29 juni 2006

Cartagena... Het koloniale verleden in al zijn grandeur...

Iedereen had ons al gewaarschuwd voor Cartagena. Het zou de mooiste stad zijn van Zuid-Amerika en we zouden er ons hart verliezen (dixit Mama Mercedes van Argentinie). Of het aan die verwachtingen voldeed? Nog meer dan dat eigenlijk. Een immens koloniaal museum waar je uren kan in rondwandelen en dat ommuurd door gigantische muren waarachter de Caribische zee ineens verschijnt. Vandaar ook dat we er twee keer naartoe gegaan zijn. Eenmaal om een boot te zoeken (zie later) en de tweede keer om meer te genieten van de grandeur van deze stad.

Cartagena is de belangrijkste havenplaats in het noordwesten van Colombia. De werkelijke naam van de stad is eigenlijk Cartagena de Indias en is vandaag zowel een belangrijk economisch centrum als een toeristische trekpleister.
De stad werd genoemd naar de Spaanse stad Cartagena en is gesticht in 1533. Lange tijd was het een belangrijke schakel tussen Spanje en Zuid-Amerika gezien het een van de belangrijkste havens was van de Zilvervloot en daarom ook een gewild doel voor piraten. Vandaar ook de vele forten en de muren (Las Murallas) die de stad omringen.
Zoals gezegd is Cartagena de mooiste koloniale stad van Zuid-Amerika en de kleurenpracht van al deze koloniale gebouwen treft men vooral aan in de Oude Stad, het stadsgedeelte binnen de muren. Ten zuiden van de Murallas ligt dan de moderne stad Cartagena op het schiereiland van Bocagrande.

Na ons bezoek in Medellin trokken we dus eerst naar Cartagena om op zoek te gaan naar een geschikte zeilboot om later de overtocht te maken naar Panama via de San Blas eilanden. Gelukkig hadden we daarvoor het geschikte hostal (Casa Viena) uitgezocht want het ging er vol van aanbiedingen en de uitbaters wisten perfect welke kapiteins betrouwbaar waren en welke vooral de rumfles verkozen. Na de naam van kapi Camilla gekregen te hebben trokken we naar Club Nautico, het mekka voor de zeilers die aanmeren in deze Caribische parel. Na nog maar 5 minuutjes met Camilla overlegd te hebben bleek al dat we de perfecte 'vrouw' gevonden hadden, dus we konden met gerust gemoed nog een paar dagen gaan genieten in Parque Tayrona.

Maar de wet van Murphy zorgt er wel eens voor dat dat gerust gemoed soms wat te voorbarig is. Toen we de tweede keer in Cartagena kwamen bleek ineens dat Camilla een andere jobaanbieding gekregen had die veel interessanter was en dus ging ze niet meer naar San Blas. Gelukkig was haar vader ook de eigenaar van een zeilbootje en ondanks zijn geplande vakantie op een koffiefinca om daar op zijn gemakje van de worldcup te genieten, besloot hij toch om de overtocht te maken (Tja, als er over dollars gesproken wordt...). De beste keuze voor ons bleek achteraf want Capi Hernan heeft al 5 jaar ervaring met deze overtocht dus we waren compleet veilig onder zijn zeilen.

Na nog een paar dagen rondslenteren samen met onze Israelische vriend Umri en het meermaals verorberen van de fantastische pannenkoeken van Crepes and Wafles (ware kunstwerkjes die smelten op je tong en dat voor slechts 1.5 euro) mochten we afscheid nemen van het Zuid-Amerikaanse vasteland en begon een nieuw stuk van ons avontuur. Central America, here we come!!!!

Ciao Carinos!!
Nele en Wouter

27 juni 2006

Parque Tayrona... Voorproefje van het Paradijs...

Na zekerheid te hebben van een zeilboot richting Panama konden we gelukkig nog een paar dagen genieten van de prachtige Caribische stranden in de buurt van Santa Marta, namelijk Taganga en Parque Tayrona.

Na een, in onze ogen, oneindig lange busrit in een sauna kwamen we in de vooravond eindelijk in Santa Marta, de oudste nog bestaande stad in Colombia (gesticht in 1525. Veel oorspronkelijke steden werden meermaals vernietigd door aardbevingen). Nu nog snel een busje naar Taganga waar we eindelijk zouden kunnen genieten van wat de mooiste kusten van Zuid-Amerika zijn. Onze Israelishe vriend Umri werd echter bijna onmiddellijk misselijk bij de eerste kenismaking van dit badstadje, hij waande zich onmiddellijk in eigen land (lees: het zit er vol van Izzy's) waardoor hij al heel snel de beslissing maakte om de volgende morgen met de eerste bus terug te vertrekken. Vonden wij niet eens erg want wij hadden het sowieso meer voor het nabijgelegen natuurpark 'Parque Tayrona'. Wat wel superleuk was in Taganga was dat Umri ook een koppel terugzag waarmee hij eerder al gereisd had en dat waren toevallig belgen. Supertof dus om nog eens landgenoten tegen te komen en gewoon wat nederlands te kletsen.

De volgende morgen nog vlug een gezond ontbijtje verorberd om dan heel vroeg de bus te nemen naar een van de mooiste natuurparken in Colombia, Parque Tayrona. We wisten echter niet dat het 's morgens om 8 uur ook al ongelooflijk heet kon zijn in bussen. De zon is hier echt moordend!

