit dorpje bevindt zich echter ook een fantastische oase in een diepe en smalle kloof nl. 'Quebrada de Jerez'. Een wonder in de droge woestijn want de ganse kloof is vol van grasgroene begroeiing, als gevolg van het succesvol gebruiken van een klein bergriviertje, en naast een aantal bizarre bomen met witte stammen groeien er zelfs eiken, druiven, appels, peren, granaatappels, etc. ('Todo importado' volgens onze gids)
Na deze stop reden we 'gezwind' verder naar een hoogte van 4000m waar een aantal fantastiche meren liggen. Ondanks de koude wind en een lichte hoofdpijn (wegens de hoogte) was het zicht super. Deels ook omdat we konden genieten van het zicht op een kolonie flamingo's die zich ondanks de kou superlekker voelen op deze hoogte en die mooi weerspiegeld werden in het gladde wateroppervlak. Ook de omgeving is fantastisch: woestijnachtig met wat geelgroen gras dat enkel op meer dan 4000m groeit.
Na een lekkere lokale lunch (Maispuree met kaas, klaargemaakt in maisbladeren en een lekkere soep) reden we verder naar de Salar de Atacama, een gigantische vlakte waar je het zout en de witroze kristallen zomaar ziet liggen. Ook hier voelen de flamingo's zich opperbest, blijkbaar hebben ze geen hartproblemen na het eten van al dat zout... (ze eten eigenlijk hoofdzakelijk de algen die zich in de zoutmeren bevinden)
Op de terugweg nog een verplichte souvenirstop gehouden in Toconao (tja, die touragencies hebben overal hun contractjes) en daarna moe maar tevreden teruggekeerd naar San Pedro.

In de straten liep er dan nog een processie met heiligbeelden en veel gezang en gebeden voor de Semana Santa, het was immers al Stille Zaterdag. Hier zijn de mensen nog echt gelovig en wordt er dan ook heel veel belang gehecht aan het leven van 'Jesus'.

Na een nogmaals fantastisch driegangenmenu en een jammergenoeg veel te kort weerzien met Bob en Dee (een Brits-Schots koppel die we al meermaals hebben ontmoet op onze trip) vroeg ons bedje in want op Pasen vertrokken we voor een trip die toch een van de hoogtepunten van onze reis moest worden.

Wordt vervolgd...

Nele en Wouter

14 april 2006

Salta... Het koloniale noorden van Argentinië...

Het noordwesten van Argentinie is ongetwijfeld het meest authentieke andesgebied van dit land. De magistrale bergtoppen wisselen af met diepe dalen en ravijnen, met spierwitte zoutvlaktes en dorre altiplano, maar ook met sinaasappelbossen en subtropische jungle.
De meeste bewoners in deze streek stammen af van de hooglandindianen, die hier voor het eerst in aanraking kwamen met de Europese kolonisten. Talrijke ceremoniën en rituelen behorend tot de oude Andescultuur, zijn hier ook nog goed bewaard gebleven. Onder invloed van de Spaanse Conquistadores zijn ze echter overgoten met een dun laagje katholieke symboliek, wat heel duidelijk te merken wat tijdens 'Semana Santa' (goede week).

Voor dit mooi stukje Argentinië hadden we jammergenoeg enkel tijd genoeg om de hoofdstad van deze provincie, namelijk Salta (300.000 inwoners) in 1582 door de Spanjaarden gesticht, te bezoeken. Deze stad ligt in een soort 'kom' op 1200m, tussen de omringende bergtoppen. Vroeger was het een belangrijke halte op de route tussen Buenos Aires en Lima of de Boliviaanse zilvermijnen. Salta zelf was trouwens ook een heel belangrijk centrum van zilverwinning. Het pittoreske koloniale centrum is tot op vandaag perfect bewaard gebleven en heeft toch een aantal heel mooie kerken, musea en pleintjes, waarvan Plaza 9 de Julio het meest centrale en grootste is. Tijdens onze wandeling door de schilderachtige straatjes waanden we ons echt soms in de tijd van de Spaanse veroveraars. Maar daarnaast zagen we ook voor het eerst in Argentinië de typische Andesmensen. Een vreemd contrast soms...

Daarnaast is Salta ook de ideale uitvalsbasis voor het ontdekken van de omgeving. Wegens tijdsgebrek hebben wij echter enkel de stad kunnen verkennen (ook efkes vanop een hoogte met behulp van de kabelbaan), maar excursies worden in overvloed aangeboden in de stad. Zo kan je bijvoorbeeld met de zogenaamde 'Tren de las nubes' (Trein van de wolken), een indrukwekkende reis maken door de bergen. Deze rit voert je van een hoogte van 1200m tot op 4200m. Daarnaast zijn ook nog ontelbare excursies naar de omliggende bergen, of de stadjes Catchi en Cafayate mogelijk. Nu ja, voor ons zal dit jammergenoeg allemaal voor een andere keer zijn... want met Salta nemen we toch afscheid van een prachtig land.

