30 mei 2006

La Paz - Coroico: de hel van het Zuiden...

We zijn nu reeds voor de derde keer te gast in La Paz, niet dat het een topbestemming is en we er stapelzot van zijn maar het is tenslotte de transit naar vele bestemmingen in dit land, en dus ook naar Rurrenabaque, de toegangspoort naar de jungle en de pampa's. In ons geval, daar tijdsgebrek de voornaamste tegenspeler is, houden we het bij een 3 daagse tocht door de pampa's, hetgeen zich vertaald in het spotten van een uitgebreide waaier, of sterker nog: de hoogste concentratie van dieren die zich het leven rijk maken in de moerassen. Dit moest één van onze hoogtepunten worden ook omdat ons vooropgestelde plan om naar de uitgestrekte moerassen in brazilië (de pantanal) uiteindelijk ook, hoe kan je het raden, door tijdsgebrek reeds in het water gevallen is.

Maar dit alles werd eerst nog voorafgegaan door een mountainbike-rit van La Paz naar Coroico, een plaatsje aan de voet van de jungle. Deze rit werd beschreven als een duivelse rit downhill langs kliffen die als het ware recht de hel ingaan, het wordt niet voor niets 'the most dangerous road' genoemd. Die naam heeft deze weg te danken aan het feit dat het een combinatie is van: 1) een modderige of stoffige (de 'wegverharding' bestaat uit kiezels en zand...) nauwe baan waar het ene uiteinde, de kant waar we ook moesten rijden, een duik maakt van 70° tot zelfs 90° en 2) het rijgedrag van buschauffeurs en de staat van frisheid van truckchauffeurs. Door deze facetten was onze eerste bekommernis dus, een degelijk agentschap die ons veilig en wel kon leiden naar de eindstreep. Moeilijke opdracht was dit niet aangezien we al heel wat goede commentaren hadden gelezen en gekregen van andere reizigers en de te betalen meerkost was uw veiligheid...! En ten slotte; je wil uiteindelijk als beleving van een dag die normaal beperkt blijft tot het uitblazen van de kaarsjes op de taart, maar die nu gedomineerd zou zijn door adrinalinestoten, toch wel een goede afloop laten kennen...niet!?

Het zou een prachtige verjaardag zijn, de ochtend was vriezend koud maar aan de sterrenhemel was geen wolkje te bespeuren. Al gauw kwamen de eerste zonnestralen de straten verlichten om vervolgens geleidelijk aan het kwik een duwtje opwaarts te geven. We moesten ons allen begeven naar een restaurantje net tegenover het agentschap. Een slimme overeenkomst, het was zo vroeg dat het nauwelijks mogelijk was om reeds een ontbijt elders te kunnen nuttigen en een ontbijt was zeker nodig om met volle sterkte te tocht te kunnen beginnen. De lok werd daarbovenop nog eens versterkt door de ruimtes volop te doen vullen met de geur van lekkere koffie en vers gebakken eitjes... geen ontkomen aan!

Na de verdeling van de groepen (aangezien we met een dertigtal 'bikers' waren werd voor de veiligheid de groep in 2 verdeeld) konden we plaats nemen in ons aangeduid busje om ons vervolgens te begeven naar de start van het traject. Ginds werd dan uiteindelijk ons de fiets met de verschillende accesoires aangegeven (de fiets werd gekenmerkt met een Disneyfiguurtje, dit om zeker geen misverstanden te hebben want ge wilt echt niet plots een andere fiets in je handen hebben waar de remmen juist tegenovergesteld werken!) en een uitgebreide briefing in functie van de veiligheid uitgelegd! Met bonkend hart en volop gespannen zenuwen konden we deze belevenis aanvatten! Het eerste stuk was eenvoudig, de weg was geheel in asfalt en behoorlijk breed en de ravijn was nog niet zó stijl! Votjes kwamen we allen toe aan de vesrschillende tussenstoppen. Nu stond ons, geheel tegen de verwachtingen in, een serieuze klim op het programma waar we al hijgend en puffend een gevecht moesten aangaan met de zwaartekracht. We konden gelukkig weer op adem komen en frisse krachten opdoen na een callorierijk 'tienuurtje' bestaande uit een banaan en een snack want daarna hadden we alle concentratie nodig om 'de gevaarlijkste weg van de wereld' te overwinnen. En toen liep het behoorlijk fout, de kiezelsteentjes bemoeilijkten mij het sturen en na ongeveer één kilometer was er mij een bocht te veel. Ik liep uit naar de rand van de weg en kwam in grote brokstukken terecht. Het vervolg is moeilijk te beschrijven, het was een flits van een moment, maar ik moet over mijn fiets gekatapulteerd zijn, de ravijn in... ik kon me gelukkig vastgrijpen aan de aanwezige planten en struiken. Gelukkig kon ik me nog goed bewegen en trok mezelf op tot een hoogte dat me in oogcontact bracht met de fietsers boven me, daarna bleef ik terplaatse zodat onze gids Guy, ook een belg trouwens, mij kon optrekken. Na wat onderzoek ter controle van de staat van mijn lichaam werd al gauw vastgesteld dat er een breuk was, namelijk van mijn sleutelbeen. Ik, samen met Nele, werd meteen met een van de twee busjes terug naar La Paz gevoerd, naar het ziekenhuis...!

Het eerste nieuws, na het nemen van röntgenfoto's, was redelijk positief. Ze zouden mijn sleutelbeen weer op zijn plaats trekken. Het zou niet veel inhouden beweerde de dokter. Alle hoop voor de trip naar de pampa's was nog niet verloren! Maar toen de specialist mij zijn analyse meegaf en mij vertelde dat een operatie noodzakelijk was, (indien niet zou mijn nu al smalle lichaamsbouw aan ene kant voor nóg 3 cm korter zijn, dat zou al helemaal geen zicht zijn...) stond het huilen me nader dan het lachen. Lijkbleek (ge kent me he...ik en operaties...) moest ik me toch efkes zetten om deze boodschap tot me door te laten dringen! Daar gaat onze, lang naar uitgekeken, trip naar de pampa's! Veel tijd om het te verwerken had ik trouwens niet, de operatie ging aangevat worden nog geen 2 uren later! Maar het is gelijk ze zeggen hé: beter de korte pijn!

Na de moeizame verwerking van de narcose had Nele (ge kunt trouwens niet beter ontwaken met deze prachtige verschijning als eerste waarneming...) me ingelicht dat de operatie vlot is verlopen maar dat ze ook een diepe wonde in de elleboog hadden gevonden. Deze was mooi uitgekuist en met de nodige verzorgingen zou alles wel in orde komen. Ik geloof dat de verpleegsters een duidelijke opdracht meegekregen hebben. Ieder moment van de dag werd ik waargenomen en begroet met de vraag of ik pijn had en iets wou hebben. Ik denk trouwens dat ze weinig de visite hebben van een toerist want, gelijk een prachtige bink van een leeuw (als ik dan toch een vergelijking moet maken...) in een zoo, werd ik door haast iedere verpleegster, tewerkgesteld in dit ziekenhuis gadegeslaan. 3 dagen lang moest ik overnachten in het ziekenhuis en werd ik verzorgd als een koning om daarna samen met Nele, die de taak van de verpleegsters moest overnemen, ons terug te begeven naar onze hostel. Er stond ons een moeilijk en frustrerende taak te wachten want onze reisplanning moest geevalueerd en aangepast worden met het oog op de opgelopen kwetsuren!