Na een klein uurtje opeengepakt te zitten in een minivan kwamen we eindelijk aan de ingang en na de toegang te betalen en bewijs van inenting tegen gele koorts voor te leggen konden we dan beginnen aan onze wandeling door een stukje jungle. Het hele nationale park is in feite een strook regenwoud dat ligt aan witte zandstranden en reusachtige rotsen, met hier en daar een paar kampeerplekken en hutjes waar indianen wonen. Na 2 uur wandelen door dat regenwoud kwamen we op het strand van El Cabo waar een campsite met hangmatten wacht. Dus dat werd gezellig hangmat liggen, kaartje leggen, pootje baden, zwemmen, wandelen door de jungle om rare beestjes te spotten, sterren kijken, etc. Het was er perfect, op de bediening van het restaurant na. Zij hadden er de monopoly, en daar handelden ze ook naar. Je had echt geluk als je je eten kreeg, en een glimlach moest je er maar bij fantaseren. Bovendien was het er aardig aan de prijs, en kreeg je meestal te weinig. Maar ondanks deze 'vriendelijke' mensen is het er absoluut prachtig!

De ideale plek dus om ons voor te bereiden op het paradijs die ons te wachten stond en helemaal uitgerust konden we ons voor de tweede maal begeven naar Cartagena om daar jammergenoeg afscheid te nemen van dit prachtige land! Snifsnif!

Nele en Wouter

22 juni 2006

Medellin... Waar drugsbaron Escobar de straten onveilig maakte...

We stonden aan een 2-sprong, de ene weg leidde naar de hoofdstad Bogota terwijl de andere ons brengt naar de derde stad van Colombia, namelijk Medellin. Beiden liggen, geheel uiteen welliswaar, op de weg naar de Caraibische kust. We lieten onze keus dan maar afhangen van wat de medereizigers ons konden aanraden. Het was unaniem, iedereen raadde ons aan om Medellin aan te doen, niet omwille van de stad zelf, maar meer om wat te verkennen is in de wijde omgeving.

Medellin, gesticht in 1675 met een inwonersaantal van rond de 2.200.000 kan eerder beschouwd worden als een industriestad met een klein maar bewonderenswaardige centrale plaza aangevuld met sculpturen van de Colombiaanse meester Fernando Botero. De absolute publiekstrekker op deze plaza is echter het museo de antioquia, een schitterend groot en open gebouw, waar andere meesterwerken, allemaal gekenmerkt door molligheid, van diezelfde kunstenaar te bewonderen waren. Het plein, evenals de gehele stad wordt doorkruist door een metro, een modern bouwwerk waar de inwoners heel trots op zijn trouwens. Maar in tegenstelling tot een 'normale' metro die je vervoert van plaats tot plaats onder de stadsfundamenten raast deze tussen de daken. Voorts is ook deze metropool een uitgelezen stek om vele uren te vertoeven in het nachtleven, zona Rosa was het decor van feesten en drinken in aanwezigheid van de lokale bevolking.

De 'tranquillo' sfeer die er nu heerst staat in schril contrast met de woelige periode die het kende in de jaren '80 toen het 'Medellin Cartel', met aan het hoofd de beruchte drugsbaron Pablo Escobar, de straten geheel onveilig maakte. Pas in 1991, wanneer Escobar geplaatst werd in la catedral, een 'gevangenis' geheel gebouwd door hem en naar zijn eigen standaard, keerde enige rust terug. In 1993, na zijn ontsnapping, werd hij door de Colombiaanse strijdkrachten (geholpen door, hoe kan het anders, de CIA en de Delta Forces) opgespoord en neergeknald.

Maar aan 3 dagen in de straten van deze stad te slijten hadden we geen behoefte. Een daguitstap naar het nabije Santa Fe de Antioquia beheerste onze tweede dag. Het stadje is gesticht in 1541 en was voor lange tijd de hoofdstad van de regio tot de nabije stad, Medellin in 1826 deze functie overnam. Het is eveneens de enige stad in de regio die zijn koloniaal karakter kon behouden. Dit kenmerkte zich door gekleurde huizen met soms indrukwekkende gedecoreerde portalen en ramen met uitgegraveerde houten afschermingen, nauwe kasseistraatjes die uitgeven op leuke pleintjes met ieder zijn kerk. Echt een plaatsje waar de sfeer gekenmerkt wordt door gezelligheid en rust.

Onze derde dag bestond in een uitstap naar Carmen de viboral, 70 km buiten Medellin. Een gigantische granieten witloofvormige rots, El Penol, domineert de omgeving waar een soort meer meer kenmerken vertoont van een delta dan een open waterplas. Tientallen eilanden en schiereilanden gespreid over het ganse meer geven de omgeving een geaderde oppervlakte wat te zien was op de rots die een schitternd panoramische zicht levert. Dat toerisme stilletjesaan aangroeit maar nog niet helemaal hoge toppen scheert was te merken aan de trapconstructie, schots en scheef gemetst en gewrongen in de spleet van de rots, die je leidt tot de top. Ach, het had wel iets nonchalants maar dat heeft ook zijn charmes, he! Deze dag sloten we af met heerlijke gegrilde vis vers uit het meer, een culinair juweeltje!

Que Aproveche,
Nele en Wouter

18 juni 2006

Manizales... Kolibri's en koffie...

