26 juli 2006

Copán... door jungle overgroeide Maya-tempels!

Onze laatste halte in Honduras. Het stadje Copán, vlak aan de grens met Guatemala, en vooral gekend door de gelijknamige Maya-tempels, Copan ruinas. Het zou tevens ook onze voorlaatste plaats zijn die we samen met onze vrienden gingen aandoen.
Het is een gezellig klein stadje, niet meer dan 6000 inwoners, met kasseistraatjes en gekleurde huisjes waar veelal souvenirswinkeltjes in geborgen zijn. Een reden om hiervoor een volledige dag uit te trekken, onze bezoekers konden toch niet met lege handen huiswaarts keren, niewaar...!? En zeg nu zelf, het is altijd leuk om een mooie herrinering te hebben aan de prachtige cultuur van de Maya's!
Maar ook de streek rondom verdient enige aandacht, een heuvelachtige boomrijke omgeving waar de Copán-rivier met talloze doorheen kronkelt. En hoe kan da beter dan de streek verkennen met paarden. Elk zijn paard beklommen (voor de ene al wa moeilijker dan de andere...) trokken we richting onze eerste stopplaats, een domein waar de 'materniteit' bevond van de vroegere Maya's. Daarna gingen we in gallop naar de volgende bestemming , een klein schooltje waar kinderen
Maar we kwamen natuurlijk niet alleen om onze vracht souvenirs, de attractie is natuurlijk het nabijgelegen Ruine complex gebouwd door de Maya's in de 5de eeuw, Oxwitik. Het was tevens ook een van de belangrijkste steden in het Mayarijk, het werd beschouwd als het culturele koninkrijk. Cultuur en kunst was altijd belangrijk geweest voor de dynastie gevestigd in, wat nu noemt, Copán. Zo vind je er de unieke hiërogliefentrap, een bouwwerk langs een 30 meter hoge pyramide die de geschiedenis vertelt van de Copán-dynastie. Het is een beeldverhaal die meer dan 2000 hiërogliefen bevat, gekerfd in de 72 treden en bijgestaan door sculpturen die de vorsten afbeelden. Een ander spectaculair bouwwerk was het balspeelveld, een smal veld met aan weerszijden een schuine wand waar 6 papegaaienkoppen uitstaken, het zogenaamde 'doel'!

Een spectaculaire ervaring die je doet meeslepen in de hoogst interessante Maya beschaving. Uren rondslenteren langs en op de vele tempels, pleinen, sculpteren en andere gebouwen, fantaserend alsof we eeuwen terugkeerden en we vergezeld waren door de duizenden maya's in hun dagelijkse doening... ! Deze belevenis werd echter nog meer ingekleurd toen we begroet werden door overvliegende loros, rood met wat geel en blauw gekleurde papegaaien.

Onder indruk en naar meer smakend, groeten we
Nele en Wouter
Julie, Veerle, Korneel en Steven

23 juli 2006

Utila...Zwemmen met Nemo's vriendjes

León in de vroege ochtend, met de taxi richting busterminal, om naar onze eerste grensovergang te rijden. Daar aangekomen, probeerden gretige fietstaxi’s onze rugzakken te pakken te krijgen, om ons de grens over te brengen. Zweten hebben ze gedaan, zwaar bepakt als we waren met onze souvenirs uit Nicaragua.
Honduras binnengeraken verliep overigens opvallend vlotjes, en even later konden we het nieuwe, bergachtige landschap aanschouwen, terwijl we de hoofdstad Tegucigalpa naderden. Klinkt ongelooflijk exotisch, maar we waren wat blij deze stad de volgende morgen achter ons te laten, richting La Ceiba aan de Caribische kust.