Hopend op een gunstig en vlug herstel groeten we jullie,

Nele en Wouter, de trolleypacker

23 mei 2006

Potosi... Vergane glorie!

Deze stad, die de naam 'hoogste stad ter wereld' opeist (4000 meter), heeft een lange en rijke (letterlijk en figuurlijk) geschiedenis gedomineerd door de zilverontginning gevonden in de Cerro Ricco (Rijke Berg). Na de ontdekking van zilvererts was het niet meer dan logisch dat iedere familie, tewerkgesteld in de mijn (en dan spreek ik wel van de gehele familie, kinderen incluus...) zich vestigde aan de voet van de Cerro Rico. Zo ontstond Potosi in 1545 aan de voet van deze rijke berg.

De rijkdom was ongekend, de Spaanse veroveraars, met in hun zog de Christelijke missionarisen, vormden het stadsbeeld van mijnwerkersbarraken uit tot een indrukwekkend koloniaal stadscentrum met grootse kerken. De populatie steeg bovendien zo indrukwekkend dat het in de 17de eeuw, met een aantal van 200.000 inwoners, het de op een na grootste stad van het Amerikaanse continent was. En natuurlijk zoals het verloopt in elke kolonie werd de grootste zilvervoorraad natuurlijk doorgesluisd naar het land van de veroveraars, Spanje.

Maar tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in de 19de eeuw kende de stad een toenemend verval, vele rijkdommen werden in alle haast nog verscheept naar Europa, daarnaast raakte de aanwezigheid van zilvererts in de Cerro Richo's buikje uitgeput en kende de zilverprijs een steile duik...! Minder werkgelegenheid leidde tot een emigratie van velen met tot gevolg een populatie van slechts 10.000 inwoners. Een genadeslag voor de ooit zo rijke stad Potosi!

Heden is de zilverontginning nog steeds actief en nog altijd op een manier dat elders in de wereld niet meer te van toepassing is, alles word hier nog manueel uitgevoerd. Maar is de aanwezigheid van zilvererts en dus ook de ontdekking ervan eerder gering, doch heeft de de ontginning van mineralen in Cerro Rico nog een ruime toekomst (men hoopt nog zo'n 500 jaar9. Maar toch maakt het dat alternatieven levensnoodzakelijk zijn voor de mensen en de stad (zeker na de volledige uitputting ervan...), en natuurlijk wordt dat opgevuld door een nijverheid dat tegenwoordig overal in derde wereldlanden een serieuze invloed kent...toerisme. En dat is dan ook toevallig onze reden van bezoek aan deze stad

Maar onze deelname aan nog maar eens een toeristische tour werd voorafgegaan door opzoekwerk: aanbevelingen door anderen en rondvraag want zo werd ons geinformeerd dat vele agentschappen weinig belang hechten aan veiligheid in de mijnen, en het laatste dat wij wensen is bedolven raken of omver gereden worden door een volgeladen wagon diep in de mijn...! Eenmaal ene gevonden te hebben die ons overtuigde dat alles verliep volgens de noden van de toeristen begaven we ons naar ons busje waar we in gezelschap waren van 2 noordeburen en 4 gasten uit Israel. Onze eerste stop was een straat vol winkeltjes waar alle benodigdheden, noodzakeijk voor de mijners, te koop aangeboden worden aan de toeristen. Dat je je enkele kleinigheidjes aanschaft is niet verplicht maar word je vriendelijk aangeraden daar de mijners echter alles uit eigen zak moeten aanschaffen, van kledij en werktuigen tot etenswaren en cocabladeren. Terwijl wij Europeanen water, frisdrank en snacks aankochten waren de dynamietstaven het enige waar de Israelieten oog voor hadden met het perspectief om ze nadien te zien exploderen, wat hen al enige rillingen deden verkrijgen. Die Israelieten toch...!!!

Na onze aangepaste kledij aangetrokken te hebben behaven we ons dan eindelijk naar de mijnen. Het was er ongewoon kalm, wat te wijten was aan een voetbaltornooi dat net die maandag plaatsvond tussen de verschillende cooperatieven. Enkel de armsten konden henzelf niet permiteren om een vrije dag in de week te hebben. De sectie die wij bezochten bestond uit een gangencomplex van 4 niveaus waarvan wij er 3 bezochten. Een met momenten claustrofobische ervaring want geregeld moesten we ons al kruipend voortbewegen en de afdalingen waren nauw en uiterst slipperig. Al een geluk dat we in het bezit waren van een helm want de kans op nog meer oneffendheden op mijne bol was reeel, zeker wanneer ik nadien mijn helm in daglicht kan aanschouwen! Op het laagste niveau, hadden we dan uiteindelijk een van de zeldzame aanwezige arbeiders gevonden en konden we aanschouwen hoe ze de stukken zilvererts en mineralen loskappen. Zij hadden trouwens ook het 'geluk' daar zij de meeste van onze meegebrachte 'cadeautjes' in ontvangst konden nemen.

De ondergrondse 'wandeling' werd besloten met een offer aan de rode duivel, El Tio (god van de onderwereld, want de mijn is per slot van rekening onder de grond) door middel van cocabladeren, een brandende sigaret en alcohol van 96% (die ook onze lippen heeft bevochtigd) dit allemaal in de hoop voor een succesvolle en productieve dag. Na uiteindelijk een rondleiding van ruim 2 uur hadden we eindelijk het zalige daglicht weer in het vizier. Het was nodig, de mogelijkheid van te ademen werd belemmerd door de hoge aanwezigheid van stof en de hoogte (we waren op een hoogte van ongeveer 4200 meter...). De tour werd vervolgens helemaal afgesloten met een uitleg over de werking van de klassen: bezitters contra mijners, wat ik enkel simpel kan reduceren tot: het geld komt alleen toe tot de top!

Het was een confronterende ervaring en al zijn de omstandigheden reeds ruime veranderd, toch konden we ons gelijkstellen met de beinvloedde gedachtengang van de jonge rondreizende en nog spiritueel groeiende Erneste Guevarra...!

Nele en Wouter

22 mei 2006

Sucre... Dinosaurussen en folklore!

Na een nachtelijke tussenstop in La Paz was het tijd om Bolivie nog wat verder te verkennen. We besloten om weer een eindje richting het zuiden te trekken en nog maar eens een koloniaal pareltje te gaan bezoeken: Sucre

Hoewel Sucre officieel de hoofdstad is van Bolivia, is de regering niet daar maar in La Paz gevestigd. De enige overheidsinstantie van belang in Sucre is het hooggerechtshof. Vandaar ook dat iedereen La Paz beschouwt als dé hoofdstad. Sucre heeft een inwoneraantal van 190.000, ligt op 2800 m en heeft een gematigd klimaat.

Op 30 november 1538 werd Sucre gesticht onder de naam La Plata (ofwel Gebied van Zilver) . De stichting van de stad was het gevolg van mijnbouwwerkzaamheden: in het gebied werd massa's zilver gevonden. Gedurende de 17e eeuw was La Plata het juridische, religieuze en culturele centrum van de Spaanse Oostelijke gebieden die van hieruit geregeerd werden. Op 25 mei 1809 klonk de eerste roep om onafhankelijkheid van Zuid-Amerika dan ook vanuit La Plata. In 6 augustus 1825 volgde de onafhankelijkheid van Bolivia. Tegenwoordig geldt de oude binnenstad van Sucre als de best bewaarde Spaanse koloniale stad in Zuid-Amerika. In1991 werd deze binnenstad dan ook opgenomen op de Unesco Werelderfgoedlijst.