Zoals het een echt koffiedrinkertje betaamt konden we het zeker niet nalaten om naar de Colombiaanse koffieregio te trekken, de regio rond Manizales en Chinchina, een regio die instaat voor 80% van de Colombiaanse koffie en 60% van de economie van het land.

Manizales ligt in de cordilera occidental van Colombia en is de noordelijkste van de drie grote steden in de zogenaamde Zona Cafetera (de andere zijn Pereira en Armenia). Het is eigenlijk vooral een studentenstad want meerdere universiteiten hebben er hun thuis. Voor ons was het ook een beetje een stad van de 'beau monde' of toch zeker in de buurt waar ons hostal gelegen was. Chique geklede mannen en vrouwen nipten er op terrasjes van de welgekende 'Juan Valdez' (het icoon van de Colombiaanse koffie) koffie of ze gaan er shoppen in een van de vele shoppingcentra vol Diesel en Esprit kleren. Een beetje een vreemd zicht na de onvervalste puurheid van het zuiden.

Wij wilden vooral de natuur rond deze stad bewonderen en daarom trokken we samen met een engels koppel en een zweeds meisje die we in het hostal ontmoet hadden naar Reserva Rio Blanca. Na toestemming gevraagd te hebben aan 'Aguas de Manizales', een autoriteit die instaat voor het waterbeheer en het onderhoud van het park, trokken we te voet verder. Het zou een wandeling zijn van 30 minuutjes hadden ze ons gezegd. Hoe ze hier afstanden en tijden uitrekenen is ons nog altijd een raadsel want de tocht duurde zeker 4 keer zo lang en dan hadden we al goed doorgestapt. Nu soit, het landschap was wederom prachtig dus... Daarboven dan aangekomen werden we opgewacht door onze gids en zij zou ons door de jungle heen naar 'de attractie' van dat park brengen. Duizenden kolibri's kregen we te zien: groot, klein, groen, helblauw, zwart,... een adembenemend schouwspel en slechts op 1 meter van onze neus. Het was de tocht in de hitte zeker waard.

De dag erop wilden we dan eindelijk wel eens een kijkje nemen in het hart van de koffieregio en we trokken naar Chinchina, de koffiestad bij uitstek van Colombia. Het ligt een half uur rijden per bus van Manizales. Op advies van de eigenaresse van het hostel gingen we langs bij een koffiefinca. De eigenaar van de finca stond ons al op te wachten aan de bushalte en na het overvloedig aanbrengen van zonnecreme gingen we op pad. De finca was gelegen boven op een heuvel, Colina del Sol, zo'n 250m boven de stad. Al vanaf de eerste minuut van onze wandeling begon Don Carlos ons te overstelpen met informatie over de koffie. De man had er na zijn 26 jaar durende job in het koffielabaratorium, Cenicafe, zijn hart aan verloren en had de finca van zijn grootouders en ouders opgekocht. Daar wijdt hij zich volledig aan de koffie en daarom wou hij wel heel graag zijn passie delen met toeristen.
Don Carlos begon ons uit te leggen wat de ideale omstandigheden zijn voor koffie (Chinchina heeft al de ideale zaken en is daarom het mekka van de Colombiaanse koffieteelt) en dat alleen de rode en gele koffiebessen worden geplukt. De slechte granen worden verwerkt tot koffie voor de Colombianen (de reden waarom de Colombiaanse koffie in Colombia niet altijd even goed smaakt) en de goede granen worden verwerkt tot koffie voor export naar het Westen. In Cenicafé wordt onder andere onderzoek gedaan naar het bestrijden van plagen (insecten en schimmels) met behulp van genetisch gemanipuleerde koffieplanten. Verder zijn zaken onderzocht als de optimale afstand tussen koffieplanten (!) om zo de productie te maximaliseren. Verder liet hij ons op onze wandeling ook verschillende types koffieplanten zien, en hoe het samen laten groeien van bananen, bamboe en koffie werkt (het groeien van bamboe is trouwens een bewijs dat er veel water is op die plaats wat uitstekend is voor koffie), we kwamen langs meerdere finca's en van overal hadden we een fantastisch uitzicht over de ganse regio.

Na de wandeling kwamen we dan eindelijk aan op zijn finca vanwaar je een prachtig uitzicht hebt op uiteraard Chinchiná met haar koffiefabriek, en Manizales en Los Nevados in de verte. Verder zie je Palestina, een plaatsje op een bergrug, waar een nieuw vliegveld wordt gebouwd en Cenicafé gelegen op een tegenoverliggende heuvel. Tenslotte zie je de weg door de Zona Cafetera die de grote steden met elkaar verbindt en natuurlijk de talloze koffievelden, verspreid over eindeloze groene heuvels. Waarschijnlijk is dit het meest ideale punt om alle facetten van de Zona Cafetera te zien.

Na wat te relaxen op deze rustige finca en het nuttigen van lekkere huisbereide koffie moesten we jammergenoeg afscheid nemen van Don Carlos en begonnen we onze terugtocht naar beneden. Spijtig dat we geen tijd overhebben of we hadden zeker een paar dagen op zijn finca gelogeerd. Een ideale plek om te onthaasten, zoals ze bij ons zouden zeggen, en te genieten van de schoonheid van deze regio en zijn mensen.

Na het lekkerste van Colombia iets beter te begrijpen gaat onze tocht verder, richting Medellin en zijn koloniale stadjes...

Nele en Wouter

15 juni 2006

Cali... Fotomodellen en Salsa...