De overzet naar het paradijselijke duikeiland Utila verliep nogal woelig. De strakke zeewind en een slechte vaarstijl deden wat magen tegenpruttelen. Dat was echter snel vergeten toen we op de pier het helblauwe water aanschouwden en enkele lieftallige visjes. Op weg naar ons hostalletje, de Mango Inn (het werd een “luxe-resort” met zwembad!), eisten kolibries en een heuse leguaan onze aandacht op.
De rest van de dag trokken we op verkenning, op zoek naar de witste stranden, het beste aanbod om te snorkelen en te duiken, en lieten ons verleiden om de volgende dag dolfijnen te gaan spotten. Die waren echter naar buureiland Roatán gevlucht, want dolfijnen hebben we niet gezien. Enig teken van leven: enkele over het water scherende tonijnen. Het anker werd geworpen, en ietwat teleurgesteld maakten we ons klaar om te gaan snorkelen. En wat bleek? Er waren dan wel geen dolfijnen, maar Nemo’s vriendjes maakten veel goed! Alleen de “jellyfish” kwamen roet in het eten gooien, toen we ons bootje weer wilden bereiken. Het leek wel een hindernissenparcours om zonder beten het water uit te geraken. De volgende dag vertelde onze duikinstructeur dat deze mini-kwalletjes eigenlijk gewoon uit elkaar vallen als je ze aanraakt, dus we hadden ons zorgen gemaakt om niets.
Veerle had ondertussen de hele trip gemist. Vier uur en half zitten wachten op de enige dokter van het eiland, om dan te horen dat ze wegens haar astma toch niet mocht duiken! Ze liet het niet teveel aan haar hart komen, en ging snorkelen met Nele en Wouter op een ander rif. Ondertussen kregen Korneel, Steven en ik onze eerste “les” in het duiken: een video met evenveel reclame voor duiken, als met uitleg over de nodige vaardigheden “diep in de zee”.

’s Middags was het dan eindelijk zover. Terwijl onze snorkelende vrienden geamuseerd toekeken, brachten wij wat zenuwachtig onze duikoutfit in orde. Eerst even de vaardigheden oefenen in ondiep water, en dan de diepte in (12 tot 16 meter). Wij groentjes kregen exotische visjes te zien – vraag me niet naar hun naam, maar ze waren “iel schoon” – en een rog (!), terwijl de ervaren groep op 20m een heuse zeeschilpad tegenkwam. Nog even veilig de boot in klauteren – niet eenvoudig met zo’n megafles op je rug – om een welverdiend ijsje te verorberen.

Jammer dat we niet langer op dit paradijselijk eiland konden blijven.

Hasta pronto
Julie

Steven, Veerle, Korneel, Nele en Wouter

18 juli 2006

León... Wat ooit de hoofdstad was!

Dat de busservice in Nicararua nog niet helemaal optimaal is kan je al vlug genoeg merken. In tegenstelling tot veel van onze vorige landen zijn rechtstreekse bussen naar toeristische trekpleisters niet voor de hand, en in comfortabele bussen al helemaal niet...! Dus waren we genoodzaakt om, in een zogenaamde chickenbus, ons eerst te begeven naar de hoofdstad Managua om daarna direct vervoer te zoeken naar onze volgende halte León!

Aangekomen met de rugzakken op het dak van onze combo, een klein busje als alternatief voor de chickenbus, waren we al direct het verschil met Granada gewaar. De rijkdommen die Granada en de streek erond rijk waren, waren niet af te meten met deze van buur León. Daar tegenover stond wel dat de laatsgenoemde stad het intellectuele centrum was van Nicaragua.

León en Granada hebben al eeuwen een onderlinge rivaliteit. León was de eerste officiële hoofdstad van het onafhankelijk geworden Nicaragua en wisselde gedurende jaren de macht zijn concurent, afhankelijk van het verkozen regime. Terwijl León geprefereerd werd door liberale regimes, kreeg Granada de voorkeur van de Conservatievelingen. De rivaliteit ging zelfs zo ver dat geregeld geweld uitbrak tussen de 2 steden, met uiteindelijk de burgeroorlog in 1850 tot gevolg. Nadat een, op macht beluste Amerikaanse avonturier (waar kennen we dat ook weer van...), William Walker de macht, op hollywood-wijze, trachte over te nemen in Nicaragua door Granada aan te vallen met hulp van het vijandige León (en hem ook nog gelukt is) en vervolgens door de resterende landen van Centraal Amerika werd weggedreven, werd Managua (1885) uiteindelijk de hoofdstad. De enige reden hiervoor was enkel en alleen om een einde te maken aan de rivaliteit tussen die 2 steden.