Op naar Chili voor een paar dagen...

Hasta la proxima!
Nele en Wouter

11 april 2006

Santiago del Estero... Waar volksdansen goed voor is!

Na de culinaire uitstapjes in Bariloche en Mendoza vonden we het nog eens nodig om af te wijken van de toeristische route. We wilden cadeautjes gaan afgeven in Santiago del Estero, een stadje waar toeristisch niets te zien is, maar waar voor ons toch wel een heel leuke familie woonde. We zijn namelijk 4 dagen te gast geweest bij Daniel en Mercedes (en hun kinderen), de dansleiders van de argentijnse dansgroep die vorige zomer te gast was op ons festival. Dansen maakt dan ook vrienden overal ter wereld e...

Zoals al gezegd, Santiago del Estero heeft voor toeristen niets te bieden. Het is wel de oudste stad van Argentinie want het is de eerste stad waar de spanjaarden in 1553 hun echt gevestigd hebben. Vandaar heet het ook wel de 'ciudad madre (moederstad)' van Argentinie, maaar behalve een heel mooi aangelegde plaza, een mooi theater (een copie van het bekende Teatro Colon in Buenos Aires) en een gerenoveerd gemeentehuis en congresgebouw is er niet veel meer over van de koloniale gebouwen. Veel reizigers keken dan ook raar op als we vertelden dat we naar die stad gingen. Nu soit, voor ons was het om die dansgroep te doen en da's toch wel een heel stuk beter soms dan al die toeristen.

En of we daar een goede tijd hebben we gehad? Verwend zijn we geweest. Bij onze aankomst op vrijdag kregen we al onmiddellijk een reuze middagmaal voorgeschoteld. Daarna mochten we mee naar de dansschool waar we aan iedereen voorgesteld werden en zijn we de stad gaan verkennen met Sebastian (de oudste zoon) en zijn vriendin Juliana. Zij kennen zoveel mensen met als leuk gevolg dat we op plekjes zijn geweest waar anderen nooit geraken, bijvoorbeeld achter de coulissen van het Theater terwijl een bekende argentijnse groep aan het repeteren was. En 's avonds was partytime. Blijkbaar is 15 jaar in Argentinie een heel speciale verjaardag want in rijke families wordt er dan een superchic feest (zo duur soms als een trouwfeest bij ons) gegeven in een of andere club. Gezien dat een van de meisjes van de dansgroep dus verjaarde mochten wij mee naar dat feest. Zo'n verjaardagsfeest hebben we bij ons toch nog nooit gezien hoor, is bijna chiquer dan een trouwfeest. Maar 't was wel supergezellig omdat we ook heel veel leden van de dansgroep hebben teruggezien en omdat we sinds lang ook eens zelf een dansje konden placeren.

Na wat luieren en rondkuieren in de stad op zaterdag stond er een typisch argentijnse assado (bbq) op het menu samen met de ganse familie en wat leden van de dansgroep. Met de nodige instrumenten en het nodige vocht (we hadden wijn en likeur meegenomen uit Mendoza), en de zwoele temperatuur op de gezellige patio van het huis, werd het een avond om niet gauw meer te vergeten.

Maar dan hadden we de zondag nog... Na wat gezellig gekeuvel met de familie en de zonen des huizes, en het bekijken van onze foto's mochten we mee naar ' El Patio de Freulan'. Wat is dat, zie ik jullie al denken. Wel, deze argentijnse dansgroep heeft ook een aantal dansen met bombo's, supergrote troms typisch voor de gaugo's (argentijnse schapendrijvers van de pampa). Deze bombo's worden gemaakt door Freulan, de beste bombo maker van gans Argentinie, en deze man woont toevallig ook in Santiago del Estero en is een goede vriend van de familie. Hij woont ergens aan de rand van de stad, vlak naast de rivier die Santiago del Estero omringt , in een huis met een enorme patio. Elke zondagavond gaat elke Santeño met een beetje ritme in zijn lichaam naar die patio, uitgerust met tassen vol eten en drinken, spelen de muzikanten van de stad gratis en voor niets en vindt er dus een waar volksfeest plaats onder het gedempte licht van een aantal gele spots. Genoten hebben we, want het ritme is opzwepend, jong en oud staat naast en met elkaar te dansen, iedereen deelt zijn eten, iedereen is vriendelijk,... en vooral geen enkele toerist, behalve deze twee kleine belgjes dan. Tja, het zijn deze dingen die onze reis net ietsje specialer maken!