We voerden onze weg verder noordwaarts, en de volgende, eveneens korte stop zou Cali worden. Tot tegenstelling met de datum van stichting, 1536, heeft deze stad niet die bekoorlijke weelde aan historische gebouwen en pleinen. Voor de 20e eeuw speelde deze stad een onbeduidende rol, waarna door de verhandeling van suikerriet en koffie met daarnaast vervaardiging van textiel, tabaksprodukten en andere produkten de stad een indrukwekkende boom kende. Heden telt deze 2de stad van Colombia rond de 2,3 miljoen inwoners.

Als voornaamste trekpleister staat de kathedraal en een aquaduct geschreven, maar kerken hadden we nu wel even gehad en om er uren in te spenderen lijkt ons gehele verkwisting van onze kostbare tijd. Maar twee factoren konden ons, eigenlijk vooral mij..., genoeg bekoren om er toch 2 nachten te verblijven. Cali staat eigenlijk vooral gekend voor het bruisende nachtleven met als voornaamste dansvorm de 'erotische' salsa en de schoonste vrouwen, euh ik bedoel, schoonste mensen van Colombia. Dat het nachtleven een serieuze troef is voor deze stad hebben we al gauw in het oog, een hele straat lang (en het was een serieuze lange straat) stond in het teken van uitgaan: Salsabars, pubs, nachtwinkeltjes en discotheken vulden er de straat. Maar we moeten er op het verkeerde moment geweest zijn (logisch ook, het was in een wekedag): de bars waren maar halfgevuld en de salsa werd er gedanst door nu niet bepaald de 'schoonste mensen van Colombia' op een manier dat iedere doorsnee 'geen-gevoel-voor ritme' mens tracht zijn lijf in 'ik-denk-dat-ik-deze-poepieschuddende-zwoele-dans-heel-goed-doe' beweging brengt! Geheel niet onder de indruk (maar ik herhaal: het was geen weekend, wat misschien een verkeerde indruk nalaat) van deze plaats zetten we onze Colombiaanse doortocht verder, richting de koffieregio!

Salut...

Nele en Wouter

13 juni 2006

San Augustin... Nog een groter mysterie dan de Machu Picchu??

Nadat we bij de toeristenpolitie geïnformeerd hadden naar de veiligheid langs de weg tussen Popayan en San Augustin en zij ons gerustgesteld hadden dat er het laatste jaar niets meer gebeurd is (vroeger werd deze weg gecontroleerd door de FARC, één van de belangrijkste guerillabewegingen), gingen we op weg naar wat één van de mooiste bestemmingen moest zijn in het binnenland van Colombia.

In het hostal in Popayan hadden ze ons verteld dat de weg 'a little bit bumpy' zou zijn. De weg is echter embarmelijk. Kleine stukjes asfalt uit een lang vergaan verleden maken het alleen maar slechter. Sommige gaten zijn een halve meter diep en we begrepen al snel waarom de bus er 7 uur over doet terwijl het slechts 130 kilometer is. In het begin was het nog plezant, maar na 7 uur 'bumpy' deden al onze ribben zeer en zat onze maag in ons keelgat. Nu soit, het fantastische landschap maakte veel goed en toen we uitstapten in dat kleine dorpje was alles snel vergeten.

De indiaanse cultuur San Agustín (1000 v.C – 1500 n.C.) is een van de bekendste van de precolumbiaanse beschavingen die zich in gebied van het huidige Colombia ontwikkelden. De cultuur kwam tot bloei in het gebied van het departement Huila en in het noorden van het departement Caqueta, en verdween rond 1500 n.C.
Ondanks de vele onderzoekingen en publicaties is er weinig met zekerheid bekend over de San Agustín-indianen omdat de cultuur al verdwenen was voor de ontdekking door de Europeanen in de 18e eeuw. Vandaar ook dat bij de rondleidingen tijdens onze diverse uitstappen in de buurt men niet al te veel uitleg wou geven, men is van niets zeker en men wil dus niemand blaasjes wijsmaken (nog zo'n groot verschil met andere landen waar het er niet toe doet of de verhaaltjes van de gids waar zijn of niet)

San Agustín is vooral bekend voor zijn indrukwekkende antropomorfe standbeelden, die deel uitmaakten van grafplaatsen maar die ook wel verspreid in kleine groepen over het gebied worden aangetroffen. De grootte van deze magnifieke "bewakers van steen", die mensen en dieren weergeven, varieert van twintig centimeter tot zeven meter. Daarnaast vindt men allerhande versieringen in natuurlijke steenformaties. Voorbeelden hiervan zijn de petroglyfen in La Chaquira en de Fuente de Lavapatas. De bron van Lavapatas is een groep van versieringen, in de vorm van kikvorsachtigen, slangen, zoogdieren en menselijke gezichten, uitgehakt op de rotsige bodem van een rivier. De kenmerkende standbeelden van de San Agustín maakten deel uit van begrafenisrituelen. Soms wordt een standbeeld omgeven of bewaakt door krijgers, daarmee de macht en het gewicht van de overledene aangevend. De standbeelden zijn veelal mannelijke figuren, die dierkenmerken vertonen van vleermuizen, alligators of katachtigen. Karakteristiek zijn ook de beelden met hun alter ego. Dit zijn beelden van manfiguren met op hun rug een dierfiguur. Kenmerkend voor de stijl van de sculptuur zijn de uitpuilende amandelvormige ogen, platte neuzen, en woeste monden met kruisende hoektanden. Het zijn over het algemeen menselijke figuren met een rechte romp met hoge vierkante schouders, en een in verhouding groot hoofd. De beelden werden vervaardigd uit vulkanisch gesteente uit de omgeving. Iets heel opmerkelijks in deze cultuur was wel, en dit in tegenstelling tot veel andere culturen, is dat de vrouw op dezelfde hoogte stond als de man. Een vrouw kon evengoed sjamaam of dorpshoofd worden en ook zij kreeg net als de mannen een aantal maagden toegewezen.