Het landschap in het noordwesten is gedomineerd door de Cordilleira de los Maribios, waar een ketting van 10 vulkanen (enkelen van hen nog steeds actief) parallel lopen met de Stille Oceaan. Logischerwijs stond er dus een trip naar een van de vulkanen op ons programma, en wat voor een...! Het hostel waar we verbleven had een speciale tour-aanbieding: een klim naar de top van de Cerro Negro, een nog actieve vulkaan die geheel bestaat uit vulkanische gesteente en waar geen enkele begroeiing te merken valt, om vervolgens met behulp van een houten plank naar beneden te glijden. Met een groep van uiteindelijk rond de 12 personen scheurden we door de plattelandswegen naar de voet van de vulkaan. Eenmaal daar aangekomen werden hevige rukwinden op ons losgelaten, die ons het klimmen met ons plank serieus moeilijk maakten. Stap voor stap, in een gevecht met de wind, probeerden we ons te begeven naar het actieve gedeelte. De tocht naar de hoogste top was nog moeilijker, los vulkanisch gesteente zorgden voor een voortdurende daling van je klim. Een stap vooruit, twee achteruit... En eenmaal aan de top was het de krachtige wind die niet liever zag dan dat we weggerukt worden van de vulkaan. Maar hoe harder de omstandigheden waren, hoe hardnekkiger wij waren om ons doel te bereiken...! De felle wind trotserend, begaven we ons dan toch naar de flank waar we onze daling met de 'boards' zouden ondernemen. Met een spectaculaire rij van ongeveer 4 vulkanen, waar de zon zijn weinig aanwezige sralen op wierp, als achtergrond scheurden we naar beneden (althans de meeste van ons... Julie kwam als een 2 peka'tje naar beneden). Het gebeurde wel met enige 'kleerscheuren', Korneel vond de rit nogal saai en besloot dan maar om enkele buitelingen te maken met een serieus geschaafde knie als gevolg. Pubers he...!?

De dag nadien besloten we om naar León Viejo te gaan, de oude stad, zo'n 30 km van de huidige stad, die helemaal verdween in 1606 na een vernietigende uitbarsting van de vulkaan Momotombo. De ruines van de oude stad kregen maar pas in 1967 terug aandacht doordat studenten van de nationale universiteit van León het bestaan ervan beschreven. Spectaculair waren de ruines eigenlijk niet, het meeste van de stad ligt nog steeds onder de grond en er is geen geld om verdere opgravingen te verrichten. Jammer..., maar al bij al was onze dag geen tegenvaller. Door het toedoen van Julie begonnen we onze dag met de rit naar de ruines die een goeie 2 uren duurde, wat anders maar de helft daarvan is. Goed begonnen zeg je... Wel, zo zaten we op een ckickenbus die langs een landbouwwegel iedere boerderij aandeed. Ge moet weten, die 'chickenbussen' fungeren niet alleen als vervoermiddel voor mensen maar ook voor heuse vrachten. En bovendien zijn de 'conducteurs' ervaren 'Ikea-installateurs', zo monteren ze in geen tijd, in het midden van de straat een bed die zich eerst in stukjes bovenop de bus bevond. Het was een perfecte manier om eens getuige te zij van het plattelandsleven in het armste land van Centraal Amerika, Nicaragua!

Na een kleine 2 weken rondtrekken in Nicaragua is het tijd om onze oorden te verleggen richting Noorden, Honduras! Duiken in het Paradijs...!

Hasta Luego
Nele en Wouter
Julie, Veerle, Korneel en Steven

15 juli 2006

Granada, Aan de voet van machtige vulkaan Momotombo...

Nicaragua is eigenlijk een uitdaging: nog nauwelijks toeristisch ontdekt biedt het je de mogelijkheid een authentiek land te bezoeken. Het heeft dezelfde uitbundige natuur als buurland Costa Rica met maar liefst 58 vulkanen, rivieren, jungle, verlaten stranden, een grootcentraal meer en eilanden, maar het is er veel minder toeristisch en dus veel goedkoper. Alhoewel, van dat minder toeristisch hebben we inGranada niet veel gemerkt...

Na de vlotte overtocht vanaf Isla Ometepe werden we in Rivas overstelpt door schreeuwerige mannen die ons allen een plaatsje op de bus naar Granada wilden verkopen. Allemaal zouden ze om 2 uur vertrekken.... Een verkooptruc natuurlijk want we hadden al eerder gehoord dat de volgende bus pas ging om 3u30. Slim zijn ze wel hoor om klanten te trekken, maar of je het die arme mensen moet verwijten??? Het opdringerig zijn misschien wel, maar voor de rest zijn het best wel aardige mensen allemaal. Op deze bus ontmoetten we ook een Duits meisje en zij verzekerde er ons van dat we zeker niet alleen zouden zijn in de eerste van de 2 koloniale steden die we zouden bezoeken. Granada is zo gezellig dat vele toeristen er spaans gaan volgen, vrijwilligerswerk gaan doen en bijgevolg soms maanden of jaren blijven hangen.

