San Blas... In de sporen van Robinson Crusoe...
Het was dan uiteindelijk zo ver! Onze lang-naar-uitgekeken trip naar Panama stond voor de boeg, dit samen met onze Israëlische vriend, Umri en een koppel uit Spanje. Eerst nog vlug wat inkopen doen, onze verantwoordelijkheid lag bij drank, te verstaan als bier en rum, en wat lichte voeding want de kans dat misselijkheid op de boot je appeteit doet afnemen was heel reeël. Het overige werd geregeld door de kapitein. Na alles opgeslagen te hebben in het ruim van onze zeilboot konden we de touwen lossen en Cartagena uitwuiven. Het waren spannende vooruitzichten, eerste keer in een zeilboot niet wetend wat er komen zal! Zullen grote golven ons doen kapsijzen waarna we terecht komen op een onbewoond eiland geheel afgezonderd van de wereld? Zullen we met ons allen over de boord hangen om onze net verorberde maaltijd aan de vissen te schenken? Zullen piraten ons enteren en onze voorraad rum het hunne maken...???Vraagtekens overdonderden ons! Maar veel tijd om te denken hadden we niet, al meteen moesten we de handen uit de mouwen steken, het zeil moest geheist worden en als half kreupele kreeg ik de eer om de haven uit te varen! Op naar de Caraïben...!
Iedereen moest om de beurt de rol van stuurman overnemen, behalve de kreupele (ikke dus), om de boot door de woeste zee te geleiden. Golven van gemiddeld 5 meter hoog trachtten één voor één onze boot een andere richting te voeren. Het was voor 2 dagen een krachtmeting met de natuurelementen. Maar we hielden stand, het wijzertje van onze kompas wijkte maar zelden af van onze gewenste richting. Het was echter erger gesteld met het binnenwerk van onze maag, één voor één vielen we als vliegen voor de zon, met uitzondering van de stoere 'ladies'. Voor Alvaro, de Spanjaard, bestond zijn dag/nachtvulling er zelfs enkel maar in om over de boord te hangen en in zijn bed te kruipen. Maar het was niet allemaal kommer en kwel, tussen de kotsbeurten door konden we wel genieten van de ruwheid van de zee. Ook de zonsopgang en -ondergang waren beeldig. Ondanks alle minder aangename facetten is het voor ons beiden zeker voor herhaling vatbaar. Misschien wordt onze volgende reis wel 'met een zeilboot rond de wereld'!? Alhoewel, weken je doen voortbewegen door de wind en de golven in een uitgestrekt en eentonig landschap van water... !?
's Morgens vroeg, onze derde dag, konden we uiteindelijk stroken land zien: het vasteland Panama. Geleidelijk aan verscheen aan de horizon ook een vorm van vegetatie die heel kenmerkend oogde: palmbomen! De eilandjes, de ene al wat groter dan de andere (enkele eilanden waren zelfs 'striptekeninggewijs' een beetje zand met één palmboom...) schoven ons langzaam voorbij. In dit paradijs gingen we nog 3 dagen verblijven... HEMELS!
We lieten het anker te water tussen enkele eilandjes in. Het bewonderen van de eilanden moest nog even op zich wachten, een duik in het water moest ons eerst wat afkoelen en verfrissen waarna we moesten rondzien om wat te eten. Veel gevangen hebben we niet na we onze lijn uitgeworpen hadden, of correcter gezegd: we hadden helemaal niets gevangen! Maar al gauw waren de bewoners van de eilanden, de Kuna stam, er om ons uit ons honger-probleem te bevrijden en dat op een manier zoals ze al jaren de langskomende zeilboten bevoorraden. Als de beste verkopers proberen ze hun net gevangen vis, krab, langoustines, zeevruchten en inktvis te presenteren en vervolgens aan de man te brengen. Na wat onderhandelen in een Spaans aangevuld met enige gebarentaal (Dit volk is het Spaans niet mondig, althans voor velen onder hen: alleen de mannen die instaan voor handel en enkele jongeren zijn het Spaans vaardig) hadden we al snel een hemelse maaltijd: verse ceviche (rauwe vis met limon), gefrituurde vis, etc.