Als je door Sucre wandelt waan je je echt in een pittoreske plaats met wit geschilderde huizen en gezellige pleintjes (plaza's). De vele oude koloniale gebouwen zoals kerken, kathedralen en monumenten uit die periode herinneren eveneens aan de rijke tijd die de stad gekend heeft. Ook telt de stad massa's behoorlijke musea waar we voor het eerst uren gespendeerd hebben. Het mooiste museum was dan ook het 'Museo de Arte Indigena' of het museum van inheemse kunst. Dit museum werkt samen met een aantal lokale communiteiten die originele en unieke wandtapijten en klederdrachten weven. Het zijn enkel de vrouwen die de typische tapijten van Tarabuco weven en hun bodemloze inspiratie leidt echt tot pareltjes. Het duurt zo'n 6 maanden eer een tapijt van doorsnee formaat af is en elk tapijt vertelt zijn eigen verhaal. Echt wonderlijk wat de dames presteren want het weven gebeurt naast alle andere dagelijkse activiteiten.

Door de aanwezigheid van een universiteit valt er ook veel te beleven op sociaal- en cultureel gebied. En dat hebben we mogen merken aan de verkiezing van de nieuwe rector van de Unief. De ganse stad staat op zijn kop, en dat gedurende dagen...

En als echte folkloreliefhebbers mochten we natuurlijk ook het 1e nationaal Folklorefestival, die net dat weekend plaatsvond, zeker niet overslaan. Echt hoogstaande dans, op en top genieten gedurende 3 uur en ideetjes genoeg voor ons volgende eigen festival...

Nog een specialeke aan Sucre zijn de beroemde 'dinosaurtracks'. Slechts 10 jaar geleden zijn die dinosaurussporen ontdekt bij het uitgraven van een steengroeve. Hoewel men sporen van dino's blijft ontdekken, blijft men ook gewoon die groeve uitgraven, op 1 meter van die wand waar de sporen te zien zijn. Over een 10 jaar zijn die sporen misschien weer verdwenen... Jammer, maar als een land niet meewilt in archeologie en het exploreren van natuurschoon...

En wat doet men op zondag? Shoppen en rondkuieren natuurlijk... Wij dus naar Tarabuco, een heel traditionele markt die elke zondag plaatsvind op zo'n 65 km van Sucre. Hoewel het allemaal vrij toeristisch is, straalt het ook nog enige echte traditie uit. Alle mannen en vrouwen dragen de typische kleren en ook de voedselmarkten zijn er zoals je ze bij ons nooit zou zien. Een fantastische plaats om foto's te nemen dus en voor het eerst waren de mensen niet echt bang van een fototoestel. Bekijk de foto's en oordeel zelf...

Na veel koloniale en traditionele dingen gespot te hebben werd het tijd om nog maar eens een bus te nemen, richting de zilvermijnen van Potosi...

Hasta la proxima!!
Nele en Wouter

17 mei 2006

Puno... Vlottende eilanden!

Na het spotten van de Condors werd het zoals gezegd dringend tijd om onze trip door Peru af te ronden en hoe kan dat beter dan een tweede bezoek aan het fantastische Lake Titicaca, dit keer aan de Peruaanse kant, namelijk in Puno.

Puno ligt in het hartje van het oude 'Coya-territorium' en heeft zijn bestaan vooral te danken aan het nabijgelegen meer. (Ter info: Lake Titicaca is een kwart van Belgie) Puno wordt veelal beschreven als weinig interessant en rustig. Het is inderdaad een rustige stad, maar dit komt wel eens meer voor op deze hoogte. In de stad zelf zijn geen interessante overblijfselen uit de oudheid te vinden. De stad zelf ziet er ook vrij arm uit, de meeste huizen zijn opgetrokken uit adobe en gedekt met golfplaten. Desondanks hangt er 's avonds in het stadscentrum een gezellige sfeer, zodat een overnachting in Puno toch wel de moeite waard is. Overal spelen folkloregroepjes muziek en het is er goedkoop. Puno is ook de stad met meer dan honderd volksdansen, alle worden nog steeds beoefend.

Maar de eigenlijke reden waarom we Puno aandoen zijn natuurlijk de drijvende eilanden van de Uros. Toen de Incas hun rijk uitbreidden trokken de indianen die aan de rand van het meer woonden zich terug op datzelfde meer. De belangrijkste vegetatie in de eerste honderden meters op het meer is het totorariet waarmee ze hun drijvende eilanden bouwden. De Incas lieten hen met rust en honderden jaren later wonen ze er nog steeds. De dagelijkse bezigheid van de Uros bestaat eigenlijk uit het telkens heropbouwen van hun eiland: onderaan rot het riet namelijk constant weg waardoor het bovenaan vernieuwd moet worden. Daarnaast leven ze vooral van de visvangst en meer recentelijk van het verkopen van souveniers aan toeristen (hoe kan het ook anders).

Maar ondanks het hoog commercieel gehalte is het best wel fascinerend om zien hoe echt alles uit het totorariet gemaakt is: de eilanden zelf, maar ook hun huizen, boten, gebruiksmaterialen, visnetten, souveniers, etc. Sommige van deze eilanden zijn voor toeristen toegankelijk en als je hierop wandelt zak je steeds een klein beetje weg en voelt het alsof het af en toe beweegt. Maar bewegen doen die eilanden toch niet echt, behalve dan tijdens het regenseizoen waarin ze lichtelijk van plaats durven verschuiven.
Naast ons bezoek aan die 'floating islands' gingen we met ons bootje verder om 'Isla Taquila' te bezoeken, een eiland midden in het meer met boven op de berg een dorp waar traditie nog hoog in het vaandel gedragen wordt. Na een stevige klim omhoog kwamen we op het centrale plein waar de meeste mannen (en ook de meeste jongetjes) echt wel heel traditioneel gekleed gingen met als meest opmerkelijke attribuut hun muts: als hun muts deels gekleurd/deels wit is zijn ze nog single, hebben ze een volledig gekleurde muts... dan zijn ze gelukkig getrouwd. En onze gids vond het niet leuker om dit toch wel minstens tien keer te vermelden, enkel aan de vrouwelijke toeristen natuurlijk.... de sloeber! Na een heerlijke lokale lunch volgde een steile afdaling en een drie uur durende boottocht terug richting Puno.

En ook hier moesten we nog maar eens afscheid nemen van iemand waarmee we al een tijdje op tour waren. Lisa, het engelse meisje, bleef aan Lake Titicaca voor een paar dagen terwijl wij onze tocht in Bolivie gingen verderzetten. Daarom wilden we toch nog een plezant avondje uit en blijkbaar hadden we daarvoor de 'perfecte' bar uitgekozen. De 'Pietje Pek' herinneringen kwamen al gauw weer bovendrijven bij het horen van de zalige muziek....
Bolivie, here we come again...
Nele en Wouter

16 mei 2006

Arequipa... Condors à volonté!