Jammergenoeg moesten we de maandag na nog een rondleiding in de stad door Mirta (een oudlid van de groep die ook mee was in Veurne) en een salsalesje van mama Mercedes afscheid nemen van deze fantastische familie en groep. Ooit komen ze nog eens naar Europa naar een of ander festival en op ons communiezieltje hebben we hen moeten beloven dat we hen dan zeker gingen opzoeken...

Op weg naar Salta nu...

Nele en Wouter

7 april 2006

Mendoza: Rode wijn...rode wijn...kom laat ons vrolijk zijn!

We komen terecht in de ene culinaire streek na de andere. De kilootjes komen er in sneltempo bij, maar we laten het niet aan ons hart komen want het afscheid van Argentinië komt in ons vizier...!

Mendoza, een middelgrote stad (130.00 mendociños) gesticht in 1561 heeft veel van zijn historische gebouwen verloren door een aardbeving in 1861 en oogt dezer dagen ietwat modern aan. Doch het heeft zeker niets ingeboet omtrent gezelligheid; brede autovrije wandelpaden en restaurantjes, bars, souvenierswinkeltjes en reisagentschappen leunen er zij aan zij! En dan zijn er ook de fantastisch mooie plazas, rijk aan veel groen, die een oase van rust brengen in de soms drukke straten. Daarnaast zorgen de vele studenten in de stad nog voor een aangenaam sfeertje waardoor het moeilijk te laten is om in één van de vele hippe bars binnen te wippen...
Aan de rand van de stad bevindt zich ook een enorm park waar het aangenaam vertoeven is: gezellige wandelpaden krullen door de parkjes, speelpleintjes en de vele sportfaciliteiten die er gevestigd zijn. Werkelijk een plaatsje waar je een dagje heerlijk kunt relaxen. Voorts is Mendoza ook het mekka voor de ervaren (maar ook voor de amateuristen...) bergbeklimmers, die puur op adrinalinestoten de hoogste top van de Andes, de Aconcagua, proberen te overwinnen. En dan vergeten we nog al die andere extreme sporten!

Maar wat deze stad en streek natuurlijk zo gekend maakt zijn de wereldgekende wijnen. Liefst 70% van de Argentijnse wijnen worden hier geproduceerd en kwalitatief scheren ze tegenwoordig hoge toppen. Dus konden we, samen met onze Duitse vriendinnen (reeds ook bijgestaan door een Deense), het niet laten om een tochtje met de fiets te maken in een landschap van wijnranken, afgewisseld door olijfbomen met als bestemmingen: het wijnmuseum, die een uitgebreide kijk geeft op de geschiedenis van de wijn in Mendoza en die tevens een grote wijnproducent is (circa 8 miljoen liter per jaar); een familie-bodega (wijnboerderijen) die maar een kleine hoeveelheid wijn 'bottled' (circa 80.000 liter) maar wel alles manueel doet in vergelijking met het wijnmuseum; een olijfolie-producent en als geschikte afsluiter een likeur-producent. En zoals het hoort, werden we naast een uitgebreide rondleiding en de bijhorende uitleg, natuurlijk verwend met de proeverij van al dit heerlijks (zou je kunnen geloven dat het nog vreet gesmaakt heeft ook...!). Graag hadden we dan ook iedere plaats dat we hebben bezocht een hoeveelheid lichter gemaakt, maar de moeilijkheidsgraad om al dit lekkers mee te sleuren om dan vervolgens met jullie te delen, deed onze plannen in het water vallen! Het feit dat er vele soorten van deze lekkere wijnen verkrijgbaar zijn in ons landje bracht een beetje troost!
Vele Bodega's, gesitueerd overal te ronde, stonden nog te wachten maar tijd was in grote hoeveelheid tekort! Maar dat bederfde in geen geval de pret, al zingend en wiegelwaggelend (lichtelijk overdreven) keerden we tevreden terug...!

's Avonds stond het minder prettig afscheid van de Duitse meisjes, waar we ondertussen al een goeie 2 weken mee hebben opgetrokken, in het verschiet! Iets waar we al enige ervaring in hadden en nog zullen in hebben...! Maar dat is reizen hé!

Salut,
Nele en Wouter

4 april 2006

Bariloche: Na het harde labeur.... de verwennerij!

Na onze eigen overwinning in Torres del Paine moesten we met veel spijt in het hart afscheid nemen van zuid-Patagonie met z'n woeste natuur, meest fantastische wolkenformaties, de diepblauwe meren, maar ook niet in het minst van 4 van de 8 fantastische mensen waarmee we zo'n 10-tal dagen hebben opgetrokken. Vriendschappen zijn er gesmeed tussen die noeste bergen alsook plannen voor volgende reizen...