Vanaf het begin van de 19e eeuw tot en met de eerste helft van de 20e eeuw werd veel wetenschappelijk en privaat ontdekkingswerk ondernomen. Op dit moment zijn de monumenten beschermd in het Archeologisch park San Agustín dat wordt beheerd door het Colombiaans Instituut voor de Antropologie en waar momenteel een 35tal beelden over een groot park verspreid staan. In 1995 werd het park door de Unesco op de Werelderfgoedlijst geplaatst.

Het archeologisch park hebben we de eerste middag van ons verblijf daar bezocht. Ideaal om een beeld te krijgen van wat we de volgende dag nog mochten verwachten alsook om toch iets van het ganse mysterie een beetje beter te begrijpen. De 2e dag hadden we heel graag de omgeving verkend te paard, maar door de reeds gekende gebeurtenissen hielden we het maar bij een fantastische jeeptocht. Niet alleen de sites, 4 in het totaal, waren fantastisch, ook de omgeving was gewoonweg prachtig. Overal koffie en bananenplantages omgeven door gigantische rietsuikerplantages. En gezien het net de periode was om rietsuiker te verwerken kregen we ook de kans om dergelijke boerderij waar ze met man en macht aan het werken waren te bezoeken. Fantastisch wat die mensen presteren want het is keihard en heel intensief werk en dat enkel maar voor een peulschil. (2 kg Panela, verwerkte rietsuikerstengels, het stadium voor de echte suiker, konden ze verkopen voor 2000 COP wat zo 0.70 euro is)

Maar wat ons verblijf in San Augustin nog extra speciaal maakte was het feit dat we in plaats van een klassiek hostal gekozen hadden voor een kamer op een boerderij een eindje buiten het centrum. Die boerderij werd bewoond door een oudere dame en 2 van haar dochters en hun man en voor ons was het superinteressant allemaal. Die dame was superblij met ons bezoek en liet dan ook met veel trots haar velden vol koffie, bananen, mandarijntjes, limoenen, de meest exotische bloemen etc zien. En ook het eten dat ze ons voorschotelde was verrukkelijk, allemaal recht uit de tuin. 't Was dan ook lastig afscheid nemen van deze fantastische plek en haar vriendelijke bewoonster die onze kleine rugzak nog snel volpropte met vers fruit uit haar tuin....

Op naar het noorden, naar de koffieregio...

Nele en Wouter

11 juni 2006

Popayan... de witte koloniale stad van Colombia.

Het leuke en verrassende, maar ook geregeld het moeilijke, aan het reizen in Colombia, een uitgestrekt en varriërend land dat ondervertegenwoordigd is in alle gekende gidsen, is dat je niet weet wat er van te verwachten valt. We laten ons op ons gevoel meedrijven en hopen dat die verrassingen een leuk verloop zullen kennen.

Een must volgens enkelingen die colombia aangedaan hebben was alvast Popayan, de provinciehoofdstad van Cauca. Een gezellige middelgrote stad van om en bij de 215.000 inwoners waar we konden slenteren door straten die ons leidden langs prachtige witgeschilderde koloniale huizen met in het hart van het centrum een mooi groenaangelegde plaza gedomineerd door een prachtige kathedraal en een lieflijke klokkentoren. Dat het gehele centrum er nog zo mooi uitzag als het was gesticht in 1537 was het gevolg van het heropbouwen of restaureren van elk gebouw dat schade opliep door de aardbeving in 1983. Merkwaardig, maar zeker geappricieerd, was dat de stad volledig gerestaureerd werd in de oorspronkelijke staat en niet, zoals vele plaatsen waar verwoestende natuurverschijnselen gewoed hebben, met moderne architectuur vervangen werd.

Deze mooie onvervalste historische stad moest ook de inwoners veel inspiratie gebracht hebben want vele kunstenaars, componisten en dichters groeiden hier op om Colombia op artistiek vlak te verrijken. Maar ook op politiek vlak had Popayan een ongetwijfelde grote inslag, de meeste presidenten, het zouden er een elftal moeten zijn dat Colombia gekend heeft, kwamen hier vandaan.

Enkele dagjes uitblazen en genieten van de colombiaanse koffietjes (werkelijk de beste ter wereld!) kwam zeker niet ongelegen. Hierna konden we ons weer onderdompelen in de mystieke cultuur die héél vele jaren leefde in San Augustin op enkel uren rijden van Popayan.

Nele en Wouter

9 juni 2006

Past... Allemaal nog mooier dan onze dromen!

We hadden er zo lang naar uitgekeken, ondanks alle waarschuwingen, en eindelijk zijn we aangekomen in het land waar de Pacific, de Andes, de Amazone, en de Carribean elkaar ontmoeten. Het land van de lachende mensen, het land van de salsa, van wereld's beste koffie en van het lekkerste fruit. Spijtig genoeg ook van de grootste cockaïne-produktie maar dat plaatsen we maar als een kanttekening. Het land vernoemd naar Columbus, (die er nooit een stap heeft gezet), het land van geruillla´s en (para) milititairen. We zijn dus in Colombia aangekomen...