Na ons veel te kort avontuur aan de Pacific en na een toch wel emotioneel afscheid van onze Deense vrienden moesten we dringend terug richting zuiden, richting Bolivie. Maar dat gaat natuurlijk niet zonder toch ook een bezoek te brengen aan een van de mooiste koloniale steden van Peru, nl Arequipa, ' la ciudad blanca'.

Arequipa is, qua inwoneraantal, de tweede stad van Peru. Het ligt in het zuiden van het land op een hoogte van 2325m. De stad ligt in een actief gebied van vulkanen en aardbevingen (ten gevolge van de Nazcaplaat). In 1600 werd de stad zelfs compleet verwoest en ook nu recentelijk (de laatste in 2001) doen er zich nog regelmatig bevingen voor. Vandaar ook dat er heel weinig hoogbouw te vinden is in Arequipa wat de stad toch wel een zekere charme geeft. En natuurlijk straalt de stad ook iets uit door de vele Spaans koloniale gebouwen, vaak opgetrokken uit Silar, een wit vulkanisch gesteente. Vandaar ook de bijnaam 'de witte stad'.

Veruit het meest interessante om te bezoeken in Arequipa is het klooster van Santa Catalina, een stad binnen een stad eigenlijk, gebouwd in 1580 en vergroot in de 17e eeuw. Dit zou het grootste klooster ter wereld zijn. Gedurende 400 jaar woonden er een 450 tal zusters volledig afgesloten van de buitenwereld. De inwoners van Arequipa hadden al die tijd geen idee wat er zich binnen de hoge muren van complex afspeelde. Er deden allerlei fantastische verhalen de ronde. Santa Cátalina hulde zich in een mist van mysterie en stilzwijgen tot de poorten in 1970 opgingen voor het publiek.
Nu nog wonen er een tiental zusters aan de noordzijde. De rest staat open voor het publiek waardoor zo in het levensonderhoud van de resterende zusters voorzien wordt. Alles werd mooi gerestaureerd en staat vol planten, prachtige bloemen en binnenpleintjes. De smalle straatjes, de kleurige pleintjes en de rood, blauw en oranje gekleurde muren voeren de bezoeker terug tot ver vervlogen tijden. Het was fantastisch om een middagje in dit doolhof door te brengen.

Maar wat we zeker ook niet mochten missen in Arequipa was natuurlijk de befaamde Colca Cañón, één van de diepste canyons ter wereld. Deze canyon begint in Chivay die op zo'n 160km van Arequipa ligt. En de reden waarom deze canyon ook zo geliefd is bij toeristen is de mogelijkheid om de bekende en met uitroeiing bedreigde condor te spotten. Deze enorme gierachtige vogel maakt zijn vlucht naar prooien meestal 's morgens of in de namiddag. En als het zo geliefd is bij andere reizigers moeten wij daar ook naartoe he. De eerste dag hebben we samen met Lisa en nog twee engelse meisjes rustig rondgewandeld op de rand van de Canyon en vooral genoten van het landbouwleven die zich rond de canyon afspeelt. De tweede morgen vertrokken we reeds om 5uur om ons naar de 'Cruz del Condor' te begeven, het uitkijkpunt van waar soms tientallen condors kunnen bezichtigd worden. Aan deze mirador zie je de Colcarivier op 1200 meter diepte stromen. Aan de overzijde van de vallei ligt Mont Misti, met zijn top 3200 meter boven de Colcarivier. Vandaar dat de Arequipeniërs geloven dat de Colca Cañon de diepste ter wereld is. In werkelijkheid bevinden er zich verder stroomafwaarts diepere dalen die echter niet met de gewone transportmiddelen te bereiken zijn.
En of we condors gezien hebben? Genoten hebben we van een schouwspel van 4 condors en dit gedurende twee uur. Adembenemend zijn die vogels waarvan de vleugels een rijkwijdte hebben van iets meer dan 3 meter. Als zo'n vogel op een paar meter boven je hoofd scheert voel je je toch wel een klein beetje nietig....

Na nog een avondwandeling in de witte stad en genoten te hebben van het heerlijke gebak die je in Peru kan vinden werd het tijd om ons Peruhoofdstuk af te ronden en onze laatste stop te maken in dit fantastisch land.

Wordt vervolgd!

Nele en Wouter

11 mei 2006

Paracas: De Pacific, zeehonden en vooral... reuzekrabben!

Na het lekker chillen in de oase van Huacachina besloten we toch maar om ons een stapje verder te wagen en een korte busrit naar de Pacific, en meer bepaald Pisco, te ondernemen. Na een luttele 50 minuten (nog nooit zo'n korte busrit gehad) werden we gedropt aan de Panamericano, de weg door de Andes die loopt van Chili tot helemaal in Colombia. Daar wisten enkele andere backpackers ons te vertellen dat het kleine vissersdorpje Paracas heel veel aangenamer was dan Pisco. En wat andere reizigers vertellen is altijd interessant, dus... wij met 5 terug als sardientjes in een taxi richting dat idyllisch vissershaventje. Wat men ons wel niet vermeld had was dat we langs een aantal 'lekkergeurende' visverwerkende bedrijven moesten. Wist niet dat vis zo 'raar' kon ruiken...

De meest interessante trip bij Pisco/Paracas is naar de zeeleeuwen, duizenden vogels en pinguins op de Islas Ballestas, de 'poor men Galapagos' zeg maar. Wij dus op zoek naar de ideale tour en we hadden geluk dat we in Paracas verbleven want van daaruit vertrokken eigenlijk de uitstappen, en niet vanuit Pisco zoals zoveel toeristen denken. Betekent toch een uurtje extra slapen...

Na het voederen van enkele pelikaans door de vissers die net de haven binnenvoeren (natuurlijk voor de gebruikelijke 'tip', we zijn tenslotte gringo's), mochten we plaatsnemen in een speedboot. Tegen zo'n 50 km/uur snorden we vol verwachting naar de eilanden. Onderweg kwamen we echter eerst nog langs de bekende gigantische (150m hoog, 50m breed) driearmige 'kandelaar' die, net zoals de Nazcalijnen, mysterieus in de rotsen gegraveerd staat.

Na zo'n klein uurtje kwamen we dan aan de eilanden die letterlijk 'wit' zien van de vogels en hun behoefte. Tijdens de 19e eeuw waren hun 'dropjes' trouwens een van de belangrijkste exportproducten van Peru. Als gevolg van hun hoog nitrogeen gehalte was het namelijk een hoogwaardig meststof.
Maar naast de duizenden vogels waren er ook nog een honderden nieuwsgierige zeeleeuwen. Vooral het geluid die ze produceren is erg indrukwekkend. En natuurlijk hun speelse karakter. Echt fantastisch om zien hoe ze met en rond elkaar duikelen in het water. En natuurlijk zijn ze zich bewust van de vele toeristen waardoor het showgehalte toch wel stijgt.
En natuurlijk mogen we de 4 pinguins die we mochten bewonderen ook niet vergeten e...

Gezien het echt een rustig plekje was besloten we om nog een dagje langer te blijven dan gepland en te gaan vissen... jawel. We konden een tour regelen met een taxi, voor een ganse dag, en de taxichauffeur ging zorgen voor alle vismateriaal en aas. Joehoe!!!! Nu konden we eindelijk zelf voor onze 'ceviche' (een typisch Peruviaans gerecht. Rauwe vis met limoen en heel veel ajuin) zorgen. Nu ja, dat was natuurlijk buiten de vissen gerekend. Ook al voer de taxichauffeur ons naar 4 verschillende plaatsen, bijna nergens hadden de jongens en Lisa (Sanne en ik verkozen het luieren in de zon boven vissen) geluk. Nu soit, we hebben er allen veel plezier aan beleefd en met het overschot van de aas konden we uiteindelijk toch nog een heerlijk visgerechtje laten bereiden in een van de talrijke visrestaurantjes.