Een koloniale stad als Granada heeft nog veel overblijfselen uit de 16e eeuw zoals centrale pleinen, kathedralen en kerken, en allemaal in hun eigen opgewekt kleur. Buiten de stad zie je cowboys op paarden en boeren met ossenkarren. De tijd is hier werkelijk soms stil blijven staan. Gesticht in 1524 is Granada trouwens één van de oudste koloniale nederzettingen in Latijns-Amerika. Deze nostalgische plaats met 116.000 inwoners heeft nog veel koloniale gebouwen, musea en statige huizen met tropische tuinen in de patio's. Er is een groot centraal plein waar in de schaduw de lokale bevolking de dag bijpraat. Schoenpoetsertjes, ijsjes venters met belletjes aan hun karretje en paarden(met bloemen in hun manen, jawel) en wagens voor tochtjes door de stad maken het beeld compleet. Al met al is Granada een sfeervolle en romantische plaats waar je rustig door de straten kunt slenteren en nog steeds de sfeer van de eens glorieuze tijd kunt proeven. Vandaar ook dat we er toch een drietal dagen gebleven zijn...

Na wat in de stad zelf geslenterd te hebben zijn we ook een dagje naar Masaya geweest, een stad vooral gekend om zijn grote artisanale markt. Een dag vooral dus voor de meisjes die nooit genoeg krijgen van al dat shoppen.... En 's avonds hadden we ook nog eens geluk dat we getuige mochten zijn van het wekelijkse dorpsfeest. Elke donderdag worden op het centrale plein alle tafels en stoelen buiten gezet. Een podium aan de ene kant van het plein wordt versierd en in gereedheid gebracht door het gelegenheids orkest. Tegen de avond komen de eerste eetstalletjes en rond een uur of acht komen verschillende dansgroepen uit de regio aan de beurt. 't Was echt super om ons te laten onderdompelen in de lokale cultuur en we hebben er dus met volle teugen van genoten.

De laatste dag in deze prachtige stad zijn we eens de waterkant gaan bezichtigen (een strand aan een meer is eens wat anders dan al die witte stranden aan de Pacific of de Caribische zee) en hebben we een boottochtje gemaakt naar Las Isletas, een archipel van 350 kleine eilanden met tropische vegetatie. Per motorboot zijn we de indrukwekkende flora en fauna (waaronder veel watervogels maar ook een paar aapjes) van de vele eilandjes van vulkanische oorsprong gaan bewonderen. (de eilandjes liggen namelijk aan de voet van de Momotombo) Maar wat we ook vooral bewonderd hebben waren de indrukwekkende huizen van de rijke Nicaraguanen die hier elk hun eigen prive-eiland hebben. Een groter contrast met de stad is er bijna niet....

Op naar Granada's eeuwige rivaal... Leon.

Ciao amigos!
Nele en Wouter
Korneel, Veerle, Julie en Steven

11 juli 2006

Isla Ometepe... Tussen twee vulkanen...

Het reizen nam nu een andere en nieuwe wending, nu zijn we met zessen om onze route over land te doorkruisen. Een voordeel daarvan is dat het nu makkelijker was om de prijzen in het openbaar vervoer wat te doen drukken, wel moesten we nu bijvoorbeeld elke keer zorgen voor 2 taxi's, maar dat heeft ons enigzins nooit problemen bezorgd.

We raasden al zwengelend over de kapotgereden asfaltweg met de ene taxi in het zog van de andere op weg naar San Jorge, de haven dat ons vertrekpunt was naar onze volgende bestemming, Isla Ometepe. Onze verwachting, een vlotte confortabele 'moderne' ferryboot, was na onze aankomst echter tot een illusie neergeslagen. Een afgetakelde oude houten 'schuit', die klaar was om onderweg zijn laatste schroefbeweging te maken... met de meerbodem als ultieme rustplaats, moest ons veilig en wel over het meer, Lago Nicaragua, naar het eiland overzetten! Met een klein hartje stapten we, met de rugzak op de rug (in mijn geval in de hand), via een smal houten plank de overzetboot in. Het verliep uiteindelijk zonder al te veel problemen, doch de golven deden de boot goed dansen over het water. Een heus caroussel-effect, met een niet leuk gevoel in de maag voor sommigen tot gevolg...!