Om de pijn van het afscheid te verminderen besloten we ons weer naar het noorden te begeven om ons even te laten verwennen met een aantal delicatessen uit het merendistrict. Alleen... ons geduld werd serieus op de proef gesteld: wat een busrit van zo'n kleine 20 uur moest zijn, werd er eentje van 2 volle dagen en nachten. In de winter is de befaamde Ruta 40 (grensstreek Chili - Argentinie) voor een stuk afgesloten voor het verkeer door de weersomstandigheden met gevolg dat we eigenlijk het halve land moesten doorkruisen om op onze volgende bestemming aan te komen, San Carlos de Bariloche, of kortweg Bariloche.

Besneeuwde bergtoppen, diepblauwe meren, kristalheldere rivieren en uitgestrekte, dichte wouden, het zijn enkele ingrediënten, die het Argentijnse Merengebied, waar Bariloche ligt, tot een geweldige bestemming maken. Zoals het in oude sagen bezongen Nahuel Huapi meer, zijn er in deze omgeving nog talloze plekken te vinden van een ongekende idyllische schoonheid. Bariloche wordt vaak ook wel het Zwitserland van Argentinië genoemd, gezien hier veel Zwitserse, Oostenrijkse en Italiaanse immigranten kort na de oorlog neerstreken. Dit is heel duidelijk te merken, niet alleen aan de bouwstijl van de Chalets en hotels, maar evenzeer aan de lekkernijen die van het stadje een paradijs maken: Chocolade en ijs. In de winter is Bariloche zeer populair bij skiliefhebbers en in de zomer bij wandelaars en bergbeklimmers.

Wijzelf hebben van het prachtige landschap rond de stad genoten, een dag op de fiets, de volgende dag in de auto samen met de duitse meisjes waarmee we al eerder reisden.
De eerste dag hadden we dus een fiets gehuurd om het befaamde 'Circuito Chico', 65 km langs meren en door bossen, te fietsen. Hoewel het parcours fantastisch was werd het ons al snel een raadsel waarom er zoveel reclame gemaakt wordt in Bariloche voor dit circuit: het eerste en laatste deel (telkens 18 km) van en naar het beginpunt van het eigenlijke circuit (30 km) zijn levensgevaarlijk. Argentijnen houden helemaal niet van fietsers op de weg, wat we meermaals hebben mogen ervaren aan het oorverdovende getoeter en het langs ons heen scheren. Gelukkig had de fietsverhuurder ons voorzien van helmen.... Maar desondanks was het een fantastische route: van het ene meer naar het andere, langs het bekendste en grootste (en duurste 300 dollar minimum per nacht) hotel van Argentinie, langs een minihaventje, langs Colonia Suiza, langs... Ontdek het zelf aan de hand van onze foto's...

's Avonds werden we dan verrast door de komst van de 2 duitse meisjes waarmee we al een tijdje hadden opgetrokken. Er werd dan ook al snel beslist om samen vlug een autootje te huren om het andere heel bekende parcours bij Bariloche te verkennen: la Ruta de 7 lagos (route van de 7 meren) met op deze route de gezellige dorpjes Villa la Angostura en San Martin de los Andes. En of het fantastisch was?? Adembenemend gewoon. Terug het ene meer na het andere, telkens opnieuw blauwer, de meest fantastische pick nick plekjes, bossen vol herfstkleuren, daarom heen nog eens die fantastische bergen met allerhande rare rotsformaties op hun
ruggen, ... Genoten hebben we!! en ook een klein beetje gebaald want doordat we de auto maar hadden voor 1 dag konden we nergens echt lang genoeg genieten. 2 dagen voor deze tocht zouden ideaal zijn want dan zie je de 2e helft van het parcours ook in daglicht en niet enkel bij zonsondergang en in de duisternis zoals wij.

Maar zoals we al eerder vermeldden, Bariloche is ook heel erg gekend voor z'n lekkernijen: chocolade en ijs. Hoewel we echte belgen zijn en trots zijn op onze chocola gaat deze van Bariloche en omstreken toch al heel erg in de goede richting hoor. De kilootjes die we kwijt waren door ons hard labeur in Torres del paine zijn al weer een beetje gecompenseerd :-). Jammer (voor jullie dan toch) dat het nog even duurt eer we naar huis gaan anders hadden we zeker wat van deze lekkernij meegebracht want het wordt toch wel heel anders klaargemaakt dan bij ons en met de meest ondenkbare vulling opgevuld (Kris, je zou hier nog heel wat kunnen leren). Nu soit, we hebben er onze vrienden van Santiago del Estero (zie later) dan maar mee verrast...

Op naar een volgende 'lekkere' bestemming ....

Hasta la proxima!
Nele en Wouter