En het bezoeken van die vele visrestaurantjes was ook een hele belevenis op zich. Het begon altijd met tientallen menu's die je voor je neus geduwd kreeg op de dijk. En natuurlijk beloven ze allemaal allerlei gratis drankjes. Dan is het een kwestie van het restaurant uit te kiezen met de grootste porties (voor slechts 2.5 euro!!!), want lekker zijn ze allemaal. En in dat uitkiezen van die goeie restaurants waren we toch vrij goed want de porties die we voorgeschoteld kregen waren immens (zie foto). Zo groot zelfs dat onze deense reus er moeite mee had... en dat wil wat zeggen...

Na onze buikjes rond te eten met gezonde zeevruchten was het tijd om verder te trekken naar onze volgende bestemming...

Hasta pronto
Nele en Wouter

8 mei 2006

Huacachina... een stukje paradijs te midden in de woestijn!

De dag was aangebroken dat we verder moesten richting het Noorden, naar Ica. Na een frisse duik in het koele water van ons zwembad, geen betere manier om wakker te worden, zochten we een manier van vervoer. Met de bus was de goedkoopste manier maar na wat rondvragen bleek dat het met de taxi het ons maar enkele soles meer kostte. De opdracht was nu wel nog het vinden van een taxi met een capaciteit van 5 personen (+ de chauffeur...). Een onbegonnen speurtocht was dit echter niet, aangezien een groot aantal 'happy few' in het bezit was van een tank... een oude Amerikaanse caddilac!!!

Uiteindelijk vertrokken we onze tocht als sardientjes in een blik, want we moesten de taxi delen met nog een zesde persoon, een klein Peruviaans dikkertje...! Een rustige trip werd het geenszins: niet alleen dommelde die peruviaan geregeld in met de schouder van Christian (onze reuzachtige Deense vriend) als rustpunt, ook onze chauffeur had blijkbaar een lange nacht achter de rug en wist geregeld met zijn vermoeidheid geen weg. Om zigzaggen van de auto te voorkomen kregen we het idee om onze zangtalenten eens te botvieren en met succes naderden we na 2 uren eindelijk onze bestemming.

Na wat raadplegen van onze gids en met enkele tips, gekregen van reizigers onderweg, beslisten we unaniem om ons te begeven naar een dorpje iets verder glegen, Huacachina, gelegen in een kleine, tot de verbeelding sprekende oase. Dit plaatsje, met centraal een laguna omgeven door palmbomen, fungeert als vakantieoord van de inwonders van Ica, maar heeft reeds ook heel wat activiteiten om de gewone toerist te kunnen lokken...sandboarding... de reden natuurlijk van onze komst. Eigenlijk was het meer een vereiste van de stoere mannen onder ons, het was een onderneming waar adrinalinestoten je lichaam in vervoering bracht. Doch hadden ook de vrouwen niet veel overtuigingskracht nodig om, helemaal afhankelijk van een 'board', een zandheuvel af te glijden. En spijt hebben ze zeker niet gehad... met een hevige snelheid, heuvel op en heuvel af, werden we in een buggy, met de nodige kriebels in de buik, door de woestijn geleid naar enkele plaatsen om onze evenwichtskunsten te testen. Dit bleek voor enkelen onder ons al heel gauw te mislukken met de nodige koprollen en in het bezit van een collectie zand tot gevolg... dan maar op onze buik!!! Als kers op de taart begaven we ons, na 3 eerdere pogingen, naar de hoogste duin onder een ondergaand zonnetje. Het was tot nu toe de kick van ons nog kort leventje! Met ongelooflijke snelheid en half oncontroleerbaar sjeesden we de helling af... gewoon fantastisch! Pure adrenaline!!! Met nog natrillende benen konden we de anderen hun daling waarnemen en hun gehil almaar meer decibels horen aannemen... Misschien kunnen we dit ook eens proberen van de Hoge Blekker??? Alhoewel, misschien moet die eerst een paar tientallen meters verhoogd worden.
(Ter info: de hoogste duin in de regio is welgeteld 2078m hoog)

Daags nadien konden enkelen van ons (Christian de Deense reus, Lisa het brits meisje en ikzelf) er echter niet genoeg van krijgen en beslisten we om de vraag te stellen om zelf eens de woestijn te mogen inrijden met een 4-persoonsbuggy. Na wat aandringen (...serieus zagen eigenlijk!) is het ons dan toch gelukt waarna we gebracht werden naar een plaatsje waar de moeilijkheidsgraad niet te hoog lag aangezien we toch niet de nodige ervaringen bezitten. Als een zot achter het stuur raceten we door de woestijn en probeerden we enkele heuveltjes te overwinnen. Twee van ons is het gelukt, ons Brits teamlid moest na twee pogingen... stilgevallen net vóór de top... jammergenoeg opgeven!Een onvergetelijke unieke ervaring die alle verwachtingen heeft ovetroffen!!! Deze schitterende dag werd nog gepast afgesloten door een heerlijke barbecue en bijhorende dorstlessers aan de bar/zwembad van het hostel.

De morgen nadien begon alweer met enkele baantjes zwemmen in het frisse water wat ons al meteen wakker schudde en ons confronteerde met het nakend afscheid van dit heerlijk klein paradijsje...!

Maar op naar een volgend avontuur aan de Stille Oceaan!

Hasta Pronto,
Nele en Wouter

6 mei 2006

Nazca... Buitenaardse wezens????

Na afscheid te nemen van Fabrizio en Vicky, de uitbaters van ons supergezellig hostalletje in Cusco (het voelde echt als een thuis), trekken we naar de busterminal. Er wacht ons namelijk een helse rit van 14 uur door bergen en met een hoogteverschil van ca 2500m naar Nazca. Een stadje, bekend om de mysterieuze Nascalijnen, ergens in de dorre vlakte tussen Cuzco en de Pacific. Intussen reizen we al met vijf want naast het Deense koppel, Christian en Sanne, waar we nu al twee weken mee rondtrekken heeft er zich intussen ook al een Engels meisje, Lisa, bij ons gevoegd. Heel tof om met zo'n groepje rond te trekken en bovendien ook een heel stuk veiliger.

De Nazca-lijnen zijn een wereldwijd bekend fenomeen. In het stadje zelf heerst er een versluimerende sfeer, al zal dat wellicht door de immense warmte van de blakende zon komen. Vlakbij de stad liggen heuvels, bergen en immense vlaktes. Dagelijk vliegen toeristen over de bekende delen van de Nasca-vlakte om er de pistes en zandfiguren met eigen ogen te aanschouwen. De meest bekende figuren die de Nazca-vlakte sieren zijn de spin, de aap, de kolibrie en de walvis. Naast de bekende figuren weet de gemiddelde mens ook dat er ‘landingsbanen’ te vinden zijn. Niemand weet wat het doel is, niemand weet wat het te betekenen heeft.
De landingsbanen of pistes zijn rechthoeken, parallellogrammen en driehoeken van soms honderden vierkante kilometers. Soms overlappen de pistes de andere figuren.Wat minder bekend is, is dat er honderden van die tekeningen en banen zijn. Hoe oud de figuren en landingsbanen precies zijn weet niemand. Omdat men de zandfiguren zelf niet kan dateren moet men het doen met paaltjes of potten en kruiken die men gevonden heeft vlakbij de lijnen waaruit ze zijn opgemaakt.
Het staat vast dat diverse generaties bezig zijn geweest om de lijnen te maken tot wat ze zijn. Wat ook heel speciaal is dat de meeste figuren overeen komen met sterrenbeelden. Zo zou de spin het sterrenbeeld Orion zijn en de aap komt overeen met sterrenbeeld Leeuw. In deze theorie zou Wouter dus als sterrenbeeld 'boom' (tweelingen) hebben en ik 'kolibrie' (boogschutter).