Het bijzondere aan dit eiland is dat het gevormd is door 2 vulkanen die, door talrijke uitbarstingen in het verleden, verbonden waren met elkaar en dat in de vorm van een straat . In het westen heb je de 1610 meter hoge, nog steeds actieve en koonvormige Volcán Concepción, aan de andere kant de 1394 meter hoge en afgetopte Volcán Maderas. Op het eiland leven er circa 35.000 mensen die voornamelijk leven van de visvangst en landbouw, dat in condities die ons terugbrengen tot 60 jaar geleden of langer.

We proberen de meute toeristen, wat eigenlijk in het niets verdween te vergelijken met andere toeristische topbestemmingen, te mijden en reden direct door naar een hotel-finca (te vergelijken met hoevetoerisme) gelegen in Charco Verde aan de oevers van het meer. Het was een prachtig en rustig oord waar we konden genieten van het ruisend water en de talrijke diergeluiden op de achtergrond. Onze eerste namiddag was in geen tijd al gepland: een stoel nemen, een maaltijd en vochtje bestellen en onze ogen niet meer afhouden van het TV scherm. We kunnen toch niet de WK finale, Frankrijk-Italië, aan ons voorbij laten gaan hé!? Tot onze frustratie zagen we die Italianen onverdiend winnen, het werd dan maar weggedronken met enkele biertjes.

De volgende dag stond een heuse wandeling op de planning, we zouden immers de volcán Maderas gaan beklimmen. Een 4 uur durende tocht opwaarts door een dicht begroeide jungle (wolkenwoud) waar we kennis maakten met de talrijke Fauna en Flora. Zo kruisten we er vele soorten vogels (onder andere de typische blauwstaartige urracas), meerkleurige vlinders, de meest eigenaardige insecten en zelfs families wilde brulapen (Howler monkeys). Dit bijgestaan door de deskundige uitleg van onze gids. Doch geleidelijk aan verwaterde de uitleg, tevens verslapte zijn aandacht naar dieren om meer oog te hebben voor het aanwezige schoon vrouwvolk, met vooral Veerle op kop... jaja! Het was een ongelooflijke zware en steile klim waar we ons moesten concentreren om ons evenwicht niet te verliezen op het modderig en gladde pad bezaaid met stenen en uitspringende wortels. Eindelijk bereikten we de top, maar veel ooooh's en aaaaah's vloeiden er niet uit daar een dichte mist boven lagune hing! Spijtig...! Dan maar dezelfde weg terug, waar we niet allen ongeschonden uit kwamen, talrijke keren schoven onze voeten onderuit met bruingetinte en soms gescheurde kledij tot gevolg!
Een prachtige tocht door de jungle hebben we aangenaam afgerond met een lekkere warme douche gevolgd door een welverdiende maaltijd. Nog gauw een pintje drinken en morgen vroeg uit de veren voor onze terugtocht naar het vasteland!

Adios y hasta pronto
Nele en wouter
Julie, Veerle, Korneel en Steven

9 juli 2006

San Juan del Sur... Eindelijk was het zover...

Hoewel we na 6 dagen te vertoeven op het paradijs het voorstel kregen om daar nog een verlengstukje aan te maken en we eveneens een aanbod kregen om verder te zeilen naar Bocas del Toro aan de Panameense - Costa Ricaanse, was het eigenlijk niet echt moeilijk voor ons om daar telkens negatief op te antwoorden. Na lang wachten en de laaste weken af te tellen was het eindelijk zover... we krijgen bezoek!!!! Joehoe!!!!

Na onze vlucht van Porvernir naar Panama City in zo'n minivliegtuigje zijn we ons eigenlijk onmiddellijk naar het busstation gerept. We hadden er namelijk geen idee van of het ons zou lukken om in 2 dagen van Panama naar Nicaragua (de plaats van afspraak)te reizen. En het geluk was met ons: 4 uur later zouden we al een bus kunnen nemen die ons in 12 uur naar San Jose, de hoofdstad van Costa Rica kon brengen. Vlug ons nog wat fatsoeneren want je wil niet weten hoe je ruikt en je haar eruit ziet na 6 dagen je enkel gewassen te hebben met zeewater. Een vlotte rit volgde en een al even vlotte overstap naar een bus die ons naar de Nicaraguaanse grens zou brengen. In minder dan 24 uur hadden we 2 landen doorkruist.