Het verlaten van Ecuador ging relatief makkelijk. Zonder ook maar enige moeilijkheden en zonder ook maar één papiertje in te vullen gingen we de grens over. Nog nooit zo makkelijk 90 dagen in een Zuid-Amerikaans land bekomen. Verder was de sfeer aan de grens ook heel relaxt. Iemand kwam ons op zijn gemakje vragen of we een taxi wilden, waar we naar toe gingen, of hij iets voor ons kon doen... en dat allemaal zonder ook maar iets van tip te vragen (was elders in Zuid-Amerika wel heel gebruikelijk). Ongelooflijk die vriendelijkheid hier. Hoewel toerisme voor de Colombianen een goede zaak zou zijn (het land heeft ongelooflijk te lijden onder zijn slechte imago, echt een zonde!), zijn wij maar al te blij dat het hier allemaal nog zo puur en ongerept is.

In de buurt van Ipiales, net over de grens, hebben we eerst Las Lajas bezocht. Dit plaatsje is vooral bekend om zijn wel heel bijzondere kerk. Deze kerk is namelijk gebouwd op een brug boven de rivier Rio Gauitara. Schitterend om van bovenaf te bekijken. Deze plaats is een waar bedevaartsoord voor veel Colombianen en wordt dan ook gekenmerkt door duizenden bordjes die mensen daar aanbrengen als bedanking voor één of ander wonder die hen overkomen is. Een heel speciale atmosfeer straalt die plek uit.

Daarna zijn we maar onmiddellijk doorgereisd naar Pasto, ....

Waar we meer van onder de indruk waren was echter de rit daarnaartoe. Deze was echt wonderlijk. Wat zeg ik, adembenemend gewoon!!! Men had ons verteld dat we aan de rechterkant van de bus moesten zitten en we waren nog geen kwartier vertrokken en we wisten al waarom. Dergelijke landschappen hadden we nog in geen enkel land gezien. De bergen werden allemaal bedekt door lappendekens in diverse kleuren groen. Bananen- en bamboeplantages alom tegenwoordig, een ravijn die zo diep was dat we niet eens het eindpunt zagen, steile bergwanden, .... Echt één van de mooiste busritten die we tot nu toe gemaakt hebben. En er zouden nog veel dergelijke ritten volgen beloofde men ons.

Gezien Pasto zelf niet zoveel te bieden had en het toch al dagen onophoudelijk regende besloten we om na één dagje al verder te reizen naar Popayan...

Jullie kunnen het waarschijnlijk al merken in de manier van ons schrijven: we zijn dus volledig onder de indruk van dit totaal nieuwe land. Het is massa's mooier dan we ons hadden kunnen voorstellen. Echt jammer dat buitenlandse zaken zo'n negatief advies geven want wat de veiligheid betreft, door de harde hand van de huidige president Uribe is die heel erg verbeterd. Militairen zijn alomtegenwoordig terwijl de guerilla momenteel heel ver terug gedrongen is. Op dit ogenblik voelen we ons hier zelfs veiliger dan in andere landen die we al bezocht hebben.

Binnenkort meer over dit fantastische land!!!

Ciao
Nele en Wouter

7 juni 2006

Otavalo... Artesania zo ver je kan zien!

Ons plan om onmiddellijk van Quito door te reizen naar Colombia werd nog maar eens gewijzigd als gevolg van enthousiaste verhalen van andere reizigers en ook door het feit dat we nog maar eens een dokter moesten bezoeken om Wouter zijn open wonde na te zien (die open wonde is intussen volledig genezen verklaard) . We besloten dus om voor een dagje naar Otavalo, een stadje tussen Quito en de Colombiaanse grens, te reizen.

Otavalo is een provinciestad die praktisch volledig afgestemd is op toerisme. Het stadje is namelijk vooral gekend omwille van de grootste indianenmarkt in Zuid-Amerika , en dat hoofdzakelijk op zaterdag. De binnenstad is één grote bazaar, een eindeloze straatmarkt van tenten, kraampjes en winkeltjes. De Indianen uit deze streek worden als gewiekste handelaars beschouwd, de meeste spreken tegenwoordig zelfs een woordje Engels. Werkelijk alle soorten handwerk wordt hier aan de man gebracht wat het nodige kleurenspel oplevert. We brengen er echter niet al te veel tijd door, per slot van rekening hebben we al veel te veel op soortgelijke markten rondgestruind.

Gezien we het shoppen van artesania een beetje beu waren (kan je je het inbeelden, een vrouw die shoppen beu is???) besloten we om de volgende dag maar heel vroeg onze rugzak te pakken en eindelijk naar het land te trekken waar we zo naar uitkijken. Colombia.... here we come!!!!

Ciao
Nele en Wouter

6 juni 2006

Quito... Het midden van de wereld!

Op onze planning stond de hoofdstad van Ecuador aangeduid als een eendaagse stop om vervolgens onze reis verder te zetten naar het buurland Colombia. De keuze om dit land over te slaan, aangedreven door onze beperking aan de ons ó zo kostbare tijd, vergde niet al te veel aarde aan de grond! We komen hier toch ooit nog eens terug om de Galapagos eilanden aan te doen en dat combineren we dan wel met het rondtrekken in Ecuador...!