Wij wilden dus die bekende figuren ook gaan 'spotten'. Na een kleine speurtocht langs de vele touragentschapjes die het dorp rijk is kozen we toch al heel snel voor het agentschap van ons hostal, Alegriatours. Ons hostal was fantastisch (precies een heus hotel maar met een prijs als van een heel goedkoop hostalletje, een proper zwembad incluis), hun agentschap zou wel van hetzelfde kaliber zijn. De volgende morgen mochten we ons dus prepareren voor een vlucht van een half uurtje boven de dorre vlakte van Nazca. Na een tiental minuutjes rijden naar de kleine luchthaven parkeerde de wagen ons netjes naast een kleine Cesna, goed voor ons vijven en de piloot. Na eerst een videouitleg over de lijnen en een korte uiteenzetting door onze piloot mochten we dan eindelijk plaatsnemen. Wat we de volgende 30 minuten te zien kregen was echt super. Heel speciaal eigenlijk die lijnen waar niemand van weet waar ze van komen en hoe oud ze zijn. Waren het de Nazcaindianen, de voorlopers van de Inca's? De Inca's zelf misschien? Of buitenaardse wezens? Alles is mogelijk en of men ooit zal weten hoe ze daar komen....
Misschien is het soms goed dat men niet alles weet, zo blijft het toch iets mysterieus hebben.

Na deze heel speciale ervaring was er nog een uitstapje gepland. Vlakbij Nazca ligt er namelijk een nazcabegraafplaats, Chauchilla, waar de mummies nog heel goed bewaard zijn. We hadden ze eerder in een museum daar vlakbij verwacht, maar wat bleek, ze zitten gewoon nog in de graven die volledig blootgelegd werden door grafrovers. Een beetje een luguber gezicht eigenlijk omdat een aantal van die mummies zo goed bewaard gebleven zijn zodat er nog vlees te zien is en vooral ook omdat er rond de opengelegde graven nog duizenden zongebleekte schedels en beenderen her en der in het rond liggen. Zomaar voor het grijpen allemaal, onbegrijpelijk.
De begraafplaats wordt als zodanig in stand gehouden, deels om verdere ontheiliging van het gebied te voorkomen (de meeste mummies zijn blootgelegd door grafrovers) en deels omdat er geen geld is om de mummies en grafgiften op een goede manier op te slaan of tentoon te stellen.

Na deze een beetje lugubere ervaring kregen we nog een uitleg over het maken van keramiek en het verwerken van het goud die in de bergen rond Nazca nog veelvuldig gevonden wordt. Een verkooptruc???

Daarna besluiten we om de rest van de dag wat te luieren aan het zwembad in plaats van verder te rushen naar Ica. Dat wordt iets voor de volgende dag...

Hasta muy pronto!
Nele en Wouter

4 mei 2006

Cusco... Een kopje Spaans Koloniaal met een wolkje Inca!

Onze intrede in Peru gaat gepaard met een doortocht aan het Titicaca-meer rijk aan prachtige taferelen, zo gegrepen uit de geschiedenisboekjes om zo via Puno door het hooggebergte ons te begeven naar de hoofdstad van het Inca-imperium: Cusco!

Deze stad met een populatie van 300.000 inwoners ligt in het zuidoosten van Peru nabij de Urubamba Vallei, beter gekend als de door Inca's genaamde Heilige vallei.

Onduidelijheid heerst er nog steeds over het ontstaan van Cusco (of Qosq'o in het Quecha) daar feiten en mythes niet altijd hand in hand gaan. Volgens de legende is deze stad gesticht in de 12de eeuw door de eerste Inca, Sapa Inca Manco Capac. Maar het was pas veel later, in de 15de eeuw, dat de negende Inca, Sapa Inca Pachacuti, Cusco heeft groot gemaakt tot hoofdstad. Van hieruit heeft het Inca imperium door gewelddadige verovering een fenomenale groei gekend tot het Spaanse leger, onder leiding van Francisco Pizarro, er een eind heeft aan gemaakt. In 1533 bereikte uiteindelijk de eerste Spanjaard de hoofdstad.

Het stadscentrum is heden getekend door bovenstaande rijke geschiedenis: Vele gebouwen werden getransformeerd onder invloed van Spaanse architectuur, dit met een mix van Inca architectuur. De nieuwe stad werd gebouwd op de fundamenten van de oude Inca stad, waar ze tempels veranderden door kerken en paleizen. Dit getuigt in koloniale pleinen met mooie kerken en een imposante kathedraal, waar meerdere straten en steegjes, afgelijnd door overleefde inca muren, op uitkomen, musea die in vroegere tijden paleizen waren van verscheidene, in weelde levende Sapa Inca's!

Het was dan ook voor ons geen moelijke keuze om hier enige tijd te verblijven. Hier hadden ze voor ieder wat wils en op ieder moment wel iets in petto: overheerlijke rijkelijke ontbijten op een van de balkonnetjes rond het hoofdplein Plaza de Armas, rondslenteren in de steegjes om daarna te genieten van sfeervolle restaurantjes die gevarieerde menuutjes aanbieden voor maar €2,5. En ook om de avond te vullen zijn er tal van mogelijkheden: uitgaan door een niet-gedubde film mee te pikken, een dansje te wagen in een van de vele sfeervolle danscafeetjes, een klapke doen in een gezellige bar of traditionele volksdansen gaan bezijken. Daarnaast zijn er natuurlijk ook nog de vele musea verspreid over de binnenstad en voor de gelovigen kan je nog een extra dag spenderen aan een 'kerkentocht'!

Maar de publiektrekkers zijn natuurlijk de talrijke Pre -Inca en Inca ruïnes in en rond de stad. Dus trokken we een dagje wandelen uit om enkele van deze te gaan bezichtigen, waaronder het impressionant fort, Sacsayhuamán ( slechts 20% van dit fort is te bezien doordat Spanjaarden de muren afbraken om de stenen blokken te gebruiken voor hun eigen huizen in Cusco), wat ideaal is om ondergedompeld te worden in de cultuur van deze pre-colombiaanse tijd en ter ideale voorbereiding van het hoogtepunt, de heilige stad Machu Picchu.

Geheel in fascinatie van de gedachtengang der Inca's groeten we jullie,
Nele en Wouter

1 mei 2006

Machu Picchu... Het mysterie der Inca's!