De 2 daaropvolgende dagen op de eilanden volgden parrallel: ontbijt en lunch op de boot waarna we de vaat en onszelf wassen, alles tesamen, in het inktblauw water van de Caribische zee, snorkelen in turcoise water op zoek naar passerende visjes, zonnebaden op witte zandstranden waar talrijke palmbomen er hun schaduwen neerwerpen en alle soorten schelpen in overvloed te rapen zijn, verkennen van het eiland met zijn bevolking om dan de avond af te sluiten met een héérlijk (vers) bereid visgerecht dat de plaatselijke 'familie' van Capi (zo noemden we onze kapitein) ons voorschotelde. Enkele voorbereidingen moesten we echter wel voor onze rekening nemen, zo moesten de meisjes de coco's raspen en de jongens de vissen onthoofden en ingewanden verwijderen (jawel, ik nam mijn verantwoordelijkheid op en nam de tonijn voor mijn rekening, dit zonder maar één krimp te geven... ik ben man geworden...!!!)
Het was een ongelooflijke en onvergetelijke belevenis. Een paradijs waar je enkel maar kan van wegdromen en het decor was van een bevolkingsgroep die nog geheel (correctie: bijna geheel) leefden volgens de waarden van hun voorgangers. De visvangst gebeurt nog geheel op aloude traditie, nu en dan bijgestaan door snorkelmateriaal. De vrouwen zijn nog steeds getooid in hun traditionele klederdracht, dit in schril contrast met hun wederhelft die de westerse kledij complexloos geadopteerd heeft. Het was dan bijzonder interessant om, zelfs maar in een geringe tijd, kennis te maken met deze vriendelijke gastvrije mensen en hun enternainend huisdiertje, een cappuccino-aapje (vooral zijn sexuele driften, waarbij elke hond binnen xxxbereik was slachtoffer werd, waren hoogst ammusant). En het feit dat we dit allemaal konden beleven met Omri, Alvaro, Lydia en onze 'Capi' gaven deze ervaring een extra dimensie.
Het was dus dan ook met pijn in het hart dat we de eilanden en onze nieuwe vrienden vaarwel moesten zeggen. We sloten het af in Porvinir (Het eiland dat voorzien was van een 'startbaan' om het mogelijk te maken ons over te vliegen naar Panama City) met een lekkere plaatselijke maaltijd (hoe kan het ook anders dan met vis) en de nationale drank (Rhum)!
Op naar een volgend hoogtepunt, onze ontmoeting met onze belgische vrienden in Nicaragua!
Hasta luego,
Nele en wouter
Het was dan uiteindelijk zo ver! Onze lang-naar-uitgekeken trip naar Panama stond voor de boeg, dit samen met onze Israëlische vriend, Umri en een koppel uit Spanje. Eerst nog vlug wat inkopen doen, onze verantwoordelijkheid lag bij drank, te verstaan als bier en rum, en wat lichte voeding want de kans dat misselijkheid op de boot je appeteit doet afnemen was heel reeël. Het overige werd geregeld door de kapitein. Na alles opgeslagen te hebben in het ruim van onze zeilboot konden we de touwen lossen en Cartagena uitwuiven. Het waren spannende vooruitzichten, eerste keer in een zeilboot niet wetend wat er komen zal! Zullen grote golven ons doen kapsijzen waarna we terecht komen op een onbewoond eiland geheel afgezonderd van de wereld? Zullen we met ons allen over de boord hangen om onze net verorberde maaltijd aan de vissen te schenken? Zullen piraten ons enteren en onze voorraad rum het hunne maken...???Vraagtekens overdonderden ons! Maar veel tijd om te denken hadden we niet, al meteen moesten we de handen uit de mouwen steken, het zeil moest geheist worden en als half kreupele kreeg ik de eer om de haven uit te varen! Op naar de Caraïben...!
Iedereen moest om de beurt de rol van stuurman overnemen, behalve de kreupele (ikke dus), om de boot door de woeste zee te geleiden. Golven van gemiddeld 5 meter hoog trachtten één voor één onze boot een andere richting te voeren. Het was voor 2 dagen een krachtmeting met de natuurelementen. Maar we hielden stand, het wijzertje van onze kompas wijkte maar zelden af van onze gewenste richting. Het was echter erger gesteld met het binnenwerk van onze maag, één voor één vielen we als vliegen voor de zon, met uitzondering van de stoere 'ladies'. Voor Alvaro, de Spanjaard, bestond zijn dag/nachtvulling er zelfs enkel maar in om over de boord te hangen en in zijn bed te kruipen. Maar het was niet allemaal kommer en kwel, tussen de kotsbeurten door konden we wel genieten van de ruwheid van de zee. Ook de zonsopgang en -ondergang waren beeldig. Ondanks alle minder aangename facetten is het voor ons beiden zeker voor herhaling vatbaar. Misschien wordt onze volgende reis wel 'met een zeilboot rond de wereld'!? Alhoewel, weken je doen voortbewegen door de wind en de golven in een uitgestrekt en eentonig landschap van water... !?