Maar door de omstandigheden, ondertussen al wel gekend, was het wel wijs om een iets langere rustpauze in te lassen, zeker na zo'n lange en vermoeiende busrit. We zouden in Quito trouwens ook opgewacht worden door onze Deense vrienden, Christian en Sanne die hun einde van het hoofdstuk 'Zuid Amerika' graag met ons hadden afgesloten en bijpassend gevierd...!

Deze hoofdstad met een populatie van rond de 1.800.000 ligt op de helling van de Pichincha, een nog actieve vulkaan op een hoogte van 2850 meter boven zeeniveau. Wat de stad zeer uniek maakt is namelijk zijn ligging ten opzichte van de evenaar, slechts 35 km noordwaarts gelegen. En dit maakt, naast het prachtige en één van de grootste historisch centra van Zuidelijk Amerika, het interessant om horden toeristen te lokken.

Om dit op te vangen werd logischerwijs een mooi aangelegd (pret)park aangelegd. Niet dat er een rollercoaster de lijn markeert, maar souvenirswinkeltjes en eet- en drinkhuisjes zijn weelderig neergeplant langs netjes aangelegde paden waar hier en daar enkele kleine monumentjes staan. Eén ervan springt dadelijk in het oog, een hoge toren die moet aanduiden waar de evenaar gelegen is. Voorts zijn er nog enkele kleine musea om de belangrijkheid aan te duiden van de regio kruisend met de evenaar. Ook wordt hier de bezoekers duidelijk gemaakt dat de ligging van die in het oog springende toren een foutje was van de toen Franse wetenschappers! De werkelijke evenaar ligt zo maar even op 240 meter verwijderd van de rood gemarkeerde equator-lijn, aangehaald door de moderne technologie namelijk de GPS! Het museum gelegen op de werkelijke lijn is ook een aanrader, waar een stukje cultuur van de streek uiteengedaan wordt en waar enkele proeven worden ondernomen om toch maar aan te wijzen dat het de echte evenaar is en wat er zo speciaal is. Zo wordt Simpsons-gewijs aangetoond dat het water aan beide halfronden tegenstrijdig wegkolkt. En dat op de evenaar een ei, met de nodige kunsten, rechtop kan staan bovenop een nagel.

Een ander museumpje, het was soort uiteenzetting van een, door de regering ontweken en dus niet gesubsidieerde, vereniging van wetenschappers die de regio bestudeert met alle culturele en historische aspecten van dienst. Zo wordt ons ook duidelijk gemaakt dat Quito spiritueel één van de belangrijkste steden was in het Inca-rijk beargumenteerd door het feit dat aan de evenaar je het dichtst reikt aan de zon, daar de zon en de maan dan ook de aanbeden verschijnselen waren, met andere woorden de Goden. Ook was de situering van de zon in Quito belangrijk voor het aanstormend en inpalmend Christendom, Zo kan je zien op een plattegrond van de stad dat de kerken zich op één rechte lijn bevinden (dit werd ons ook ingelicht in deze museum, om efkes zelf tot deze constatatie te komen zijn wij niet zo vindingrijk), zodanig gesitueerd dat, door de baan van de zon, Christus- en Mariabeelden op een bepaald tijdstip een aureool van zonneschijn omvatten. Toegegeven, om de lokale bevolking te bekeren konden de missionarissen door dit vindingrijk mirakel hun doel alvast veel meer vergemakkelijken!

Om onze 2 andere volle dagen in te vullen zochten we naar een geschikt programma, we konden alvast onze aandacht besteden aan een namiddagske rondwalen in het historische center, een must in elke grootstad ondergedompeld in koloniale architectuur. Onze tweede dag bestond erin één van de eigenaardigste bezoeken te ondernemen die we als toeristen ooit gedaan hebben. We gingen samen met nog een Canadese vrouw een bezoek brengen aan buitenlandse gevangen in de vrouwengevnagenis. We moesten een naam uitpikken uit de lijst die vrijgegeven is aan een daarvoor speciale instelling (The South American Explorer), waarna we vriendelijksgewijs wat inkopen doen voor onze gesprekpartners. De uitgepikte vrouwen kwamen uit België (uit Brussel), Duitsland, Ierland, Italië en Canada. Na de controle en de nodige stempels konden we ons begeven naar de ontmoetingsruimte om kennis te maken met de geinterneerden. Na nog geen 20 minuutjes hadden we onze eerste kennismaking met het leven binnen de muren van deze gevangenis: Ecuadoriaanse meisjes vonden het nodig om in de kamer waar wij allen waren te oefenen voor hun dansjes, het evolueerde in hevige discussies wat bijna uitmonde in een handgemeen, was het niet dat er eentje tussenbeide kwam (ze was niet in de stemming om op dat moment een robbertje te vechten...).Wat daarna volgde was een rondleiding doorheen het gebouw om daarna samen onze vragen af te vuren over hun verleden, heden en toekomst. Het kwam er eigenlijk op neer dat iedereen een periode van 8 jaar hun volledige vrijheid moesten inruilen voor een kamertje van 3 op 3 meter, dat ze moesten delen met 2 andere gevangen als gevolg van betrapping op drugssmokkel. De meesten waren er zich van bewust op de aanwezigheid van drugs, maar enkelen waren gewoon ongelukkigen die onbewust ingezet werden als drugcouriers. Eén persoon, Zoë Savage , een Ierse journaliste werkend voor de BBC en moeder van 2 heel jonge kinderen was een persoon met een uiterst intrigerend verhaal. Ze werd er ingeluisd door haar beste vriend, tevens peter van een van haar kinderen die 2.5 kg cocaïne in haar bagage had gestopt. Geheel onder de indruk en ontdaan van dit triest verhaal spendeerden we de rest van de avond aan deze bijzondere belevenis. We kunnen alleen maar hopen en heel voorzichtig zijn dat we zulke gebeurtenissen nooit zullen meemaken...!