We zijn net terug van wat voor ons nog maar eens een van de hoogtepunten van onze reis was. We moeten er zelfs nog een beetje van bekomen want het was en is vrij overweldigend allemaal. We hebben namelijk net een van de meest bekende wandelingen ter wereld gedaan, de Incatrail, met als absolute kers op de taart, de verloren stad van de Inca's (of dat denkt men toch want niets is zeker in de Incageschiedenis), de Machu Picchu. En of het geweldig was??? Zoals gezegd, we moeten er nog altijd een beetje van bekomen, van het overweldigend gevoel dat we mochten ervaren.

Eerst heel even een korte geschiedenis van de Incatrail:
Deze "snelwegen" waren van zeer groot belang in de organisatie van het Inca imperium Tawantinsuyu. Dit enorme rijk kende op het hoogtepunt van zijn macht, een grootte die zich uitstrekte van Quito in Ecuador tot Santiago de Chili. De hoofdstad lag ongeveer middenin, namelijk de nog steeds wondermooie stad Cusco. Toen de Spaanse conquistadores dit rijk veroverden waren ze verstelt over de organisatie van dit immense imperium. Sommige Spaanse intellectuelen schreven dat Tawantinsuyu over het mooiste en beste wegennet beschikte van de moderne wereld (toen in de 16e eeuw). De vele renners (chasquis genoemd in het Quechua) die alle punten van het rijk met elkaar verbonden konden in 3 dagen een boodschap overbrengen tussen de nieuwe hoofdstad Lima en Cusco. De Spanjaarden met hun paarden deden er minstens 2 weken over. Wij zullen proberen een kort stukje van die 'snelwegen' te wandelen...

Dag 1: donderdag 27 april
Vorige week donderdagmorgen werden we door Peruplanet, de Belgisch-Peruaanse agency waar we onze tocht bij geboekt hadden, in alle vroegte opgehaald aan ons hostal voor wat een 4daagse wandeling zou worden. Na een licht ontbijt (deze keer was ik, Nele, de gelukkige om een ganse nacht door te brengen in dat kleine vertrekje), en na onze rugzakken en alle benodigdheden, zoals tenten, matjes, eten, kookgerief etc, op ons mini-busje te zwieren, vertrokken we, samen met een heel leuk Engels koppel (Peter en Claire) in de schemering naar Ollantaytambo. Ollantaytambo werd vernoemd naar een Inca krijger, maar het is vooral ook een fort dat de weg naar de machu picchu bewaakte. Hier haalde de Inca Manco II zijn laatste overwinning op de spaanse indringers. Naast de bekende toeristenmarkt is het voor ons vooral goed om alle laatste inkopen te doen voor de trek, om de laatste dragers op te pikken, om de laatste benodigdheden voor de kok te kopen, en om ons te voorzien van home-made wandelstokken en cocablaadjes (helpen tegen hoogteziekte en geven meer energie).
Daarna rijden we over een smalle weg nog een uurtje langs de rivier Rio Urubamba verder naar km82, de start van de fameuze trail. Na het tonen van de paspoorten en de tickets, het wegen van de bagage van de dragers en het offeren van 3 cocablaadjes en 3 rozijnen aan Pachamama (moeder aarde, ze is weg van zoetigheid...) kunnen we dan eindelijk op stap. Het offeren van die cocablaadjes en rozijnen moet ons een behouden trek en een goede aankomst aan de verloren stad waarborgen...

Eigenlijk is de eerste dag vrij gemakkelijk, een voorbereiding voor het zwaardere werk zeg maar. We lopen van km82 naar Huallabamba, een redelijk vlakke wandeling langs de Urubamba rivier met een uitzicht over de Veronica sneeuwtop die een hoogte heeft van 5850m. We komen langs lokale gemeenschappen, ontmoeten massa's vicuana's en ezeltjes, en we zien de bekende tunacactus die in bepaalde delen van Peru gebruikt wordt om lippenstift van te maken, maar hier enkel voor medicinale doeleinden dient. Ook passeren we op een bergtop de ruines van Llactapata, een belangrijke landbouwkundige plaats in de Incatijd, en zien we in het dal de ruines van Willkarakay. Na een pittige afdaling naar de vallei van de Kusichaca rivier mogen we voor de eerste keer genieten van de kookkunsten van onze kok Matteo: de volgende dagen zullen we zeker geen honger lijden want we worden zowaar getrakteerd op een heus driegangenmenu.
Na de lunch wandelen we nog een drietal uurtjes verder tot net iets voorbij Wayllabamba. We zoeken een plekje op een kampplaats een beetje hoger dan voorzien omdat we dan slechts '1100m' onder de eerste bergpas zijn. Aangekomen in dat kamp werden we verrast met een reuzeberg popcorn (onze kok vergat soms dat we maar met 5 waren) en 'Chocolate con energia'. En daarna moesten we nog maar eens een gigantisch diner naar binnen werken...
Na nog wat geklets kropen we rond 20uur in ons tentje om als een blok in slaap te vallen. De eerste dag was al fantastisch, de volgende beloofden nog fantastischer te worden.

Dag 2: Vrijdag 28 april
Na een stevig ontbijt om 5uur 's morgens, vertrekken we vol goeie moed voor wat de moeilijkste dag moet worden. En na een kwartiertje wordt al snel duidelijk waarom: duizenden steile trappen en een nog steilere weg leiden ons naar de eerste en hoogste pas van deze trail: De Warmi Wanusca pas, beter bekend als de 'dead women pass', op 4200m hoogte. Als je denkt dat je er bijna bent, loop je weer tegen een bergwand aan en dan begint de ‘Hell pass’ pas echt. Vanaf hier kun je het hele pad langs de bergwand zien lopen. Het is een slopend stuk met veel traptreden en steeds ijler wordende lucht. Onze gids bleef ons maar zeggen dat we 'very slowly' naar boven moesten (om hoogteziekte te voorkomen) maar veel sneller dan dat ging ons toch niet lukken. Nu ja, ze had ons ook gezegd dat we minimum 3 uur moesten rekenen, en we hebben het toch maar mooi geklaard in iets minder dan 3 uur. Het overwinningsgevoel die ons overviel het moment dat we met veel gehijg op die top kwamen was ongelooflijk. Alle groepen stonden elkaar ook keihard aan te moedigen en telkens iemand bovenkwam, maakte niet uit van welke groep, begon iedereen spontaan te klappen. Het samenhorigheidsgevoel op deze trail is echt wonderlijk...
Na een klein uurtje genieten van het uitzicht aan weerszijden van de pas, en onze overwinning dalen we snel af naar Paqaymayu op 3600m want intussen waren onze maagjes serieus beginnen grommen. Wat Matteo nu weer uit z'n koksmuts toverde was weerom overheerlijk en gaf ons voldoende energie om nog maar eens een pas op 3950m over te steken. Normaal moesten we eigenlijk tussen die twee passen blijven overnachten maar om de derde dag wat korter te maken besloten we toch maar om ons nog aan die 2e pas te wagen. Voor we onze 2e kampplaats bereiken, bezoeken we nog de wondermooie Runkuracay en Sayaqmarka ruïnes om dan verder door het nevelwoud verder te gaan naar het kampement. Na wederom een berg popcorn, crackertaartjes en een gigantisch diner naar binnen gewerkt te hebben kruipen we nog vroeger dan de dag ervoor in ons tentje...