's Morgens vroeg, onze derde dag, konden we uiteindelijk stroken land zien: het vasteland Panama. Geleidelijk aan verscheen aan de horizon ook een vorm van vegetatie die heel kenmerkend oogde: palmbomen! De eilandjes, de ene al wat groter dan de andere (enkele eilanden waren zelfs 'striptekeninggewijs' een beetje zand met één palmboom...) schoven ons langzaam voorbij. In dit paradijs gingen we nog 3 dagen verblijven... HEMELS!
We lieten het anker te water tussen enkele eilandjes in. Het bewonderen van de eilanden moest nog even op zich wachten, een duik in het water moest ons eerst wat afkoelen en verfrissen waarna we moesten rondzien om wat te eten. Veel gevangen hebben we niet na we onze lijn uitgeworpen hadden, of correcter gezegd: we hadden helemaal niets gevangen! Maar al gauw waren de bewoners van de eilanden, de Kuna stam, er om ons uit ons honger-probleem te bevrijden en dat op een manier zoals ze al jaren de langskomende zeilboten bevoorraden. Als de beste verkopers proberen ze hun net gevangen vis, krab, langoustines, zeevruchten en inktvis te presenteren en vervolgens aan de man te brengen. Na wat onderhandelen in een Spaans aangevuld met enige gebarentaal (Dit volk is het Spaans niet mondig, althans voor velen onder hen: alleen de mannen die instaan voor handel en enkele jongeren zijn het Spaans vaardig) hadden we al snel een hemelse maaltijd: verse ceviche (rauwe vis met limon), gefrituurde vis, etc.
De 2 daaropvolgende dagen op de eilanden volgden parrallel: ontbijt en lunch op de boot waarna we de vaat en onszelf wassen, alles tesamen, in het inktblauw water van de Caribische zee, snorkelen in turcoise water op zoek naar passerende visjes, zonnebaden op witte zandstranden waar talrijke palmbomen er hun schaduwen neerwerpen en alle soorten schelpen in overvloed te rapen zijn, verkennen van het eiland met zijn bevolking om dan de avond af te sluiten met een héérlijk (vers) bereid visgerecht dat de plaatselijke 'familie' van Capi (zo noemden we onze kapitein) ons voorschotelde. Enkele voorbereidingen moesten we echter wel voor onze rekening nemen, zo moesten de meisjes de coco's raspen en de jongens de vissen onthoofden en ingewanden verwijderen (jawel, ik nam mijn verantwoordelijkheid op en nam de tonijn voor mijn rekening, dit zonder maar één krimp te geven... ik ben man geworden...!!!)
Het was een ongelooflijke en onvergetelijke belevenis. Een paradijs waar je enkel maar kan van wegdromen en het decor was van een bevolkingsgroep die nog geheel (correctie: bijna geheel) leefden volgens de waarden van hun voorgangers. De visvangst gebeurt nog geheel op aloude traditie, nu en dan bijgestaan door snorkelmateriaal. De vrouwen zijn nog steeds getooid in hun traditionele klederdracht, dit in schril contrast met hun wederhelft die de westerse kledij complexloos geadopteerd heeft. Het was dan bijzonder interessant om, zelfs maar in een geringe tijd, kennis te maken met deze vriendelijke gastvrije mensen en hun enternainend huisdiertje, een cappuccino-aapje (vooral zijn sexuele driften, waarbij elke hond binnen xxxbereik was slachtoffer werd, waren hoogst ammusant). En het feit dat we dit allemaal konden beleven met Omri, Alvaro, Lydia en onze 'Capi' gaven deze ervaring een extra dimensie.
Het was dus dan ook met pijn in het hart dat we de eilanden en onze nieuwe vrienden vaarwel moesten zeggen. We sloten het af in Porvinir (Het eiland dat voorzien was van een 'startbaan' om het mogelijk te maken ons over te vliegen naar Panama City) met een lekkere plaatselijke maaltijd (hoe kan het ook anders dan met vis) en de nationale drank (Rhum)!
Op naar een volgend hoogtepunt, onze ontmoeting met onze belgische vrienden in Nicaragua!
Hasta luego,
Nele en wouter
Geen opmerkingen:
Een reactie posten