Plaats van afspraak was San Juan del Sur, een zalig relaxdorpje net over de grens aan de Pacifische kust. Een dorpje waar vooral de rijkere Nicaraguanen en de westerse expats hun vakantie doorbrengen en het mekka van dit land voor surfers. De ideale plek dus voor ons om te bekomen van de bruuske overgang tussen het paradijs en de helse busrit. Voor onze vrienden de perfecte plek om uit te blazen van hun vlucht en de eerste bruuske kennismaking (iedereen is hier toch wel heel opdringerig) met Nicaragua. De laatste nacht konden we bijna niet slapen van de zenuwen en ineens, de vrijdag rond de middag was het zover... ineens hoorden we een gegil vanuit een krakkemikkige bus en ja hoor, ze waren er geraakt: Julie, Steven, Korneel en Veerle kwamen bepakt en gezakt rechtstreeks vanuit het belgenlandje gevlogen. Bepakt vooral met toffe presentjes voor ons, waaronder het meest toffe de beste lekkernij ter wereld, de enige echte belgische chocola. Merciekes papa's en mama's voor de cadeautjes!!!!!

Naast wat genoten te hebben van de relaxheid in dat dorpje hebben we eigenlijk vooral bijgekletst, cocktails gedronken, de halve finale van het WK bekeken, lekkere vis gegeten (en jawel, Korneel ook!!), genoten van de zon en de zee en plannen gesmeed voor de komende 3 weken. Het zal genieten worden!!!!!

Op naar Isla Ometepe, de enige plaats ter wereld waar haaien in zoetwater voorkomen. Spannend!!!!

Nele en Wouter

4 juli 2006

San Blas... In de sporen van Robinson Crusoe...

Het was dan uiteindelijk zo ver! Onze lang-naar-uitgekeken trip naar Panama stond voor de boeg, dit samen met onze Israëlische vriend, Umri en een koppel uit Spanje. Eerst nog vlug wat inkopen doen, onze verantwoordelijkheid lag bij drank, te verstaan als bier en rum, en wat lichte voeding want de kans dat misselijkheid op de boot je appeteit doet afnemen was heel reeël. Het overige werd geregeld door de kapitein. Na alles opgeslagen te hebben in het ruim van onze zeilboot konden we de touwen lossen en Cartagena uitwuiven. Het waren spannende vooruitzichten, eerste keer in een zeilboot niet wetend wat er komen zal! Zullen grote golven ons doen kapsijzen waarna we terecht komen op een onbewoond eiland geheel afgezonderd van de wereld? Zullen we met ons allen over de boord hangen om onze net verorberde maaltijd aan de vissen te schenken? Zullen piraten ons enteren en onze voorraad rum het hunne maken...???Vraagtekens overdonderden ons! Maar veel tijd om te denken hadden we niet, al meteen moesten we de handen uit de mouwen steken, het zeil moest geheist worden en als half kreupele kreeg ik de eer om de haven uit te varen! Op naar de Caraïben...!

Iedereen moest om de beurt de rol van stuurman overnemen, behalve de kreupele (ikke dus), om de boot door de woeste zee te geleiden. Golven van gemiddeld 5 meter hoog trachtten één voor één onze boot een andere richting te voeren. Het was voor 2 dagen een krachtmeting met de natuurelementen. Maar we hielden stand, het wijzertje van onze kompas wijkte maar zelden af van onze gewenste richting. Het was echter erger gesteld met het binnenwerk van onze maag, één voor één vielen we als vliegen voor de zon, met uitzondering van de stoere 'ladies'. Voor Alvaro, de Spanjaard, bestond zijn dag/nachtvulling er zelfs enkel maar in om over de boord te hangen en in zijn bed te kruipen. Maar het was niet allemaal kommer en kwel, tussen de kotsbeurten door konden we wel genieten van de ruwheid van de zee. Ook de zonsopgang en -ondergang waren beeldig. Ondanks alle minder aangename facetten is het voor ons beiden zeker voor herhaling vatbaar. Misschien wordt onze volgende reis wel 'met een zeilboot rond de wereld'!? Alhoewel, weken je doen voortbewegen door de wind en de golven in een uitgestrekt en eentonig landschap van water... !?