Dag 3: Zaterdag 29 oktober
Om half vijf worden we zachtjes gewekt door onze kok met een overheerlijke kop cocathee-op-bed. Na verder nog een heerlijke omelet en getoaste broodjes verorberd te hebben vertrekken we als eerste groep voor onze 3e en laatste pas. Het voordeel van zo vroeg vertrekken (rond 6u) is dat we als eerste mogen genieten van het fantastische zicht op de Vilcabamba bergketen. Gigantisch en prachtig zijn die bergen met hun witte muts van sneeuw op. Fantastisch is ook het schouwspel waarop de zon ons trakteert... Eigenlijk is het ganse stuk naar de derde pas op 3700m schitterend: wild nevelwoud, heel veel orchideeen, varens, kleurrijke vogels, af en toe een glimp op de bergen, kleine watervalletjes, half uitgehakte tunnels en perfect geplaastste stenen. Na een kort bezoekje aan de voorlaatste ruine, Phuya Patamarca (wolkenstad), nemen we de laatste en langste afdaling (ca 2000m) verder naar Winay Wayna (voor altijd jong), een gigantische ruine die slechts 20 jaar geleden ontdekt is.
Normaal was dit de kampplaats voor onze derde nacht. Vandaar gaat het dan verder via de Zonnepoort naar de bekende verloren stad. Wil het toeval nu net dat een paar weken geleden een enorme modderstroom het laatste stuk van de Incatrail en dus de toegang tot de 'Sungate' vernietigd heeft en we eigenlijk het allerbelangrijkste stuk van de Trail niet kunnen lopen. Een ferme ontgoocheling eigenlijk, maar eentje waar niemand iets kan aan doen. Moeder natuur is nu eenmaal de sterkste, tegen haar kan niemand op...
Nu soit, niet getreurd natuurlijk en na nog eens een superlunch zetten we de afdaling (nog eens 2000m) verder naar Aguascalientes, of El Pueblo de Machu Picchu. Daar volgde een beetje een teleurstelling want we kregen te horen dat we de derde nacht niet meer gingen kamperen maar dat we de nacht moesten doorbrengen op de vloer van een restaurant. Opnieuw wat ongoocheld natuurlijk want andere groepen (niet allemaal) konden wel kamperen. Was buiten onze porters gerekend want ineens begonnen ze de tenten zomaar op te zetten te midden van het restaurant. Het leverde hilarische taferelen, ongeloofwaardige blikken en contente trekkers op. We waren weer gelukkig...
Na een beetje emotioneel afscheid van onze kok en porters (de volgende morgen moesten ze na het ontbijt er heel snel vandoor om hun trein terug naar cusco te halen) kropen we rond 21u in onze geimproviseerde kampplaats...

Dag 4: Zondag 30 april
De vierde dag vertrekken we vroeg in de morgen. Het is nog donker (ca 5 uur) en we willen vandaag bij de Machu Picchu de zon op zien komen. Het is een geladen sfeertje in de rij voor de bus. Iedereen is een beetje zenuwachtig en kijkt enorm uit naar het grote moment. Om half vijf mogen we dan eindelijk instappen en een kleine 20 min later staan we aan de toegangspoort van het grote moment. Na nog eens een tiental minuutjes staan we ineens oog in oog met 'de Verborgen stad van de Inca's' tussen de bergen hoog boven de Urubamba rivier, de wereldbekende MACHU PICCHU. We krijgen ongeveer 2 uur uitleg over het religieuze en historische belang van deze plaats en we kunnen hier ook de verfijnde bouwstijl van de Inca's waarderen. Ze konden er iets van....

Een korte geschiedenisles:
Machu Picchu is dé verborgen stad van de Inca's die de Spanjaarden nooit gevonden hebben en daardoor een van de belangrijkste ruines die nooit is vernietigd. Hier is tot op de dag van vandaag nog veel van de Incabeschaving terug te vinden. Machu Picchu betekent letterlijk 'Oude Hoogte' in het Quechua.

De stad Machu Picchu is gelegen tussen steile bergen, op een hoogte van ongeveer 2.350 meter. De Inca's bereikten de stad via een steil pad. De voettocht duurde meerdere dagen en de stad was daarom moeilijk bereikbaar en bijgevolg ook moeilijk te vinden door veroveraars. Machu Picchu ligt ingesloten tussen twee steile pieken: de Machu Picchu en de Huayan Picchu (Jonge Hoogte in het Quechua). Door het rotsdal loopt op 2.000 meter hoogte de sterk stromende Urubamba rivier.

Aangenomen wordt dat de bouw van de stad Machu Picchu werd begonnen rond 1440, onder leiding van de eerste grote Inca Pachacuti. Tot aan de Spaande verovering van het gebied in 1532 was de stad bewoond. De functie van de stad is omstreden. Doordat de stad zo ontoegankelijk is, wordt aangenomen dat de stad geen doorsnee-functie had. Vaak wordt aangenomen dat Machu Picchu een buitenverblijf was voor koningen en andere hooggeplaatsten. De stad heeft veel verblijven voor nobelen, en ook een paar woningen voor hun dienaren. Er konden rond de 750 personen in de stad verblijven. Gedurende de regentijd, als er geen koningen aanwezig waren, zouden er veel minder mensen in Machu Picchu geweest zijn. Toen de Spanjaarden het Rijk van de Inca versloegen, stopte de regelmatige trek van en naar Machu Picchu door nobelen en raakte de stad verlaten.
Een andere verklaring voor de merkwaardige ligging en voor het verlaten raken van de stad is dat het een fort was dat diende ter verdediging van het Inca-rijk. Na de Spaanse verovering was er voor de Inca's geen noodzaak meer om de stad te blijven bezoeken. Deze verklaring wordt vaker bestreden, aangezien de ligging van de stad het niet aanneemlijk maakt dat van daaruit het Inca-rijk verdedigd werd. Bovendien waren er te weinig woningen voor voetvolk aanwezig.
Een derde theorie meent dat Machu Picchu vooral bedoeld was voor het verzamelen van coca-bladeren, aangezien het lag op een punt waarvandaan veel plantages bereikbaar waren. Het verlaten raken van de stad wordt daardoor echter niet verklaard: ook na de Spaanse verovering bleef de coca een belangrijke rol spelen in het gebied.
Pas in 1911 raakte de ligging van de stad weer bekend, toen de historicus Hiram Bingham een studie verrichtte naar de Inca-paden in de omgeving. Tijdens deze studiereis ontdekte hij Machu Picchu. Algemene bekendheid kreeg de stad in 1913, toen National Geographic een compleet nummer wijdde aan Machu Picchu.
In 1983 werd de stad opgenomen op de werelderfgoedlijst vanUnesco.

Er is in de stad een woonzone met middenin een groot plein, een militaire zone en een godsdienstige zone. Tussen de godsdienstige gebouwen stonden ook de woonvertrekken van de hofhouding. In de godsdienstige zone vindt men prachtige tempels voor de zonnegodin en de maangodin. Ook staat daar een heel mooie zonnewijzer op het hoogste punt van de stad.


Na een vijftal uur rondgewandeld en genoten te hebben van dit mysterie begonnen we aan de afdaling terug naar Aguascalientes. Na een verkwikkend bad in de thermale baden (vandaar de naam 'Aguascalientes') en afscheid te nemen van Silvia, onze gids, volgde een korte treinrit naar Ollantaytambo waar ons dan een minibusje stond op te wachten om ons terug naar Cuzco te brengen. We waren versleten maar o zo voldaan... Moesten we kunnen vertrokken we de volgende morgen opnieuw.

Ciao cariños
Nele en Wouter