Hier moesten we de laatste avond ook afscheid nemen van Christian en Sanne, we hadden elkaar in elk land dat zij aandeden ontmoet en zij konden dus bevredigd hun laatste dagen spenderen in New York... See you in Denmark!!!

Ciao cariños!!!

Nele en Wouter

2 juni 2006

On the road... 4 dagen bussen!!!

Na een weekje blijven hangen in La Paz en de nodige herstructureringen in onze reisplanning werd het dringend tijd weer een stapje verder te gaan. Na de aanschaf van een trolley voor Wouter zijn rugzak waren we klaar voor onze langste busrit ooit: 4 dagen, rechtstreeks van La Paz naar Quito (de hoofdstad van Ecuador). Gelukkig met een stop in Lima.

Het begon goed onze reis: we hadden een heel comfortabele bus met zelfs een salonnetje een een speeltafel, we kregen lekker eten, de grensovergang ging vlotjes (en dat om 10uur 's avonds), er waren nog meer toeristen, dus.... het viel al bij al nog mee. Nu ja, wij weer veel te vroeg victorie gekraaid natuurlijk, zo optimistisch als we zijn. Om 5 uur 's morgen bleek er ineens iets mis te zijn met de bus en daar stonden we dan, in de middle of nowhere tussen Puno en Arequipa in iets dat leek op een maanlandschap omringd met bergen. De chauffeur en de mannelijke pasagiers hadden natuurlijk elk hun theorie over het mankement maar een oplossing??? Nu soit, na 5 uur wachten bleek er ineens een mirakel gebeurd want de bus deed het ineens weer. Wat er precies fout was zullen we nooit weten, maar ja, doet dat er iets toe in Zuid-Amerika? Na 4 maanden reizen wordt het heel gemakkelijk om overal in te berusten en gewoon dergelijke dingen te aanvaarden zoals ze zijn.

Maar.... het moet gezegd, onze vertraging heeft ons ook iets fantastisch opgeleverd. Namelijk een toffe vriendschap met een koppel uit Lima. De ganse verdere busrit hebben ze ons honderduit verteld over hun land en hun stad, en natuurlijk vonden ze het zinloos dat we een hostal gingen zoeken voor een paar uurtjes, we konden toch gewoon mee naar hun huis en daar douchen, wat eten en uitrusten. En onze duizenden 'muchas gracias' was al helemaal overbodig (volgens hen), het was toch niet meer dan normaal dat ze dat voor ons deden... Van gastvrijheid gesproken!!!
En nog het meest fantastische aan de ontmoeting met hen was, dat ze ons in een 4 tal uur toch wel een paar mooie plekjes van de Peruviaanse hoofdstad hebben geshowd. Jammergenoeg was de Plaza de Armas (het belangrijkste plein van elke stad) afgesloten van alle verkeer/personen wegens de verkiezingen maar na lang aandringen mochten we er toch efkes op om wat foto's te nemen. Volgens vele Peruvianen is hun Plaza de Armas de allermooiste van gans Zuid-Amerika. Of het nu de mooiste is van het ganse continent laten we in het midden maar het was alvast heel indrukwekkend met alle koloniale en historische gebouwen in dezelfde kleur geschilderd, met een mooie aangelegd park in het midden en het presidentieel paleis met de wacht aan een uiteinde van het plein. Daarna ook nog Chinatown (bestaat ook overal) gaan bezoeken en wat typische Artisanale markten. En natuurlijk moesten we ook overal de lokale specialiteiten proeven: eend in een soort sausje, een ijsje van een typische vrucht, geroosterde mais met zout, ... Onze voormiddag werd met reeds halfvolle maag afgesloten met nog een overheerlijke lunch die de nanny van het gezin bereid had ook nog zien binnen te werken.

Jammergenoeg moesten we na een aantal uurtjes alweer afscheid nemen van dit fantastisch koppel. Nog vlug even een supermarktje binnen om wat mondvoorraad voor de volgende helft van onze busrit in te slaan en daar deden we toch wel een fantastische ontdekking zeker: Cote d'or Chocolade en Jules Destroopere koekjes. Hoewel we in de landen van de cacaobonen zijn weten ze toch niet zoveel van chocolade maken dus... die lekkere zwarte chocola konden we toch moeilijk laten liggen é. Het zou de pijn van de lange busrit zeker wat verlichten.

En gelukkig verliep ook de tweede helft van deze hellerit zonder al te veel moeilijkheden. Afgezien van een tergend langzame grensovergang en een tekort aan diesel die nergens meer te vinden was kwamen we slechts met 6 uur vertraging aan in Quito, de hoofdstad van Ecuador. Daar werden we dan ook nog voor de laatste keer begroet door onze Deense vrienden Christian en Sanne, dus de 'thuiskomst' in Ecuador kon niet beter.

Efkes bekomen hier in Quito van deze helse rit en dan.... Colombia!!!!

Hasta la vista!!!

Nele en Wouter