's Morgens vroeg, onze derde dag, konden we uiteindelijk stroken land zien: het vasteland Panama. Geleidelijk aan verscheen aan de horizon ook een vorm van vegetatie die heel kenmerkend oogde: palmbomen! De eilandjes, de ene al wat groter dan de andere (enkele eilanden waren zelfs 'striptekeninggewijs' een beetje zand met één palmboom...) schoven ons langzaam voorbij. In dit paradijs gingen we nog 3 dagen verblijven... HEMELS!

We lieten het anker te water tussen enkele eilandjes in. Het bewonderen van de eilanden moest nog even op zich wachten, een duik in het water moest ons eerst wat afkoelen en verfrissen waarna we moesten rondzien om wat te eten. Veel gevangen hebben we niet na we onze lijn uitgeworpen hadden, of correcter gezegd: we hadden helemaal niets gevangen! Maar al gauw waren de bewoners van de eilanden, de Kuna stam, er om ons uit ons honger-probleem te bevrijden en dat op een manier zoals ze al jaren de langskomende zeilboten bevoorraden. Als de beste verkopers proberen ze hun net gevangen vis, krab, langoustines, zeevruchten en inktvis te presenteren en vervolgens aan de man te brengen. Na wat onderhandelen in een Spaans aangevuld met enige gebarentaal (Dit volk is het Spaans niet mondig, althans voor velen onder hen: alleen de mannen die instaan voor handel en enkele jongeren zijn het Spaans vaardig) hadden we al snel een hemelse maaltijd: verse ceviche (rauwe vis met limon), gefrituurde vis, etc.

De 2 daaropvolgende dagen op de eilanden volgden parrallel: ontbijt en lunch op de boot waarna we de vaat en onszelf wassen, alles tesamen, in het inktblauw water van de Caribische zee, snorkelen in turcoise water op zoek naar passerende visjes, zonnebaden op witte zandstranden waar talrijke palmbomen er hun schaduwen neerwerpen en alle soorten schelpen in overvloed te rapen zijn, verkennen van het eiland met zijn bevolking om dan de avond af te sluiten met een héérlijk (vers) bereid visgerecht dat de plaatselijke 'familie' van Capi (zo noemden we onze kapitein) ons voorschotelde. Enkele voorbereidingen moesten we echter wel voor onze rekening nemen, zo moesten de meisjes de coco's raspen en de jongens de vissen onthoofden en ingewanden verwijderen (jawel, ik nam mijn verantwoordelijkheid op en nam de tonijn voor mijn rekening, dit zonder maar één krimp te geven... ik ben man geworden...!!!)

Het was een ongelooflijke en onvergetelijke belevenis. Een paradijs waar je enkel maar kan van wegdromen en het decor was van een bevolkingsgroep die nog geheel (correctie: bijna geheel) leefden volgens de waarden van hun voorgangers. De visvangst gebeurt nog geheel op aloude traditie, nu en dan bijgestaan door snorkelmateriaal. De vrouwen zijn nog steeds getooid in hun traditionele klederdracht, dit in schril contrast met hun wederhelft die de westerse kledij complexloos geadopteerd heeft. Het was dan bijzonder interessant om, zelfs maar in een geringe tijd, kennis te maken met deze vriendelijke gastvrije mensen en hun enternainend huisdiertje, een cappuccino-aapje (vooral zijn sexuele driften, waarbij elke hond binnen xxxbereik was slachtoffer werd, waren hoogst ammusant). En het feit dat we dit allemaal konden beleven met Omri, Alvaro, Lydia en onze 'Capi' gaven deze ervaring een extra dimensie.

Het was dus dan ook met pijn in het hart dat we de eilanden en onze nieuwe vrienden vaarwel moesten zeggen. We sloten het af in Porvinir (Het eiland dat voorzien was van een 'startbaan' om het mogelijk te maken ons over te vliegen naar Panama City) met een lekkere plaatselijke maaltijd (hoe kan het ook anders dan met vis) en de nationale drank (Rhum)!

Op naar een volgend hoogtepunt, onze ontmoeting met onze belgische vrienden in Nicaragua!

Hasta luego,
Nele en wouter